Duimpjesdouche

Iets snedigs, dat wil men lezen. Iets vuigs. Iets waar flink wat spuugklodders, een knalrood hoofd, een vervaarlijk kloppende ader in de nek bij komt kijken. Schrijf een rauwe rant over een gemeenschappelijke ergernis, geef veilig af op de klootzakken aan de overkant, rep over een onverlaat aan de buitenring en deel heel misschien een plaagstoot uit aan de eigen bovenklasse, zogenaamd om scherp te blijven, en ze eten uit uw hand.

U kunt het ook over de vertederingsboeg gooien. Dan dient u uw lezers te overladen met de literaire equivalent van een paar bruine puppy-ogen, met zachtmoedige melancholie, sus ze in slaap met verhalen van vervlogen tijden, pijnlijke liefdes, existentiële enzaamheid, onbeantwoorde liefdesbetuigingen aan verdwenen decennia en de doden, afgetopt met een vleugje van hoe het vroeger altijd beter was. Er valt misschien geen droog brood te verdienen met zuurstokroze- of juist inktzwarte sentimentaliteit als handelsmerk, maar u zult gekend zijn, door velen heimelijk bemind.


Wat het ook goed doet is herkenbaarheid. Eigenlijk had deze tip om naam te maken bovenaan moeten staan. Schrijf over iets waar de meerderheid zich in herkent en u wordt gegarandeerd gelezen. Mensen smullen van wat ze allang weten. Van wat ze elke dag zelf doen en elke dag zelf waarnemen. Niets bekoort de voortsukkelende middenmeute meer dan lezen over het eigen leed. Dat kun je dan op quasi-jolige toon te berde brengen, jij als heraut van de ‘ongemakkelijke’ waarheid. Een gebbetje over de ongemakken van de stoelgang na een week oliebollen of de ellende van voordringende kadavers op de markt, jengelende kinderen in de bus, poep op de straat, haren in het doucheputje, mondmaskers, onbehoorlijk lange wachttijden bij de huisarts waar we ook wel weer begrip voor hebben, ziekenhuiseten, seksende buren als u net wilt gaan slapen, loslopende katten die uw tuin volschijten of al die lieve schattige vogeltjes vermoorden, ouderdomsvlekken en het eeuwige gevecht tegen de kilo’s, vrouwen van boven de vijftig, het leed dat vuurwerk heet of juist het leed dat vuurwerkhatende nazi’s heet, boomers, millennials, terugstromende drollen uit een wc-pot na een hevige regenbui omdat je in een huis met verouderde buizen woont en natuurlijk treinterreur (deze is bijna ad infinitum uit te melken met diverse subcategorieën, te denken valt aan: in de coupé: patatje oorlog etende asocialen, bellende hufters, mensen die hun badkamerituelen mee de trein in nemen en zonder gêne in de weer gaan met nagelknipper- en vijl en die nagels vervolgens op hun dooie akkertje gaan lakken, deodorant spuiten, epileren en God mag weten wat nog meer, en personen die x-hamster kijken zonder oortjes. Ook op het perron valt ruimschoots materiaal voor een ‘herkenbaar stukje’ te vinden. Hierbij kun je denken aan, om er slechts een paar te noemen: mensen die nog steeds roken ook al is de prijs van een pakje sigaretten al tegen de 25 euro en moeten ze inmiddels fruit laten staan om hun longen te kunnen blijven asfalteren en ook groente als ze de voiceboxen die ze binnenkort nodig hebben ook nog willen bekostigen, en die dan menen te mogen roken op plaatsen waar ze ook jouw lichaam blootstellen aan een vroegtijdige dood, tongzoenende emo’s, lawaai dat van 8000 kanten op je in beukt, uitvallende treinen door blaadjes op het spoor of zo’n onbehoorlijke springer, hoe durft ie, geuren van geroosterde beesten en wederom die misselijkmakend weeïge lucht van patat met pindasaus. Laten we zeker de horde mensen voor naast en achter je niet vergeten die in een soort wave van lillend vlees en masse de deuren naar Mordor bestormt als het ‘ready to enter’ sein gegeven wordt. Ik kan hier nog uitweiden over het loket en loslopende conducteurs, maar dat laat ik omwille van de leesbaarheid en de kort-ende-bondigheid maar even buiten beschouwing) en laten we dat vermaledijde alomvertegenwoordige Nederlandse rotweer niet vergeten.


