schuld

Of je herstel moet betalen aan Polen voor de ellende van de oorlog die je daar bracht tachtig jaar terug,

of dat je afstammelingen van mensen die per spoor daarheen werden vervoerd en hun “laatste rustplaats” vonden in de gaskamers die je daar bouwde in het heden moet compenseren,

dat is in ieders ogen een ander verhaal, elk gebaar, een welwillend uitgestoken hand of een palm afwerend geheven in onwil, leidt onverbiddelijk tot iemands klacht.


Maar wacht! Moet je dan ook herstel betalen aan de mensen die kwamen uit hen die zonder inspraak of aandeelhouderspakket en op brute wijze werden veroordeeld tot een leven van werken aan de rijkdom van de mensen uit wie jij bent voortgekomen zo’n 170 jaar later?


Ook dat is in ieders ogen een ander verhaal, een lappendeken gehaakt uit god mag weten hoeveel eigen meningen, je hoopt op één waarheid in de zaal maar zit opgescheept met 360 graden waarheidsvinding gebaseerd op niets anders dan, precies, weer een eigen mening.

Ik geef het je te doen, maar valt hier iets van te leren of is het zo dat ieders behoefte te worden erkend, gezien te worden als mens dat onrecht is aangedaan, onverbiddelijk leidt tot alweer een afwerend gebaar, een in afkeuring op gestoken hand of een klacht van een ander die onvermijdelijk verzandt in polariserend gekijf.


Waar begint en eindigt een schuld en wat is wiens verantwoordelijkheid? Is een rekening ooit vereffend, kan een gat in een geschiedenis ooit helemaal gedicht?


En hoe zit het met oorlog, twee strijdende partijen en eentje delft het onderspit en van wie is dan het land dat de winnaar claimt en hoelang duurt het tot de statenloze niet meer statenloos is.


Van wie is het land waarvan de verliezer is verdreven, wie bekommert zich om de kinderen van de kinderen van de mensen die de bommen hoorden inslaan en waar moeten zij nu leven?


Van wie zijn de Koerillen, van wie is de Westoever, Köningsberg? Het landjepikken na een oorlog, is de een erger of zijn ze allemaal even erg?


Wat is de geldigheid van een keuze, een militaire operatie, een daad van agressie, zelfs eentje van verzet? Wie vecht een oorlogsbuit aan, wie betwist iemands leed, wie bekommert zich om de miljoenen onheemden en wie staat stil bij de doden, die als onwelriekende mestvalen, als ongewenst kaf de glans van een overwinning ontsieren, waar zijn de mazen in het op macht beluste net?


Wie ontfermt zich om de mensen op drift, de mensen die van hun bed werden gelicht, zij die wisten te ontkomen en niet stierven door kogels en terreur, de mensen die werden verdreven maar nu nacht aan nacht dromen van de dood, in angstaanjagende echtheid, met een gekantelde tafel tegen de deur.


Wie is verantwoordelijk voor de mens op de vlucht, de mens die door toedoen van een ander alles verloor?


Als de met bloed besmeurde winnaar zich niet over de ontheemden ontfermt, het gezuiverde land hernoemt, een vluchteling van zijn wortels scheidt, wiens taak is het dan zijn deur te openen, bij wie vindt iemand die niks meer heeft gehoor?


Wie is verantwoordelijk voor de mens op de vlucht? Wiens schuld is het dat iemand lijdt onder de wreedheden waaraan zijn voorouders honderd jaar geleden zijn blootgesteld?


Waar begint en eindigt een schuld en wat is wiens verantwoordelijkheid? Is een rekening ooit vereffend, kan een gat in een geschiedenis ooit gedicht?


Is het altijd de compassie die als eerste sneuvelt in een strijd? Is er iets daadwerkelijk wezenlijks dat strijdende mensen van elkaar scheidt?