Overdenking

Het was niet mijn bedoeling haar aan het huilen te maken, maar dat is wat er gebeurde. Geen grote lome tranen, geen subtropisch zwemparadijs, slechts vochtige troebele ogen en nadien uitgelopen mascara onder haar rechteroog. Ik had mijn ziel op een kiertje gezet. Even een glimp van wie ik was laten luchten aan de buitentemperatuur. Dat ze geroerd was door mijn openheid of door mijn woorden of door wat ze betekenden weet ik niet. Ik voelde me onwennig in al mijn openheid. De tijd was om en ik liep de trap af met die half-open ziel en een mondkapje dat mij het zicht ietwat benam. Bijna nam ik te veel treden voor mijn korte benen en belandde ik op de plakkerige linoleum vloer. Ik duwde het kapje naar beneden en zei tegen het kiertje in mijn ziel dat het iedereen kan overkomen, dat het niet betekende dat het sluiten moest en duwde de buitendeur open. Zoog mijn longen vol met avondlucht. Als je voor het leven kiest, neem je bijna-ongelukjes voor lief. Het is dan geen teken meer van het einde der tijden. Geen teken van wat dan ook.