50 tinten gek

Ze had gevraagd of ik in paranormale zaken geloofde en ik had heel lafjes geantwoord dat ik het niet wist. Net als met de doodstraf en abortus en bloemen in vazen vond ik het eigenlijk maar niks, geesten en spoken en telepathie en god mag weten wat allemaal, maar kon ik ook niet zeggen dat ik het helemaal afwees. Een soort van eeuwig schipperaar, agnostisch hoeder van het veilige midden, de vrouw zonder uitgesproken mening, met alle winden mee in stemmig grijs. Voor mij geen zwart-wit, doorgaans. Wie ben ik om te zeggen of eisen of ontkennen dat iets wel of niet bestaat als ik niet kan bewijzen dat het wel of niet bestaat.

Nou, had ze gezegd, zij vond het zelf wél allemaal maar onzin. Handoplegging, auralezen, dat soort zaken. Vervelende was dat ze dus zelf aura’s kon zien soms, voelde of iemand ziek was, wist waar vermiste sleutels lagen. Knap irritant als je het maar onzin vindt, kon ze me verzekeren. Wist ik wat nog het mafste van alles was? Sinds ze anti-psychotica was gaan gebruiken was dat sensitieve verdwenen. Over. Klaar en uit. Ze zag geen enkele aura meer en voelde geen enkele sleutel meer branden op een verkeerde plek. Het was gedaan met haar zogenaamde paranormale gaven.

Was ze dan dus al die tijd psychotisch geweest en was dat supergevoelige, het voelen wat anderen niet voelen en zien wat anderen niet zien, helemaal geen gave of hinderlijke vloek of wat dan ook geweest- was het niets meer en niets minder dan een uiting van haar ‘gekte’? Zijn de paranormalen, de zieners en de voorspellers, de mensen met visionaire dromen en de handopleggers dan niets meer en niets minder dan mensen te plaatsen in een bootje met het label ‘gek’?

Het zet een mens aan het denken. Wat nou als de grenzen tussen gevoelig, empathisch, paranormaal, psychotisch en gek veel minder in steen gebeiteld zijn dan we soms denken, geloven, willen, wensen én uitdragen middels diagnoses en labels? Wat nou als ‘normaal’ niet lijnrecht tegenover ‘gek’ staat, wat nou als het hier geen dichotomie betreft maar een soortement spectrum, namelijk dat van de menselijke geest, iets in de geest van 50 tinten gek? Dat als JIJ iets niet ziet, ruikt, voelt, hoort of proeft dat niet per se betekent dat het er niet is? Dat anderen misschien beter of meer waarnemen dan jij, niet omdat ze gek zijn maar omdat het nou eenmaal zo is? Zou het? Zou het zo kunnen zijn?

Een blinde weet dat de meerderheid van de anderen wél kan zien, omdat hem dat wordt verteld. Wat nou als een enkeling de groep vertelt dat hij dingen ziet die de anderen niet zien– is hij dan gek of ziet hij het echt en zijn alle anderen blind?


Ik weet niet waar ‘de grens’ ligt. Wanneer je niet (meer) ‘normaal’ bent. Is dat als je gedachten zó dwingend zijn dat ze je gezonde verstand overstemmen? Is dat als de stemmen in je hoofd zeggen dat je naakt de straat op moet? Of is dat ‘pas’ als ze je opdragen iemand neer te steken? Is het als je het leven van anderen in de weg zit, je mensen als hangend fruit aan de bomen ziet hangen, denkt dat je Jezus Christus onze Verlosser of Zijn Vader bent? Of ben je al gek als je ruikt dat iemand honger heeft, ziek is, als je telepathisch kan praten met je huisdier?

Ik ken mensen die hun goedbetaalde baan als account opzeiden om hondenfluisteraar te worden, om intuïtieve lichaamstherapeut te worden. Ik trok wel even met mijn wenkbrauwen toen ik het hoorde, dat wel. Maar zijn deze mensen gek? En de mensen die geloven dat iemand met een hond kan praten of geloven dat een lichaam praten kan: hoe zit het met hen? Maakt het überhaupt uit?

Het écht maffe is dat de definitie van normaal versus gek met de tijd verandert. Heksen belandden op de brandstapel, op de waag; nu zitten ze op twitter en plaatsen ze, bij wijze van spreken, fotos van hun naakte dansjes om een vuur en schrijven ze boeken en worden ze aanbeden om hun schoonheid, niet verguisd vanwege rituele activiteiten. Geen hond die daar wakker van ligt, op een boze gereformeerde op de Veluwe na. En hoe zit het met Jezus? Hoe zou iemand met zulke praatjes hedentendage ontvangen worden, zou hij als de (nieuwe) messias ontvangen worden of zou ie bij de andere jezussen in Villa Weltevree worden geparkeerd? In de middeleeuwen was praten met God, het hebben van voorspellende dromen, het doen van profetieën een teken van diepe devotie en stond in hoog aanzien bij velen. Na de middeleeuwen stonden profeten niet meer in hoog aanzien en werden ze steeds vaker als geestenzieken opgesloten in gekkenhuizen. Wie weet, misschien is de psychoot van nu wel de messias van toen of de leider van de sterrenvloot van straks.

Profeet of draaideurgekkie. Wie het weet mag het zeggen.

Mercurius Retrograde

Er was iets met een maansverduistering hoorde ik maar toen ik naar buiten keek zag ik alleen een heel grote heel witte volle maan. Ik draaide de luxaflex dicht en vergat voor de vierduizendste keer dat die al elf jaar of daaromtrent stuk is. Minstens de helft van die tijd denk ik bij het doldraaien ervan aan nieuwe luxaflex. Visualiseer ik mezelf op de fiets naar een winkel maar dan hapert het beeld om vervolgens helemaal te verdwijnen. Zo gaan die dingen.