Je kunt ook de Sylvia Witteman-benadering nemen. Schrijf over de alledaagse dingen maar dan niet met die zogenaamd vrijpostige kwinkslag, geen herkenbaarheidsgekkigheid dit keer, nee: schrijf over de kleine gebeurtenissen alsof het unieke pareltjes zijn. Mensen houden van kijken naar de nieuwe kleren van de keizer. Ze smullen van iets geserveerd krijgen dat wordt gepresenteerd als driegangenmenu, maar wat eigenlijk opgewarmde magnetronstamppot van eergisteren is. Het werkt, mensen, echt, geloof me. Als u wilt opvallen moet u schrijven over wat iedereen al weet. De truc is om het te brengen op een manier dat mensen zichzelf en hun gedragingen op een plezierige manier op de hak genomen voelen (en dus niet te kakken gezet of afgeserveeerd als klapjosti’s), of dat men uw uitgekauwde onderwerp leest en denkt: oh, dit is héél bijzonder en spot-on omschreven allemaal. Neem maar van mij aan: het wérkt. Het zal superlikes regenen. U zal de ontvanger van een duimpjesdouche zijn. Een onsje meer en er valt u wellicht een waterval aan hartjes ten deel. Nog even en u kunt geld gaan verdienen als literaire wereldster met een patrionpagina en een eersteklasboekdeal in da pocket.


Schrijf vooral niet buiten de comfortzones van uw incrowd. Ga niet tegen de heersende mening in, verkondig geen ongemakkelijke alternatieve ideeën, zeker niet als ze van de overkant van het gepolariseerde touw komen en breng deze dan vooral niet als absolute waarheden. Het moet wel gezellig blijven. Schrijf ook geen doorwrochte lappen tekst waar u dagen of weken op hebt gezwoegd. Het zijn paarlen voor de zwijnen, zonde van uw tijd en slecht voor uw gemoed. De mensen houden niet meer van lastige woorden en lange zinnen, hun aandacht past tegenwoordig in maximaal twee tiktoks, dus hou het kort en bondig, liever een zin met drie woorden dan eentje waar…afijn, u was de draad alweer kwijt. Onthou dus goed: niemand zit te wachten op uw eventuele talent, wel op herkenbaar vermaak en dit dan in simpele, pakkende taal.


En nu we toch bezig zijn: plaatjes zijn meestentijds beter dan tekst. Ik weet dat u het vak van schrijver ambieert en hier misschien van schrikt, maar heus, ook bij een leuk plaatje kunt u tekst kwijt. Schrijf een pakkend onderschriftje, bijvoorbeeld. Vat de door u gekopiëerde meme of foto samen in een regel of twee! Dat is geen sinecure, onderschat het niet! Als u als aspirant schrijver wilt opvallen in de constante stroom mensen die ook op unieke wijze willen opvallen, kunt u echt het beste beginnen (en hoogstwaarschijnlijk ook eindigen) met beeld. Geen hond zit nog op inhoudelijke teksten te wachten en niets vangt de essentie van een onderwerp beter dan een kek plaatje of filmpje dat viral kan gaan. Nog beter: vat uw tekst samen in een filmpje waar u de horlepiep danst! Ik weet dat het tegenstrijdig, zo niet als vloeken in de kerk klinkt, maar als u werkelijk naam wilt maken als schrijver word dan plaatjesplemper!

Succes verzekerd, ouwe contentcreator, break a leg!

schuld

Of je herstel moet betalen aan Polen voor de ellende van de oorlog die je daar bracht tachtig jaar terug,

of dat je afstammelingen van mensen die per spoor daarheen werden vervoerd en hun “laatste rustplaats” vonden in de gaskamers die je daar bouwde in het heden moet compenseren,

dat is in ieders ogen een ander verhaal, elk gebaar, een welwillend uitgestoken hand of een palm afwerend geheven in onwil, leidt onverbiddelijk tot iemands klacht.


Maar wacht! Moet je dan ook herstel betalen aan de mensen die kwamen uit hen die zonder inspraak of aandeelhouderspakket en op brute wijze werden veroordeeld tot een leven van werken aan de rijkdom van de mensen uit wie jij bent voortgekomen zo’n 170 jaar later?


Ook dat is in ieders ogen een ander verhaal, een lappendeken gehaakt uit god mag weten hoeveel eigen meningen, je hoopt op één waarheid in de zaal maar zit opgescheept met 360 graden waarheidsvinding gebaseerd op niets anders dan, precies, weer een eigen mening.

