stage lopen

Mijn zoon komt binnenkort een middag bij me stage lopen. Hij hoeft niet ver te reizen om bij mijn werkplek te komen: van de bank naar de andere kant van de woonkamer en dan op de kruk gaan zitten die ik bij m’n bureau voor hem zal neerzetten, gebroederlijk naast de mijne. Misschien vijf meter, een reistijd van drie seconden. Het is de bedoeling dat ik hem kennis laat maken met mijn werk: schrijven. Hij ziet er het nut niet van in, hij kan al schrijven, zegt-ie en hij komt alleen bij mij omdat zijn vader iets met tabellen doet en dat is zo mogelijk nog oninteressanter volgens hem. Ik hoorde hem gisteren tegen zijn broer zeggen dat hij in ‘max een uur’ klaar is en zijn broer zei dat hij het ‘asociaal’ vindt dat ik hem überhaupt aan het werk zet. Als ik iets om hem zou geven zou ik hem de middag vrij geven. En dat terwijl ik al dagen aan het broeden ben op hoe ik hem een zo gevarieerd mogelijk beeld kan geven van wat ik op een dag doe, wat schrijver zijn inhoudt.


Blijkbaar koos hij ervoor om zijn snuffelstage bij zijn moeder te doen omdat hij zin had in een middag gamen en ziet hij mijn werk als iets dat nergens voor nodig is. Wel een aparte instelling voor een gast die nog steeds elke avond door mij wordt voorgelezen. Die boeken hebben zichzelf immers niet geschreven. Daar heeft ergens op deze planeet een schrijver elke dag de discipline voor weten op te brengen, om een idee naar een boek om te zetten. Een boek met een verhaallijn, hoofdpersonages, bijpersonages, actie, dialogen en beschrijvingen van de binnenwereld van deze karakters én de wereld waarin ze rondstappen. Te veel dialoog vindt hij saai, te veel beschrijvingen ook. Hij is vooral van de actie. Actie die zo’n schrijver in Australië aan zijn bureautje bedacht, researchte, uitwerkte en uiteindelijk opschreef.


Ik weet al waarmee ik het mannetje aan het werk zal zetten. Ik schotel hem een beeld voor en hij mag dan via verschillende perspectieven, personages, passief of actief zijn ideale scène schrijven. Ik weet ook al welk beeld dat gaat worden: het beeld van zijn moeder die door het raam naar buiten staart naar de vogels die de pinda’s komen eten die ze net buiten heeft uitgestrooid. Hij gruwelt ervan, dat ik dat doe. Het is net een stap voor het graf, in zijn ogen. Iets nuttelozers en boomerigers is er niet, onzinnig tijdverdrijf, verspilling van tijd. Nou, zoon: maak daar maar eens een heftige actiescène van; mijn geest heeft al een aantal mooie ingangetjes bedacht, nu jij nog!