Waarschijnlijk zou ik die nacht veel dromen. Van die dramatische vollemaansdromen. Ik zag het al voor me, hoe dat ging en hoe vol ik er van zou zijn maar toen dwong ik mezelf na te denken over het waarom. Waarom zou een mens raar gaan dromen door een maan die vol is? In feite is hij niet vol. Hij is wie hij is en wij mensen, weliswaar alleen de brandneteltheemensen, de een paar-stenen-kunnen-mij-van-negatieve-
krachten-bevrijdenmensen en verder alle mensen die bereid zijn werkelijk overal in te geloven omdat het anders zo leeg is allemaal, maar dat zijn óók mensen niet waar, wij maken er allemaal hocuspocus van.
Wij gaan dan berekeningen maken over waar de maan staat in de hemel ten opzichte van de aarde en hoe venus en mercurius en zeggen dan iets over hoe die laatste retrograde kan staan en hoe bijzonder dat is en voor je het weet ga je naar een astroloog om je horoscoop te laten trekken en dan is er geen weg meer terug.

Het is wel een fascinerend gegeven: astrologie. Niet de astrologie zelf natuurlijk. Dat is als de waarzegster op de kermis met haar glazen bol die fortuin in je toekomst ziet of de theeblaadjeslezer die je vertelt dat je lang zult leven. Alsof je door een optische hapering in de baan van een planeet iets kunt zeggen over het leven van een mensenkind op de planeet aarde. Het is aandoenlijk, bijna. Ik krijg er in elk geval tranen van in mijn ogen, zo kneuterig vind ik het. Het idee dat de positie van een planeet ver weg iets kan zeggen over hoe je op dat moment denkt en tot beslissingen komt is toch lief? Zou dat trouwens alleen voor aardelingen gelden of zou onze astrologie ook gelden voor eventueel leven op andere planeten? Andere zonnestelsels zelfs? Zou mercurius retrograde ook voor hen gelden of zitten er grenzen aan de kracht van onze planeten?

Het is gewoon een vervanging van god en het geloof, natuurlijk. Een alternatief. Een houvast, een blindenstok waarvan we hopen dat hij ons veiligheid verschaft. Zachtjes tasten wij knipperend door ons bestaan, tik tik gaat de wichelroede, de stok, geven we onze tijd op aarde betekenis met verhalen over god, het lijden van christus, in alle geloofsvarianten, scheppen we kaders en zingeving en bouwen wij huizen met daken en verwarming om het grote Niets buiten te houden. We doen of er voorbestemming is of dat een entiteit groter dan wij zeggenschap over ons lot heeft. Alles is beter dan beseffen dat alles Niets is en niets Alles. Logisch dat we allemaal zingeving nodig hebben. Ik heb ook zingeving nodig, al is het maar om elke dag mijn bed uit te komen. Als die arme Mercurius ons daarbij van dienst kan zijn dan moet hij maar gedienstig zijn medewerking verlenen, vriendelijk bedankt.

Een ex van mijn moeder was astroloog en op mijn 18e verjaardag kreeg ik een pak papier. Hij had mijn horoscoop getrokken. Ik vond het mateloos fascinerend, grappig en een beetje eng en heb de tekeningen (alles nog met de hand hè, we praten hier over diep in de vorige eeuw) etterlijke keren bekeken. Rondjes en streepjes, puntjes en verbindingen. Het was net wiskunde -wiskunde voor de menselijke ziel.

Weet je wat het is? Ik wil dit soort dingen zo graag geloven. Ik zou me vol overgave in dergelijke zaken willen storten. Ik wil geloven in god. in alle goden. Ik wil naar de sjoel en de kerk en meedoen met de diensten. Ik wil geneeskrachtige stenen naast mijn bed hebben liggen en dat die mij dan kracht geven of mijn ziel helpen helen. Ik wil geloven dat andere planeten en onze maan ons leven op aarde voor een groot deel bepalen. Ik zou de spiritueelste mens op aarde zijn als ik mezelf zou toestaan het hol in te springen.
Maar ik doe het niet. Het leven is (of kan) ook mooi zijn zonder toverkunst. Denk ik. Hoop ik. Of misschien is het mijn cynisme wel dat me tegenhoudt. Hoe dan ook is het leven mét god, stenen of planeten aan je zijde doorgaans net zo kut als zonder, maar dat is slechts mijn observatie.

Astrotv is een paar weken geleden overleden. Het tijdperk van de televisiemediums is voorbij. Ik kan niet zeggen dat ik er rouwig om ben. Niemand weet precies hoeveel mensen in het holst van de nacht voor raad en daad inbelden, maar ik las in de Volkskrant dat het in 2008 om zo’n 2 miljoen telefoontjes per maand zou gaan. Tikt lekker aan als je een paar euro per minuut vraagt.
Voor je je afvraagt wat en wie deze enorme leegte gaat vullen: Ik hoorde laatst van iemand dat de modernste vorm van waarzegging tegenwoordig via mail of app gaat. Hij kende een dame die geregistreerd stond als onlinemedium, compleet met eigen bedrijf dat zo goed loopt dat ze nu een half jaar op Bali zit van haar zuurverdiende waarzegcentjes. Ik probeerde me voor te stellen hoe ze dat doet, toekomstvoorspellen via enen en nullen. Ach, via de telefoon ging het ook, maar daar hóórde je elkaar in elk geval nog. Maar handoplegging via een beeldscherm? Het enige wat er gebeurde was dat ik de slappe lach kreeg. Als er mensen zo gek zijn om hierin te willen geloven dan gun ik deze 4gGuru haar gouden hangmat onder de Balinese zon van ganser harte.

Uit: Znežanka

Stampertjes

Wat later rijden we Sharon Springs binnen. Oma woont aan N Boeke Street, een straat parallel aan de straat waar wij vannacht slapen. Het schemert al als we uit de auto stappen en naar de voordeur wandelen, stramme ledematen strekkend, bloedsomloop op gang brengend. Sharon Springs is een vies dorpje, arm, met grote lappen tuin naast de woningen die dienstdoen als opslag van roestige oude spullen. Een schrootwerf vol afgedankte herinneren die het verhaal van de familie vertellen die op het erf woont. Weinig decorum, weinig verse verf. Weinig luxe, zo aan de buitenkant te zien.