Ik geef het je te doen, maar valt hier iets van te leren of is het zo dat ieders behoefte te worden erkend, gezien te worden als mens dat onrecht is aangedaan, onverbiddelijk leidt tot alweer een afwerend gebaar, een in afkeuring op gestoken hand of een klacht van een ander die onvermijdelijk verzandt in polariserend gekijf.


Waar begint en eindigt een schuld en wat is wiens verantwoordelijkheid? Is een rekening ooit vereffend, kan een gat in een geschiedenis ooit helemaal gedicht?


En hoe zit het met oorlog, twee strijdende partijen en eentje delft het onderspit en van wie is dan het land dat de winnaar claimt en hoelang duurt het tot de statenloze niet meer statenloos is.


Van wie is het land waarvan de verliezer is verdreven, wie bekommert zich om de kinderen van de kinderen van de mensen die de bommen hoorden inslaan en waar moeten zij nu leven?


Van wie zijn de Koerillen, van wie is de Westoever, Köningsberg? Het landjepikken na een oorlog, is de een erger of zijn ze allemaal even erg?


Wat is de geldigheid van een keuze, een militaire operatie, een daad van agressie, zelfs eentje van verzet? Wie vecht een oorlogsbuit aan, wie betwist iemands leed, wie bekommert zich om de miljoenen onheemden en wie staat stil bij de doden, die als onwelriekende mestvalen, als ongewenst kaf de glans van een overwinning ontsieren, waar zijn de mazen in het op macht beluste net?


Wie ontfermt zich om de mensen op drift, de mensen die van hun bed werden gelicht, zij die wisten te ontkomen en niet stierven door kogels en terreur, de mensen die werden verdreven maar nu nacht aan nacht dromen van de dood, in angstaanjagende echtheid, met een gekantelde tafel tegen de deur.


Wie is verantwoordelijk voor de mens op de vlucht, de mens die door toedoen van een ander alles verloor?


Als de met bloed besmeurde winnaar zich niet over de ontheemden ontfermt, het gezuiverde land hernoemt, een vluchteling van zijn wortels scheidt, wiens taak is het dan zijn deur te openen, bij wie vindt iemand die niks meer heeft gehoor?


Wie is verantwoordelijk voor de mens op de vlucht? Wiens schuld is het dat iemand lijdt onder de wreedheden waaraan zijn voorouders honderd jaar geleden zijn blootgesteld?


Waar begint en eindigt een schuld en wat is wiens verantwoordelijkheid? Is een rekening ooit vereffend, kan een gat in een geschiedenis ooit gedicht?


Is het altijd de compassie die als eerste sneuvelt in een strijd? Is er iets daadwerkelijk wezenlijks dat strijdende mensen van elkaar scheidt?

kutvogel

Ik had me net op de bank genesteld, tegenwoordig een hele onderneming met vierhonderd fleecedekens en twaalf kruiken, toen een of ander vliegend ongedierte de cloaca openzette en zijn of haar darminhoud pal voor mijn uitzicht op het raam losliet. Een enorme flats grijs-witte derrie, toch bijna een liniaallengte lang, ontsierde nu de ruit. Je kunt er op zo’n moment voor kiezen het voorval te negeren. Laten we wel wezen, zo’n beest doet ook alleen maar wat ie moet doen, aandrang is aandrang nietwaar en op de rand van een dakgoot zitten en dan je ding doen is nou niet precies tegennatuurlijk. Het was vast ook niet persoonlijk, al wil ik er gelijk aan toevoegen dat het wel zo voelde, maar we weten allemaal dat een gevoel niets meer is dan een gevoel dus dat telt niet, al dat moderne gezever over de suprematie van het gevoel ten spijt is het belangrijk om je bewust te blijven van het feit dat gevoel net als jeuk is: dat gaat ook wel weer voorbij.


Goed, waar waren we gebleven. O ja. Een vogel had op mijn raam gescheten en me mijn uitzicht ontnomen. Ondanks het feit dat het beest ongetwijfeld niet bewust mij mijn levensplezier ontnam en ik wist dat het zinloos was met hem in discussie te gaan, was ik dusdanig getriggerd dat ik voor ik er zelf erg in had alle acht miljoen dekens van me had afgeworpen en al in mijn panterbadjas in de deuropening stond om de vogel die zich zojuist van zijn darminhoud had ontdaan aan te spreken. Het zou kunnen dat ik dit deed op een minder dan neutrale toon. Zoals ik al zei: ik was in getriggerde staat, dus als het je stoort: jammer dan. Het was steenkoud buiten. Er kwamen wolkjes uit mijn mond toen ik het pleurisbeest, dat nog steeds in de dakgoot zat, bless his innocent cotton socks, ongetwijfeld met de resten van zijn misdaad nog in de veren rond zijn poepgat, aansprak op zijn wanstaltige daad, want dat was het, hoe natuurlijk en normaal het dan ook moge zijn.

‘Hé, jij daar, volgevreten mormel! Wat denken we dat we aan het doen zijn?’


De meeuw, want dat was het, zo’n geval met een zwarte kop en kapsones, leek niet in het minst onder de indruk van mijn aanwezigheid.


‘Nou, dat zal ik je vertellen, pleurislijer! Ik heb zonet je raam een beste beurt gegeven! En niet om het een of ander, ik zou dat ‘we’ maar weglaten want we weten allebei dat jij nog liever door een baviaan wordt aangerand dan dat je in het openbaar je toges laat wapperen!’


Ik probeerde te reageren, dit brutale kreng moest eens even goed de waarheid horen, maar de kokmeeuw onderbrak me.


‘…Stil jij, ik was nog niet klaar! Ik wilde er graag nog aan toevoegen dat je niet hoeft te vragen of ik het zelf ga opruimen want waar zie je me voor aan? Heb je ooit een vogel gezien die zijn eigen uitwerpselen opruimt?’


Ik trok mijn mondhoeken naar beneden en mijn wenkbrauwen omhoog en blijkbaar was dit voor die kakelende rat met zijn armetierige vleugels genoeg om aan te nemen dat ik onder de indruk was.


‘Ja ik zie het al, je begint het licht te zien. Dat heeft jouw soort altijd als ik van me laat horen. Zie het als een kakdootje, je mag me bedanken. Geen dank.’
Hij krijste hard en vals, vast om zijn eigen enorm ongrappige grap.


Ik was zo met stomheid geslagen door de volstrekte onbeschaamdheid van het stuk genetisch afval dat niet alleen mijn raam had volgescheten maar me ook nog probeerde te gaslighten dat ik hem dankbaar moest zijn, dat ik alleen maar met mijn hoofd kon schudden. Mijn mond klapperde open en dicht maar er kwam niets uit.


‘Ja, daar ben je stil van he, ouwe muffe modderkop! Geeft niet hoor, ik deed het met liefde. Sayonara!’


En weg was hij, kakelend en al. Ik draaide me om en haastte naar binnen om schoonmaakmiddel en een wc rol te pakken, onderwijl deze over het paard getilde meeuw vervloekend. Beste mensen: vogels, alle vogels als het even kan, maar deze kutvogel in het bijzonder: ze zouden verboden moeten worden.

gewoon

Je moet nooit met ik beginnen als je een tekst schrijft
Je moet beginnen met je linkerbeen als je je afdroogt
Je mag niet over nare dingen praten tijdens het eten
Je mag geen melk en vlees in één maaltijd nuttigen
Je moet zelf weten wat je eet maar van pindakaas krijg je kanker
Je mag geen varkensvlees eten
Je moet je niet zo aanstellen
Je moet geen vitaminepillen nemen
Je moet zelf weten wat je eet maar eieren zijn de menstruatie van een kip
Je moet twee minuten je tanden poetsen
Je moet vitaminepillen nemen
Je moet zelf weten wat je eet maar van transvetten krijg je kanker
Je moet iemand aankijken als je met hem praat
Je moet elke dag 20 minuten met je gezicht en handen onbeschermd in de zon
Je moet met je voeten op de witte stukken blijven
Je moet melk drinken want melk is de witte motor en melk is goed voor elk
Je moet je elke dag insmeren met een SPF tegen de zon
Je mag maximaal twee eieren per week nuttigen
Je moet niet met je tanden knarsen
Je moet niet zo gevoelig zijn
Je moet kip eten want kip is het veelzijdigste stukje vlees. Kip.
Je moet altijd op een vrouw stemmen
Je moet niet zo aanwezig zijn
Je moet je benen, je bikinilijn, je oksels scheren en je snor harsen en je wenkbrauwen epileren en je haar en je wenkbrauwen en wimpers verven en je tanden bleken
Je moet de trollen niet voeren
Je moet eens wat beter je best doen
Je moet het gewoon doen
Ik moet gewoon doen.