En daar staan we dan voor de deur waarachter al die kinderen wonen die nooit geboren hadden mogen worden, maar desondanks heel gewone kinderen zijn. Ik hoor ze vanaf de veranda en mijn maag draait om. Ik zoek Arends hand en sluit mijn ogen, probeer rustig in-en uit te ademen. Ik kan niet zeggen dat ik me erg relaxt voel.

‘Het doet je toch meer dan je hoopte, zie ik,’ fluistert Arend in mijn oor en ik knik.
‘Ik weet niet of ik dit aankan, Arend.’
‘Blijf maar aan mijn zijde, Znežanka. Ik ben niet vergeten dat ik met jou op pad ben. Als je dit hier niet trekt, hoef je maar in mijn hand te knijpen en we zijn weer op weg. Samen. Ik denk dat je het kunt. Dat je er klaar voor bent. Het laatste stukje voor de finale in Californië.’

Ik haal diep adem. ‘Laten we dit dan maar doen. Laten we Penelope goed afleveren en dan maken dat we wegkomen.’

De deur gaat open en door de kiertjes van mijn wimpers zie ik een vrouw van een jaar of zestig. Heel goed kan ik haar leeftijd niet schatten, omdat haar tanden eerder afwezig dan aanwezig zijn en haar wangen daardoor invallen en haar lippen lijken te verdwijnen in het gat dat haar mond is. Los van dit onsierlijke en nogal prominente detail en het gênante feit dat ik blijf steken op iets als de afwezigheid van iemands tanden, zie ik dat Penelope familie van de vrouw moet zijn.

‘Penny! Daar ben je dan eindelijk! Wat fijn dat je weer een tijdje bij me komt logeren.’ Ondanks de afwezigheid van (een aantal) tanden is de oma van het meisje te verstaan. Ze kijkt naar ons, naar Arend en naar mij en fronst haar wenkbrauwen. Ik vind het niet zo gek, want zij ziet een mollige kale man met een ingevlochten sik die hand in hand staat met een vrouw zo oud als haar eigen dochter in een groene rok met daarboven een vestje met eenhoorns en regenbogen, een vrouw die ook nog eens haar ogen gesloten houdt, haar lichaam roerloos en met haar hoofd heen en weer bewegend alsof ze een vrome jood is. Twee veel oudere onbekenden die met haar hoogzwangere kleindochter voor haar deur staan.

‘Wie zijn dit, Penelope?’

Penelope omhelst haar oma, de ongeboren baby tussen hen in. Ik ruik hoe Penelope’s zoete lucht opgaat in de geur van dit huis. Een kinderhuis, een huis waar kinderen wonen. Een huis waar niet heel goed wordt schoongemaakt, of gelucht en waar die weeïg zoetigheid een symbiose vormt met de geur van gefrituurd eten, vieze sokken en natte honden. Voorzichtig open ik mijn ogen en zie de twee vrouwen staan, de lange blondine met haar roze wangen en neuspiercing en de oudere vrouw die zich heeft ontfermd over al die kinderen die haar kleinkinderen baarden. Ik voel hoe mijn ademhaling hoger komt te zitten, hoe meer ik denk aan wat dit huis symboliseert, aan wat hier gebeurt, wat onder de pet wordt gehouden, aan de baby die zo dichtbij is, alleen een wandje vlees en huid dat ons scheidt, als ik mijn hand op Penelopes buik zou leggen voelt de baby mijn aanwezigheid, haar baby, niet mijn baby, mijn baby is dood en ligt in mijn vriezer in Nederland, tussen de doperwtjes en cold packs.

‘Dit zijn Znežanka en Arend, oma. Ik mocht met ze meerijden vanuit Kansas City. Znežanka en Arend komen uit Nederland en zijn op weg naar San Francisco.’

En daar komen de kleintjes, een stoet kindervoetjes op de trap, zoveel lawaai dat het klinkt alsof een regiment kinderen aanstonds zal aantreden, maar het zijn er maar vijf als het geluid eenmaal is verstomd en ze met grote ogen voor ons staan. Vijf kinderen, variërend in de leeftijd van ongeveer negen tot twee jaar. Honingblonde kinderen, grote blauwe ogen, neefjes en nichtjes, halfbroertjes- en zusjes, een kluwen genetisch verwant materiaal. De haren van de jongetjes staan alle kanten op, het lijken net kleine Stampertjes. Het kleinste kind rent op Penelope af die moeizaam door haar knieën zakt en hem stevig omhelst.

‘Mama, mama, je bent er weer! Ik heb je zo gemist!’

Penelope aait zijn wilde haartjes, maakt haar vingers nat en probeert een weerbarstige pluk recht te strijken. Heel even gaan de dwarse haren liggen, om dan vervolgens weer omhoog te veren.
Mijn adem zit inmiddels in mijn keel. Mijn ogen zijn weer gesloten. Ik zou willen schreeuwen, oneindig willen schreeuwen, waarom krijgen sommige mensen constant kinderen, aan de lopende band, aan een stuk door en ligt mijn kind dood in mijn vriezer voor altijd en eeuwig twee centimeter groot te wezen, nog kleiner dan een halve visstick? Ik schreeuw heel hard in mezelf, knijp mezelf in mijn bovenbeen, trek denkbeeldige haren uit mijn hoofd.

Dan voel ik Arends hand om mijn bovenarm. Hij houdt me heel stevig vast en mijn ogen schieten open. Ik kijk eerst naar mijn arm, dan naar Arend en vervolgens de kamer in. Het is stil in die kamer, de grote blauwe ogen van de mensen om mij heen zijn schoteltjes, de monden open, de kinderen achter de oma en hun tante, moeder, zus verstopt. Niemand zegt iets, iedereen kijkt naar mij. Ik kan niet zeggen dat ik dit nooit eerder heb meegemaakt, ik heb het meegemaakt, ik heb het vaker dan eens meegemaakt, het is een vertrouwde scene: bange mensen en ik heb dat veroorzaakt, maar hoe dan hoe dan: ik doe toch niemand kwaad?