tot stof

De wereld staat in brand zeg je hardop tegen jezelf, in de spiegel, op de wc, lopend op het strand en je weet je dat mensen net als jij,
eeuwen terug, rij op rij, hetzelfde hebben gezegd. Je weet dat de wereld altijd brandt en branden zal tot hij vergaat. Tot de zon barst en
een einde aan alles maakt wat is en niets is zoals het was. En toch, er is zoveel aan de hand, de druk op je hoofd te groot. Of is het je hart?
Is dat te week, te zacht? Ben je een slappeling omdat je zintuigloos wilt zijn, in vacuüm verpakt? Je wilt vluchten, nee, je hoofd ondergronds,
je wilt schreeuwen, je wilt smeken tot de oorlog stopt, het zinloze vechten en moorden om eer en trots, om ingebeelde geschiedenis, om
stukjes grond, om niemandsland dat taal noch kleur bekent, dat geen voorkeur heeft voor de mens die de gewassen plant. Land dat enkel is
en observeert hoe weer een nieuwe lichting gretige knapen door geweld neer zal zijgen en met de tijd van overhoop geschoten lichamen
in compost en ten langen leste tot stof wederkeren zal. Stop dan toch met met branden, stijg in vredesnaam boven jezelf uit, schreeuw je
de eindeloze ruimte in terwijl je de spiegel de rug toekeert, de wc doortrekt, het strand verlaat en het pad naar de duinen beklimt.

Waarom strijden om land dat ons allen toebehoort, doden omdat iemand ’t je beveelt, maar er is niemand die je hoort. Het is windstil.

Voorbij het ego

Het voelt alsof mijn ego in 2022 niet alleen zo sterk vermagerd is dat het bijna niet waarneembaar meer is, maar ook dat het zich heeft ingeschreven bij een nudistenverenging. Dun en naakt ben ik en ik heb geen enkele behoefte meer te eten dan noodzakelijk of iets aan te trekken om opgetrokken wenkbrauwen van de medemens te voorkomen. Dit is wie ik ben, mensen, lijkt mijn ego te zeggen, je doet het er maar mee. De behoefte om op te vallen is zo zeer gereduceerd dat ik nauwelijks nog schrijf om gelezen te worden; dit stukje tekst is het eerste in lange tijd. 

Ik scrolde van de week voor het eerst in lange tijd weer door mijn socials en zag de mensen hun werk aanprijzen, hun leven uitbundig delen met de online buitenwereld en ik voelde geen enkel behoefte hetzelfde te doen. Dat is een vreemd gevoel voor een nooit-doorgebroken schrijver die een jaar geleden bijna in een zwart gat belandde vanwege de tegenvallende verkoop van haar nieuwste roman. Wat zeg ik: bijna onverkochte roman. Ik had jaren aan dit boek gewerkt en geen hond had het gekocht. Ik was er kapot van, ook al had ik me voorgenomen geen fuk erom te geven. 

Ik had mijn boek ad infinitum geplugd op Facebook en nog was het maar 60 keer verkocht. Door alle enthousiaste reacties van ‘vrienden’ onder mijn berichten over het boek was ik bijna gaan geloven dat het boek zichzelf wel zou verkopen, maar zoals de uitdrukking al zegt: geloof niet alles wat er op social media wordt gezegd. Het boek verkocht niet, wat ik ook deed, hoeveel foto’s, recensies en stukjes uit en over het boek ik ook plaatste. Punt.

Ik had mezelf wijs gemaakt dat ik niet van social media af kon omdat ik het netwerk nodig had om mijn boeken te verkopen. Om een platform te hebben voor alle stukjes die ik schreef. Stukjes die weer konden dienen als douceurtjes tot een nieuw boek verscheen (al schreef ik de meeste stukken toch wel, mijn vingers jeukten altijd), maar de waarheid is dat anderhalve iemand en een paardenkop het boek kocht, ondanks alle gratis stukjes en zelfpromotie. 