Een kind begint te gillen en alsof het besmettelijk is volgt al snel de rest. Ik schreeuw nog steeds in mijn hoofd, al ben ik er niet zo zeker van dat het allemaal in mijn hoofd plaatsvindt. Sterker nog: als ik mijn best doe en luister, meen ik mijn eigen stem te ontwaren tussen alle andere geluiden. Ik zet een tandje bij en dan wordt het donker. Ik zak door mijn knieën, voel een spuit mijn nek binnendringen, alles in dit leven is een herhaling van een herhaling van een herhaling en dan is het niet alleen donker maar ook een groot zwart gat waarin ik word gezogen misschien is het dan nu eindelijk voorbij laat het alsjeblieft voorbij zijn het is voorbij en nu kan ik eindelijk bij Smilla zijn en zijn we eindelijk van hetzelfde sterrenstof.

Steekinfluencer

Zijn er al steekinfluencers gesignaleerd? Mensen die het steken op levende lijven propageren,
Die gesponsorde vlindermessen laten zien, o nee dat is illegaal.
Mensen die goed op de hoogte zijn van de nieuwste trends in neersteekland.

Van elfenmessen, hobbitmessen, Aragornmessen tot uitbeenmessen met gekromde lemmetten van 18 centimeter keihard messenstaal.
In normale-mensentaal: een mes met een smalle vorm om goed door botten en gewrichten te kunnen snijden.

Die je leren hoe je ‘t beste kunt afweren, hoe je je steektechnieken kunt verfijnen.

Alles voor de clicks en likes weet je wel. Met een levensechte pop in beeld waar hij af en toe in steekt zodat jij weet wat je straks moet doen als je de straat op gaat.

Mensen die je kunt sponsoren, geld kunt sturen zodat ze nog meer messen kunnen kopen om aan jou te laten zien.

Zijn die mensen al gesignaleerd, mijn wifi was kapot ik weet het niet, misschien heb ik iets gemist.

Van die mensen die straks ook merchandise verkopen, met MeesterSteek erop en een computerspel zodat ze nog meer binnen kunnen lopen en jij je skills virtueel kunt uppen.

Voor elk wat wils weet de neersteekgeek, hij test alle freebiemessen manisch (voor jou!) uit.
Er is veel belangstelling voor niet toegestane wapens maar daar doet hij niet aan mee, hij wil zijn inkomsten niet verliezen, heeft zo genoeg om uit te kiezen.

De neerstreekinfluencer die redt t wel.

(Hij heeft ook een kanaal op darkwebyoutube, maar alleen de echte fans krijgen dat adres. Doneer gul en koop zo’n gesponsord mes en wie weet ben jij er bij.)

Van die mensen die weten dat vlindermessen,
Stiletto’s en springmessen
Messen met een dubbelzijdig lemmet
Verboden zijn voor de Wet.
Alsmede ploertendoders, werpmessen en slagersmessen in het wild.

Die weten wat je mag bezitten maar niet in je jaszak mee mag nemen op straat.

Van die mensen die een special doen over messen speciaal voor vrouwen. Handzame vriendjes, messen met een klein lemmet. Opklapbare rakkers voor in je handtas naast je borstel en je sigaretten in een ivoren doosje.

Hou je meer van onbehouwen
dan heeft je steekinfluencer ook genoeg te laten zien.
Zaagtandmessen voor extra veel vleesschade, iets om te onthouden.

Kortom: voor al je steekwonden- en wensen schakel je naar je favoriete steekkanaal.

Zodat we straks allemaal precies weten
waar je iemand moet steken
om hem een beetje boos te maken

En waar om zijn lampje te laten
dimmen,
de spast voor altijd uit te laten gaan.

2019

Iets met Eva Vlaar en vooral die kinderblaag
Greta Thunberg met de vlecht en het klimaat
En laten we the Joker niet vergeten
die gek was geworden omdat we hem niet zagen staan
en al die mensen die de straat op waren gegaan
Om te demonstreren voor meer geld en minder marokkanen en om andere mensen neer te steken.

Het was het jaar waarin we leerden hoe niet leuk de Belastingdienst echt was
en dat ze daar afpakjesdag vieren
en mensen naaien voor hun lol en ook iets met afplakken, nou daar hebben we onze buik wel van vol en laten we op karma hopen.

We zitten ook nog steeds met die Rutte, je weet wel die man waarvan we hopen dat ie nu eindelijk eens naar Brussel gaat
hoelang nog tot teflonmark ons verlaat, opgerot staat netjes weet je wel en neem de vvd dan ook maar mee.
Er is niemand die die lui nog wil behalve een paar idioten die er echt niks meer van snappen.

We hadden boze boeren genoeg dit jaar terwijl niemand echt de boeren haat maar ze horen ‘minder stikstof’ en ze staan
op scherp en rammen hun trekker in een provinciehuis want god je zit straks maar zonder werk
en omscholen tot leraar daar zit niemand op te wachten nee dat blijkt maar weer.

Hadden zich nog buitenechtelijke kinderen van Bernhard gemeld dit jaar
of was het rustig op dat vlak
en waren er nog andere schandalen bij die profiteurs, o ja het bleek dat ze tafelzilver wilden leasen aan de Staat voor heel veel geld.
Echt een goede stunt was dat. Ik heb ook wel spullen in mijn huis die je van me mag kopen en dat ik ze dan tot oneindig van je in bruikleen krijg.

Clown Bassie leeft nog, het spijt me dat te moeten melden en ook Nick en Simon doen nog iets met een aards bestaan. Imca Marina leeft nog altijd door maar rapper Feis is er niet meer en die zielige eend Trevor is ook heen gegaan en silvie meis heeft weer de ware gevonden.

Katja Schuurman houdt van seks, ook in 2019 heeft ze er meerdere keren aan gedaan en zelfs met een heleboel tegelijk op een hoop en dat is prima want hoe meer zielen hoe meer vreugd en sinds wanneer is seks iets geks.

2019 is ook het jaar dat Doland Tnump nog altijd niet impeached werd dus die tillen we over naar 2020 want het is nu wel eens klaar met die orange wanker helaas voorzie ik een dikke maar ergens in dat verhaal
met misschien vier jaar langer bidden tot een niet-bestaande god dat die oranje baviaan nu eindelijk eens opzout, aftaait, oprot.

t was weer eens een jaar van polarisatie en voor of tegen en een gebrek aan eigenlijk alles wat de kloof kon dichten, het was het jaar van veel te veel ontmoedigende berichten.
Het was het jaar van racisten en fascisten met strakke kapsels en blonde vlechten en van deuggleuven en weetspleten met roze haren en ongeschoren okselhaar
en van mensen die openlijk een moslim of een jood haten en dat we ze dan maar moeten laten
uitpraten
want vvmu en alles moet maar kunnen is het nieuwe normaal
maar ook van 67 genders en dat blanke mannen achter in de rij moeten gaan staan met hun privilige en hun triggerende betrekkingswaan.
Ze weten het nog niet maar ze gaan extra belasting betalen omdat iemand in hun lullige stamboom ooit een boot met slaven kocht
ja dat moeten we op hen verhalen. Jawel dat is uitgezocht en doorlopen graag en hou je mond, je hebt te weinig agency. Betalen bij de wekker, graag.

Maar het was pas echt het jaar van Poetin die weer eens lacht in zijn knuist , de man is bijna keizer
knipt met zijn vingers, heeft weer een mannetje omgelegd regeert met knetterharde vuist. Nog even en Vlada is de eerste president van planeet aarde. Dan is de communist met miljoenen in Panama de ultieme winnaar.
Dan valt er niks meer te protesteren of te demonstreren
dan doen die boeren wat Vlad the Impaler wil en anders is er plaats genoeg in gulag Tietjerkstradeel
dan lopen wij in maat met de kozakken dan laten we enkel nog onze broeken zakken als de Grote Kleine Leider of een van zijn klootzakken iets van ons wil.

Vaseline

Ik heb een haat-liefdeverhouding met nostalgie. Soms is het roze bril wat de klok slaat, soms spleen van het diepste soort. Veel vaker is het een mengelmoes van zoveel emoties dat ik niet meer weet hoe ik het hebben moet en denk: ik heb een gevoel ontdekt dat nog geen naam heeft.

Het is missen, terugkijken, beseffen dat je weer eens in het verleden zit te grabbelen, weten dat je je weliswaar een gebeurtenis herinnert, maar zo troebel ziet dat de randen van de herinnering vervormen, soms hele flarden zijn weggevaagd en dat je die dan doodleuk inkleurt met wat had kunnen zijn. Je hoofd heeft van een vaag roze-oranje een fel karmozijn gemaakt. Te dunne laagjes herinnering (dat puntje-van-je-tong gevoel, er net niet bij kunnen, zo dichtbij, zo dichtbij…) vul je op met van dat spul waar je gaten mee dicht, de boel mee gladstrijkt nadien.

Dit gevoel is terug in de tijd met een tube Alabastine in de hand, je bent de stukadoor van je eigen geheugen. Het is pre-Alzheimer, duiken in het diepe, het is achter dat verdomde konijn aanhollen met zijn mottige zakhorloge. Het is droogneuken op verschraalde grond waar niks meer op groeien kan en toch doe je het keer op keer op keer opnieuw. Het is steeds vaker. Het is iets wat je vroeger niet deed. Geen tijd voor had omdat je bezig was met scheppen van al die zaken die nu in het geheugenkabinet zijn opgeslagen, hoe oningekleurd en met gaten en hobbels ze ook zijn, dat moge duidelijk zijn. Het is intens droef, het is intens fijn, het is dat hevige verlangen en dat ingespannen terugkijken en weten dat je over de helft bent en daar geen enkele spijt van hebt.

Het doet pijn en het is oneerlijk en het is heerlijk. Je weet dat je de boel zit te bedonderen, je zaken verdraait, je aandikt, afdikt, opvult en afroomt. Nostalgie doet pijn en nostalgie verrukt: niet voor niets iets met bitterzoet.

Ik denk aan mijn professor. De man bij wie ik afstudeerde. In naam was ik verbonden aan Amerikanistiek, in mijn hoofd zat ik al een poosje bij de kettingrokende professor en zijn net opgedoekte Polemologisch Instituut, het heette Oorlog en Vrede-studies toen ik er arriveerde. Ik zou promoveren met een studie naar Nationalisme, ik stond klaar in de startblokken en toen ging hij dood. Ik nam wat vakken van hem over, maar bleek in een wespennest terecht te zijn gekomen, de stammenstrijd die had geleid tot het opdoeken van het Instituut bleek omgezet in een soortement Koude Oorlog waar de honden geen brood van lusten. De promovendus van de professor moest niets van mijn komst hebben: hij had zich als opvolger al diens kamer en positie toegeëigend en nu was daar een dartele kaper op de kust, goddank zo naïef dat met wat vilein duw en trekwerk een spoedig vertrek snel was bereikt. Het enige leuke had ik het lesgeven gevonden. Al het andere leek meer op de ontaarde oorlogshandelingen die wij bestudeerden in ons werk.

En toch ..en toch.. betrap ik mezelf er soms op dat ik terugkijk op deze tijd met een bril met softfocus, met een likje vaseline op de glaasjes en hierdoor minder de casus belli zie die er overduidelijk was. Ik had nooit gedacht dat ik het verstrijken der jaren en het ophalen van herinneren zou omschrijven met een vergelijking waar het woord ‘vaseline’ in voorkwam, maar soit.