Het is een veelvoorkomende gedachtengang van (niet wereldberoemde) schrijvers, dat je social media nodig hebt om in zicht te blijven. Gezien worden, in beeld blijven, zodat mensen je boeken lezen. Het is ook de reden dat veel auteurs druk voelen om eens in de x-tijd leuke/jolige/waargebeurde/idiote/ontroerende stukjes of foto’s van zichzelf op een signeersessie met een paar opgewonden fans op Facebook cs te plaatsen. Je moet de mensen warm houden, in beeld, weet je nog, als je niks post zijn ze je vergeten en verkoopt je nieuwe boek niet en heb je het aan jezelf te wijten. 

Het is dat cirkeltje waar je maar niet uitkomt, dat zichzelf in stand houdt en dat in mijn geval begon aan te voelen als een gevangenis. Je moet online aanwezig zijn, jezelf ‘verkopen’ om je schrijfkunsten te kunnen verkopen, iets wat voor mij helemaal niet natuurlijk aanvoelde, me behoorlijk veel moeite kostte, en als dan ook nog aantoonbaar is dat a niet tot b leidt -wie hou ik dan voor de gek? Waarom ben ik dan nog online aanwezig? Ik had geen excuus meer. 

Ik was er klaar mee en dus stopte ik met social media. Als ik online aanwezig was om gezien te worden, zogenaamd om mijn boeken te verkopen, maar die verkochten niet… dan moest het maar eens afgelopen zijn. En ja, ik moest ook afkicken van al die egoboostertjes die likes en hartjes in feite zijn, maar die sneller vervliegen dan een lurk van een lachgasballon en die heel hol resoneren in de wereld van vlees en bloed.  Steeds meer, sneller, vaker, heb je er ook van nodig om je gezien te voelen, je ego te voeden en als de stroom opdroogt voelt het of dat ego krimpt. Ongezien en onbemind, want niet geliked of geloved. Wat een absolute armoede.

En nu, acht maanden later, zwengelde ik de socials weer aan en ontdekte ik dat ik de onophoudende stroom berichten me niet echt meer kon bekoren. Ik had sommige mensen gemist, dat wel, maar het gros van wat ik las voelde sleets en monotoon aan. Groundhog Day, man. Best een rare gewaarwording als je tot acht maanden ervoor elke dag minimaal een uur van je dag doorbracht met het lezen van de wederwaardigheden van anderen. En, nog raarder: Ik voelde zoals gezegd geen enkele behoefte ook over mijn dag, wandeling, vakantie, ritje met de bus, lees- en schrijfervaringen, seksleven of kinderen te schrijven. Het afgelopen half jaar heb ik wel geschreven aan een manuscript en er kwamen ook wat verhalen en blogs uit mijn vingers, maar slechts enkelen daarvan vonden hun weg naar mijn website. Ik had geen idee wie daar kwam, en wie wat las, wat wel een beetje kaal en vreemd aanvoelde in het begin. Ik voelde me als een vleermuis die signalen uitzond maar niet wist of deze werden opgepikt. Er kwam geen echo terug. In eerste instantie was het een wat beangstigend en eenzaam gevoel, maar gaandeweg ging die onzekerheid over in een verrukkelijk ontnuchterende en in ultimo rustgevende ervaring. Het maakte me niet echt meer uit wie me las. Of ik gelezen werd. Ik bestond toch wel. Ik hoefde maar naar de spiegel te lopen om mezelf te zien, daar had ik geen anderen voor nodig. Ik had ook niet de bevestiging van anderen meer nodig; ik maak zelf wel uit of iets wat ik schrijf, componeer of maak de moeite waard is. Natuurlijk, met deze nieuwe houding, met dit minimalistische ego, verkoop ik geen enkel boek, maar dat verkoop ik ook niet met een ego dat afhankelijk is van de goedkeuring en lof en duimpjes van anderen. 

Nu nog afwachten hoe die magere naaktlopert in mij zich houdt als het manuscript af is. Als het riedeltje dan weer van voor af aan begint dan moet u bovenstaande maar als een poging zien mezelf te overtuigen en mijn gebazel afdoen als veel geblaat en weinig wol.

zwaartekracht

Je stapt uit bed en voelt het kraken
Je denkt: nu is dan Het Moment
Aangebroken dat je echt oud bent.
Dat je niet meer lichtvoetig door het leven stapt maar elke stap voelt duwen

steeds zwaarder, dat niets meer vanzelf lijkt te gaan, is zoals het was.


Je bent bang dat de zwaartekracht het van je winnen zal


Dat je huis niet stevig blijkt maar vol gaten en kieren waar de wind je omver door zal blazen dat je kou vat en je ziekelijk maakt. Je aan bed gekluisterd raakt en de wereld elke dag opnieuw zonder jou zal draaien.