Ik hoop dat, mocht ik ooit de lange tunnel der vergetelheid inglijden, er mensen zullen zijn die met mij willen reminisceren. Bewust herinneringen aan lang vervlogen tijden oproepen. Muziek uit de jaren 90 van de vorige eeuw draaien, pearl jam, soundgarden, cranberries. Dat ze ons oudjes oversized t-shirts en wijde pijpen aantrekken, misschien geen leren touwtjes om de nek in verband met verstikkingsgevaar en ook geen furbies want we willen geen flippende bejaarden natuurlijk. En samen Dawsons Creek, X-files, Buffy the Vampire Slayer en liever geen Friends kijken. Mario op de Nintendo, Doom op de pc.

Dat ik mij dan weer daar waan, en alles nét een beetje mooier is dan het eigenlijk was. Dat ik met een glimlach op mijn ingevallen lippen naar mijn tanden op het nachtkastje kijk en met een tevreden gevoel en een aangeraakt hart in slaap val. Dat er een sprankel in de eenzaamheid is, een vuurtje om mij aan te warmen.

Na ons de zondvloed

De cake smash shoot. Ik had er nog nooit van gehoord en geloof me als ik zeg dat ik dat graag zo had willen houden. Helaas, niet gelukt, en om mijn leed te verzachten zal ik hier een paar honderd woorden uitbraken zodat jullie niet alleen ook op de hoogte zijn van dit fenomeen dat de perfecte sublimatie is van alles wat er mis is met onze totaal doorgeschoten kapitalistische, meer meer meercultuur, maar ik hopelijk tevens weer door kan gaan met mijn dag zonder visioenen van Sylvie Meis-achtige types die hun baby’s in allerlei poses dwingen voor de perfecte
cake smash shoot.

Want daar gaat het hier over: een sessie bij een fotograaf waarbij kosten nog moeite worden gespaard om een baby een taart te laten stuk slaan. Ja, lees dat nog maar eens terug. Er zijn mensen die het leven van hun baby willen vieren door hem of haar in een studio een of ander pakje aan te doen en dan proberen te verleiden een speciaal voor de gelegenheid in elkaar geflanste taart kapot te slaan. Vaak hebben die baby’s daar helemaal geen zin in, die willen bij papa en mama blijven, of de studio kruipend ontdekken, maar nee: ze moeten dus zitten en braaf die taart kapot slaan.

Ik schoot in de lach van de foto’s die bij de reportage in de Volkskrant van gisteren stonden, laat ik er maar eerlijk over wezen. Het was echt totaal vervreemdend: iemand die een baby met een eenhoorn aan een stok probeert te verleiden die taart aan te vallen, een huilende baby die helemaal niet dat jurkje aan wil, die strik, daar zitten en wederom: die taart kapot slaan. En na zo’n orgie met taart moet er uiteraard worden gebadderd. Voor de camera, in een badje met bloemen en melkwater ‘voor een dromerig effect’.

Ik snap hier niks van, mensen. En ik weet dat het niet netjes is de meningenkaart te trekken als je iets niet snapt, of stom vindt of wat dan ook, maar ik kan hier zo slecht tegen, dus hierbij dan toch mijn mening. Het voelt zo leeg. Zo hol. Zo: na ons de zondvloed, we weten van gekkigheid niet wat me met ons geld aan moeten. Professionele foto’s van je baby, ik heb ze niet, maar daar kan ik geloof ik nog wel in komen. Een shoot waarbij een baby iets móet doen…nee.

Nog zo eentje: de gender reveal party. Nee, nee: niét de baby shower. Dat is wéér een ander consumeerderig evenement. Bij de gender reveal party draait het hele feest om één ding: de bekendmaking van het geslacht van de baby. Vaak gebeurt dit na de 20-weken echo. Er wordt dan een compleet feest georganiseerd om aan je vrienden, bekenden en familie mee te delen of je baby een kutje of een piemeltje heeft. Vet belangrijk! Dat kan door middel van een taart met binnenin een roze of een blauw laagje. Nu heb ik niks met stereotyperingen en ook niet per se tegen, trouwens, al neig ik meer naar die laatste. Meisje die alleen poppen krijgen en alleen roze dragen en jongetjes die hun feestje per se in thema piraat of brandweer moeten doen terwijl ze graag k3 willen, ik noem maar wat, daar heb ik ook wel een mening over. Maar grosso modo denk ik: leven en laten leven. Ik heb nog nooit een pop vastgehouden in heel mijn leven en ik werd agressief als ze mij in een jurkje probeerden te proppen, but look at me now, bitches. En en al vrouwelijkheid.

Als zo’n geslachtstaart je niet kapitalistisch genoeg is kun je altijd nog voor vier dozijn ballonen gaan waarbij eentje gevuld is met roze of blauwe confetti. Uiteraard prikken jullie dan alle ballonnen lek om het spannende antwoord op de vraag welk geslacht de ongeborene heeft te verkrijgen. Je kunt ook je vrienden vergiftigen met gekleurde bruistabletten en als je van gekkigheid écht niet meer weet hoe je je uniciteit moet benadrukken steek je een heel bos in de hens door de gender reveal tussen het lover te vieren en dan vuurwerk (of doe eens gek: explosieven) te combineren met gekleurd poeder. Voor je je nu afvraagt wat die Prazdny nu weer allemaal voor onzin uitkraamt: dit is helaas geen aan mijn brein ontsproten fictie.

In Australië was het 2018 een heuse rage: de gender reveal burnout. Dan steek je een auto in de fik en de rook die er dan van af komt is roze of blauw. Uiteraard niet altijd met van te voren in gecalculeerde resultaten. Vorige maand overleed een vrouw in het land van oom Donald doordat ze een brokstuk tegen haar hoofd kreeg nadat er iets misging tijdens de gender reveal en er een ongeplande explosie ontstond.

Ik stel voor om met z’n allen te gaan bungy jumpen of parachutespringen en dat de zwangere dan mid-flight haar jurk optilt en roze of blauwgeverfd schaamhaar onthult. Of nee, wacht: samen jagen in het Zwarte Woud en dat er dan ergens een roze of een blauw wild zwijntje rondloopt. Of nee, wacht: een escape room huren en als die dan niet op tijd wordt gekraakt iedereen verplicht een tatoeage van clown Bassie op het voorhoofd. Roze of blauw. En als je hem wél weet te kraken: verplicht die totaalfreak van een acrobaat Adriaan op je rechterschouder. Met echte inkt. Uiteraard in de juiste kleur. Next level, man.

Vaseline

Ik heb een haat-liefdeverhouding met nostalgie. Soms is het roze bril wat de klok slaat, soms spleen van het diepste soort. Veel vaker is het een mengelmoes van zoveel emoties dat ik niet meer weet hoe ik het hebben moet en denk: ik heb een gevoel ontdekt dat nog geen naam heeft.

Het is missen, terugkijken, beseffen dat je weer eens in het verleden zit te grabbelen, weten dat je je weliswaar een gebeurtenis herinnert, maar zo troebel ziet dat de randen van de herinnering vervormen, soms hele flarden zijn weggevaagd en dat je die dan doodleuk inkleurt met wat had kunnen zijn. Je hoofd heeft van een vaag roze-oranje een fel karmozijn gemaakt. Te dunne laagjes herinnering (dat puntje-van-je-tong gevoel, er net niet bij kunnen, zo dichtbij, zo dichtbij…) vul je op met van dat spul waar je gaten mee dicht, de boel mee gladstrijkt nadien.

Dit gevoel is terug in de tijd met een tube Alabastine in de hand, je bent de stukadoor van je eigen geheugen. Het is pre-Alzheimer, duiken in het diepe, het is achter dat verdomde konijn aanhollen met zijn mottige zakhorloge. Het is droogneuken op verschraalde grond waar niks meer op groeien kan en toch doe je het keer or keer op keer opnieuw. Het is steeds vaker. Het is iets wat je vroeger niet deed. Geen tijd voor had omdat je bezig was met scheppen van al die zaken die nu in het geheugenkabinet zijn opgeslagen, hoe oningekleurd en met gaten en hobbels ze ook zijn, dat moge duidelijk zijn. Het is intens droef, het is intens fijn, het is dat hevige verlangen en dat ingespannen terugkijken en weten dat je over de helft bent en daar geen enkele spijt van hebt.

Het doet pijn en het is oneerlijk en het is heerlijk. Je weet dat je de boel zit te bedonderen, je zaken verdraait, je aandikt, afdikt, opvult en afroomt. Nostalgie doet pijn en nostalgie verrukt: niet voor niets iets met bitterzoet.

Ik denk aan mijn professor. De man bij wie ik afstudeerde. In naam was ik verbonden aan Amerikanistiek, in mijn hoofd zat ik al een poosje bij de kettingrokende professor en zijn net opgedoekte Polemologisch Instituut, het heette Oorlog en Vrede-studies toen ik er arriveerde. Ik zou promoveren met een studie naar Nationalisme, ik stond klaar in de startblokken en toen ging hij dood. Ik nam wat vakken van hem over, maar bleek in een wespennest terecht te zijn gekomen, de stammenstrijd die had geleid tot het opdoeken van het Instituut bleek omgezet in een soortement Koude Oorlog waar de honden geen brood van lusten. De promovendus van de professor moest niets van mijn komst hebben: hij had zich als opvolger al diens kamer en positie toegeëigend en nu was daar een dartele kaper op de kust, goddank zo naïef dat met wat vilein duw en trekwerk een spoedig vertrek snel was bereikt. Het enige leuke had ik het lesgeven gevonden. Al het andere leek meer op de ontaarde oorlogshandelingen die wij bestudeerden in ons werk.

En toch..en toch..betrap ik mezelf er soms op dat ik terugkijk op deze tijd met een bril met softfocus, met een likje vaseline op de glaasjes en hierdoor minder de casus belli zie die er overduidelijk was. Ik had nooit gedacht dat ik het verstrijken der jaren en het ophalen van herinneren zou omschrijven met een vergelijking waar het woord ‘vaseline’ in voorkwam, maar soit.

Ik hoop dat, mocht ik ooit in de lange tunnel der vergetelheid glijden, er mensen zullen zijn die met mij willen reminisceren. Bewust herinneringen aan lang vervlogen tijden oproepen. Muziek uit de jaren 90 van de vorige eeuw draaien, pearl jam, soundgarden, cranberries. Dat ze ons oudjes oversized t-shirts en wijde pijpen aantrekken, misschien geen leren touwtjes om de nek in verband met verstikkingsgevaar en ook geen furbies want we willen geen flippende bejaarden natuurlijk. En samen Dawsons Creek, X-files, Buffy the Vampire Slayer en liever geen Friends kijken. Mario op de Nintendo, Doom op de pc.

Dat ik mij dan weer daar waan, en alles nét een beetje mooier is dan het eigenlijk was. Dat ik met een glimlach op mijn ingevallen lippen naar mijn tanden op het nachtkastje kijk en met een tevreden gevoel en een aangeraakt hart in slaap val. Dat er een sprankel in de eenzaamheid is, een vuurtje om mij aan te warmen.

Afstandsmoeder

Ongetrouwd en zwanger, jong en onbezonnen, ongewenst of juist gewild, maar óngetrouwd dus lapje voor je ogen bij de geboorte van het kind.

Jouw kind. Zo’n blinddoek was belangrijk, want je pasgeboren baby zien zou toch alleen maar de onthechting in de weg staan. En onthechten moest je, zei je vader, zei je moeder, zei een groepje oude mannen, wel bekend als ouderlingen.

Misschien wilde je je kindje houden, jij lieve grote meid, nog nat achter je oren. Je meisjeskamer vol posters van een verre prins, je dagboek vol met liefdesbrieven aan een misschien iets dichtbijere prins.