Dat je huis niet stevig is en toch als een gevangenis voelen zal, krakende piepende planken en verduisterde ramen die het zonlicht bij je weghouden en het geluid en de aanraking van de mensen die je liefhad smoort.


Laat de tijd geen vat hebben op mijn vermogen lief te hebben denk je. Op mijn vermogen te worden gezien voor de mens die ik was en nog altijd ben. Laat me niet verdwijnen in een schaduw van mezelf, in een negatief van het beeld dat men van me had.


Laat het smeer tussen mijn botten er voor altijd zijn, bid je vurig. Je bent bereid je ouderdom te dragen zolang er maar beweging in je blijft.

anatomy of een akelig mannetje

Ik keek vorige week naar de miniserie Anatomy of a Scandal op Netflix, over een overgepreviligieerde Oxfordmeneer, veertiger en minister, zo eentje die zegt dat hij door hard werken en de juiste keuzes op de plek waar hij nu is terecht is gekomen, maar waarvan zijn vrouw zegt dat die twee helemaal niks te maken hebben met de plek in de maatschappij die hij bekleed. Het is namelijk klasse, privilege en onnoemelijk veel geluk die hem die positie hebben bezorgd. En dat hij haar dan wezenloos en misschien zelfs verbijsterd aanstaart, want het idee dat hij minder hard zijn best hoeft te doen in het leven om meer geld en macht en status te vergaren dan Jan met de pet, dat gaat er bij hem niet in. Dat kan eenvoudigweg niet kloppen. Hij veinst niet.


Deze man wordt beschuldigd van verkrachting door zijn voormalige minnares. Hun beider verhaal van het voorval begint hetzelfde: er werd gezoend in een lift. Met wederzijdse instemming. Daarna komt het verhaal van de twee sporen: de ene zegt dat het tegen haar zin was, het was ineens ruig, haar blouse werd losgescheurd, er wrd een beet in haar borst gezet, en de ander zegt dat hij nooit iets zou doen dat een vrouw niet zou willen en dat hij haar bevriezen niet heeft opgemerkt. Er werd gepenetreerd. Wat als wederzijds seks begon eindigde in verkrachting. Hij had niet naar haar geluisterd. Niet de signalen opgepikt. Was te gefocust op zijn eigen frustraties kwijtneuken dat hij haar uit het oog was verloren, vergeten. Hij snapt niet hoe zij hem van zoiets onbeschrijfelijk gruwelijks als verkrachting kan beschuldigen. Zijn carrière staat op het spel, zijn reputatie. Bovendien, ik zei het al: een man als hij doet zoiets niet. Nooit. Het moet wel rancune, wraak zijn omdat hij het eerder heeft uitgemaakt.


En dan blijkt er in het verleden een voorval volgens akelig eendere lijnen te hebben plaatsgevonden. Het moment dat de man, briljant gespeeld door de acteur die ook Peter Quinn in Homeland speelde, de symmetrie ziet, het patroon, door heeft dat de manier hoe hij de wereld aanschouwt misschien onderdeel is van een probleem, dat HIJ misschien wel het probleem is, dit moment is werkelijk episch. Hij is het ook snel weer kwijt, die nanoseconde van zelfreflectie, alles is met een paar keer knipperen natuurlijk weer terug bij het oude -weggespindoctord, onder kleden geveegd, zoals dat gaat met die invloedrijke mensen aan de top. Maar dat terzijde, althans voor dit verhaal. Dat moment, die schok, die paniek: je ziet het allemaal op zijn gezicht. Je voelt het in je eigen lijf. Meesterlijk verbeeld vond ik het.


Het was voor mij ook een bliksemschichtmoment. Het kan écht, dacht ik toen, het kan écht dat iemand zó geprivilegieerd is opgegroeid en zo beschut en afgeschermd van de emoties en belevingswereld van andere, minder gefortuneerden heeft geleefd, dat hij of misschien ook zij écht niet in kan zien dat zijn acties, handelingen en woorden niet zo worden ontvangen als dat hij ze bedoelde. Of misschien dat hij of misschien zij nooit heeft hoeven stilstaan, en zodoende nooit stilstaat, bij een ander, dat die ander slechts een gebruiksvoorwerp voor hem is, in dienst van zijn voortgang, behoeftes, wensen. Dat iemand een door hem geïnitieerde handeling misschien als aanranding of verkrachting ziet, terwijl hij zeker weet dat het met wederzijdse instemming was, ze zoende hem immers een paar minuten eerder toch?, is voor hem niet te bevatten. Het past niet in zijn belevingswereld.