Misschien smeerde je moeder je boterhammetjes nog wel, misschien kwam je ‘s middags thuis voor thee en koekjes met een gat, misschien was je ook nieuwsgierig naar de jongen om de hoek.

En dan ben je zwanger en denk toch aan de mensen, wat zullen ze zeggen, de schande, de schaamte, een meisje zonder man, zwanger van een schim. Er wordt voor je beslist, jij bent geen moeder, jij mag niet zorgen voor dit kind.

Jouw kind. En dan moet je weg, nog voor het zichtbaar is, want wat zullen ze zeggen, over de ouders, over je zeden, je moet weg om te bevallen van een kind.

Jouw kind. Je mag het niet zien, het lapje, je mag het niet voelen, maar wie houden ze voor de gek?

Je hebt het kind negen maanden in je gedragen, wat anderen ook zeggen – het is en blijft jouw kind.

Buitenlanders

De man die twee mensen vermoordde in een bioscoop in mijn woonplaats Groningen is neergeschoten en opgepakt op een plek waar ik vaak langskom tijdens mijn wandelingen, op minder dan een kilometer afstand van mijn huis. Ik was benieuwd, sensatiezucht op afstand zeg maar, vermengd met interesse en angst, en keek op Twitter. Ik wou dat ik dat niet had gedaan.

Ik snap woede, ontzetting, angst. Iemand die andere mensen mishandelt, vermoordt : zulke mensen wil je niet vrij hebben rondlopen. Ik ook niet. Maar tot mijn ontzetting, die blijkbaar nóg groter kon worden en tot intense walging uitgroeide, bleek de moordenaar vooral en bovenal een Buitenlander.

Tien minuten Twitter en déze mens heeft een heel vieze smaak in de mond. Praten mensen écht zo over medemensen? De man is in Nederland geboren maar is nu ontdaan van het laagje vernis en ontmaskerd voor wat hij is: riooltuig, vuilnis. Een Buitenlander. Hij moet terug naar zijn eigen land. De grenzen moeten dicht. Moordenaar en buitenlander lijken in elkander over te vloeien, elkaar te versterken, dezelfde etymologie te hebben. Wie A zegt zegt ook B. Moordenaar. BUITENLANDER.

Deze mens, ineens beseffend dat ze dan in de ogen van deze übermenschen óók buitenlander is, kan dan wel schamperen en zeggen dat ze oud is en langer in Nederland woont dan jij, maar in ultimo zijn het toch weer die foreign objects die het hebben gedaan. Die de technicolorversie van een homogeen Nederland, van vreemde smetten vrij, de Madurodamversie met eeuwenoude tradities hoog in ’t vaandel, komen omvolken, homeopathisch verdunnen tot er niets van het raszuivere volk meer over is.

Ik wist dat het erg was, mensen. Dat de verdeeldheid en de haat welig tieren, dat je niet meer eclectisch shoppend je mening mag vormen. Maar dit virulente vitriool beneemt me de adem. Mijn buitenlandse adem. Ik begrijp dat sommigen van jullie me daarvoor dankbaar zouden zijn. Weer een Buitenlander minder die ademhaalt is goed nieuws, nietwaar?

Enkele voorbeelden van tweets van hoeders van het Volk:

•Moordenaar van schoonmakers bioscoop Groningen is Ergün Senarabaci (33). …weer ‘n buitenlander, en zoals gebruikelijk al eerder veroordeeld en toen niet uitgezet naar land van andere paspoort. Dit Kabinet heeft echt bloed aan de handen!

•Moordenaar, 9 van de tien keer zijn het buitenlanders, gepakt op Hoendiep Groningen vlakbij tankstation, had mes en werd neergeschoten door de politie. Dader leeft helaas nog. ….en VVD CDA D66 CU worden bedankt voor ‘t niet uitzetten na eerdere veroordeling. Twee Nederlanders dood.

•Gevalletje van INCEST! Ze zetten dit soort zwakzinnigen op de wereld. Familie/neef,oom,tante ze doen het allemaal met elkaar!!

•Had Groningen, had Nederland maar deze Hongaarse burgemeester als bestuurder van deze stad / ons land gehad. Dan hadden deze twee slachtoffers nu nog geleefd. Dus als het om de (BESTUURLIJKE!!) schuldvraag gaat….

•Opmerkelijk dat niet wordt gezegd hoe hij het echtpaar heeft ‘toegetakeld’. Is dit om islamitische karakter van de moorden te verbergen en het allemaal te gooien op ‘geen medicijnen’?

•Precies. Als een autochtoon zoiets zou doen zouden de details en de wreedheid van de daad nog weken te horen zijn op alle linkse media.

•Altijd weer die kutbuitenlanders! #grenzendicht

•En alweer een gezin kapot gemaakt. 2 hard werkende mensen vermoord, waarschijnlijk voor geld. Slechts een voorbode van de lange reeks overvallen en moorden die ons nog te wachten staat. #grenzendicht

•Nu punt nl heeft het over ” geschokt door de doding…” ze zijn afgeslacht door een gelukszoekende moslim met een strafblad.#noislam

•Dat je vermoord wordt is al erg maar door een moslim dan maakt het nog een stuk erger wat haat ik dat KUTVOLK.

•Onthoofden is nogal in de mode bij dat afval van IS.

•Waneer nemen we het recht in eigen handen om al die vieze vuile buitenlanders het land uit te schieten.
Dit soort ‘ongeleide projectielen’?

•Het mag best specifieker hoor. Ik zal je even helpen met een foto van de dader. Wat valt je op? Jaja durf je het te zeggen?

En dan.. een baken van redelijkheid. Het kan nog, er is nog hoop. Goddank:

‘ blijft bizar Joost…dat een Verwarde Nederlander gewoon verward is maar zodra het een Niet Nederlandse dader is, er direct allerlei religieuze aspecten meespelen en het een aanslag is. Ik ben blij dat ik mensen nog gewoon als mensen zie zonder waarde te hechten aan afkomst.’