Curieus. Zo weinig empathie en toch bovenaan de ladder van de macht. Macht over de mensen die jij niet begrijpt of geen geduld voor hebt of niet begrijpen wilt. Verbaasd ben ik niet, ik ben wat belegen maar leef niet helemaal onder een steen. Het laddertje dat voorrecht heet, de veilige hoge toren en de volledige disconnectie van mensen waarover jij je zou moeten ontfermen is zo oud als de wereld natuurlijk en is hier in deze serie meesterlijk uitgebeeld.

Gerrit

Mijn lievelingsleraar is dood en ik huil brokken met tuiten.


Er zat een brief in de brievenbus onder iets van de belastingsdienst en blijkbaar leert een mens ergens in zijn leven een brief met een randje te herkennen als aankondiger van een verscheiden.
Op een zondagochtend ging hij, las ik toen ik de envelop had opengemaakt en zag dat het om iemand ging waar ik al sinds mijn veertiende van houd. Mijn allerliefste leraar wiskunde, met zijn zware stem, zijn brede zwemschouders. Zijn Vrije Schoolse neigingen.

Dag lieve Gerrit, dag Olympiër, dag man die altijd in mij geloofde, vooral als ik dat zelf niet deed.

‘Militaire operatie’

Bronja Prazdny

Gisteravond kwamen ze dan toch. Langverwacht, maar elke keer als ik ze had voelen branden, waren ze ook weer opgelost. Nu vloeiden ze rijkelijk over mijn wangen. Mijn strot deed pijn, alsof er gruis in vastzat. Tranen.

Zoveel tranen en pijn, om oorlog, om leed van mensen die ik niet ken en nooit zal leren kennen omdat ik hier woon en zij daar. Omdat ik in een warm bed dit schrijf en zij in een donkere schuilkelder zitten of zijn verdwenen, onder puin, op een trein gezet of omdat ze dood in een massagraf liggen met vastgebonden polsen. Ik huil om de mensen die studeerden, systemen beheerden voor een gemeente ergens, brood bakten in een bakkerij in een afgelegen oord en nu al acht maanden met een kalasjnikov in de handen in de overleefstand staan. Ver van school, huis, haard, computer, oven en de warme omhelzing van een geliefde.

Tranen om deze mensen

Ik huil om de mensen die deze mensen moeten missen, om de kinderen die niet naar school kunnen omdat hun scholen zijn verwoest en hun leerkrachten vermoord, verdwenen, gedeporteerd. Ik huil om de vrouwen, de jongens, de meisjes, de bejaarden, de baby’s die worden mishandeld, verkracht, om de dieren die geen veilig thuis meer hebben omdat hun baasjes zijn gevlucht en nu de puinhopen afstruinen op zoek naar eten en een warme mand. Ik huil om de kou die weldra komt en alles zoveel erger maakt.

Ik huil ook om de jongens die naar een oorlog zijn gestuurd die ze geen oorlog mogen noemen, maar waar ze desondanks bij bosjes sterven en als ze niet sterven worden ze gek van de realiteit, van de drank en de drugs en de stank. Van de dood die overal is en van de angst, van de dingen die ze zien en met hun zogenaamde broeders en zusters moeten doen. Zo van achter je playstation een ‘militaire operatie’ in.

Huilen om zinloosheid

Ik huil uit onmacht om zoveel zinloosheid. Uit woede om de waanzin van die eenling die daar in Moskou zetelt op zijn keizerlijke troon en al die vazallen die hem niet stoppen uit angst uit een raam te vallen of tegen een beker gif aan te lopen. Ik huil om ons, de mensheid, een jij, een ik en alle anderen, om ons onvermogen boven ons ego uit te stijgen, om die perfide behoefte aan macht die ons telkens weer in haar klauwen lijkt te hebben.

Hoeveel vierkante meters land heeft een mens nodig, hoeveel mensen moeten er sterven eer iemands leegte is gevuld.

Wanneer is het genoeg, jij oneindig opgeblazen kikker die maar niet knappen wil.

Ik aai de kat over haar dikke vacht. Keer op keer op keer, ik aai en aai en aai. En huil