Vergelijkingsfuik

Het zal wel een overgangsding zijn maar ik ben zó opgelucht dat ik het beeld dat ik had van vrouw-zijn en hoe het op mij van toepassing was aan het loslaten ben. Dat ik me niet meer hoef te spiegelen aan een dunne jonge vrouw met gladde huid zonder rimpels in een tijdschrift of een fotomodel in bikini op een levensgrote poster in een bushokje. Mijn zoon heeft zich wel eens afgevraagd of zo’n mevrouw het niet koud had. Wij zaten in winterjas en met dikke wanten aan op de bus te wachten en de sneeuw dwarrelde naar beneden, langs de abri en het glas met daarachter de bijna-blote borsten van het meisje. Ik vond het zo lief, dat hij zich dat afvroeg en tegelijkertijd voelde ik een steek omdat mijn gedachten over het jonge blote ding een hele andere kant op waren gegaan. Niet over háár, specifiek, maar over mijzelf in verhouding tot haar. Ik was niet zo slank. Niet zo jong. Niet zo begeerlijk. Ik voelde me minder vrouw dan zij, denk ik. In elk geval iets met minder.

Ik weet uit gesprekken met andere vrouwen dat ik nog relatief ongeschonden uit de eeuwige vergelijkstrijd ben gekomen, die lijdensweg van jezelf tot in den treuren vergelijken met andere, in jouw ogen, mooiere, jongere, sexyer vrouwen en daar dan altijd en eeuwig het onderspit in delven, wat weer invloed op je zelfbeeld heeft wat weer leidt/lijdt tot oeverloos diëten, onzinnige producten aanschaffen, zelfkastijding en zo weer verder in het cirkeltje, en nog één keer en nog dieper het drijfzand in. Bij al dat treurigstemmende vergelijken spint de cosmetische en chirurgische industrie goud garen en ik durf wel de aanname te doen, op basis van mijn eigen ervaring alleen al, dat het de vrouwen in kwestie helemaal niets oplevert behalve nog meer onrust, onvrede en lege zakken. Je kunt jezelf wel als knutselproject zien, maar als het einddoel geluk is, vooruit, misschien alleen een portie tevredenheid of gemoedsrust, kun je knutselen tot je een ons weegt, no pun intended. Het is nooit goed. Het is nooit genoeg. Als ik maar witte tanden had dan…Als ik maar steviger borsten had dan…Als ik maar minder rimpels had dan…Dan wat? En dan? Ja, wat dan?

Ik heb nooit serieus meegedaan met het hele bouwpakketgebeuren, maar ook ik heb jarenlang in de vergelijkfuik gezeten. (Overigens is het niet alleen een vergelijkfuik maar ook een perfectiefuik, zelfs als iemand ‘de beste versie van zichzelf’ wil zijn komt dat ideale beeld toch ergens vandaan, niet waar.) Misschien ben ik nooit zo beïnvloedbaar geweest als sommige andere vrouwen, toch heb ook ik wel naar het mooiste, langste of blondste meisje uit de klas/groep/abri gekeken met iets van afgunst, en heel vaak ook verwondering, in mijn ogen. Hoe deed ze dat, zo zijn? Moest ik daaraan voldoen? Wilde ik daaraan voldoen? Vaak kwam ik niet verder dan een vaag ontevreden gevoel. Ik was te lui of niet gemotiveerd genoeg om het echt te willen veranderen en dat was weer reden tot onvrede met mezelf. Ik was gewoon een ongedisciplineerd stuk vreten. Wat een armoe.

Dat spiegelen, dat deed ik natuurlijk zelf. Niemand heeft mij recht in mijn gezicht gezegd dat ik niet voldeed en dat ik meer moest zijn zoals die, of die of die. Meer lengte moest hebben. Minder gewicht. Minder brede heupen. Minder grote borsten. Dikkere lippen. Minder haar op mijn armen of bovenlip. Niemand heeft het me ooit direct in mijn gezicht gezegd en toch voelde het soms zo. Iedereen weet dat er een standaard is, daar ben je heel jong al achter. Er moesten borsten worden afgebonden toen ik nog heel jong was, ik schaamde mij voor het formaat, er moest ontharingscrème komen omdat mijn beharing niet normaal was. Er moest speciale tandpasta komen om het geel van mijn tanden minder te laten worden ook al zei de tandarts dat ik heel normale tanden had. Er moest crème komen om een slankere buik te krijgen. Er moest minder meer, minder meer, van mij komen en het was nooit goed of genoeg. Hoeveel vrouwen staan niet voor de spiegel en zien zichzelf niet helemaal, kijken naar zichzelf alsof ze uit stukjes, delen, onderdelen bestaan? Zoomen in op hun buik of kin en zeggen tegen zichzelf, tegen hun spiegelbeeld: je bent dik, je voldoet niet, je bent niet goed, je bent niet genoeg? Hoeveel vrouwen laten zich hierdoor niet beïnvloeden? Doen hun bh dicht en kijken vol afschuw naar de rolletjes onder die strakke band, doen hun broek dicht en walgen van de rolletjes die boven die strakke band uitkomen. Jezelf schichtig aankleden, jezelf in delen zien, verdrietig zijn om wat je niet hebt en om wie je bent.

Ook ik ben ten prooi gevallen aan de vergelijkingsindustrie. Ik voldeed niet vaak aan mijn door mezelf opgelegde ijzeren wetten en dat zegt meer dan genoeg over wat voor een ongelooflijke klootzak die vergelijkingsfuik is. Een vertekend zelfbeeld. Onvrede. Schaamte. Niet echt blijstemmende woorden.

Net als een roker die zegt dat hij de sigaret die hij rookt lekker vindt, hem zo nodig heeft, ook al weet hij dat hij stinkt en hem vroegtijdig het graf in helpt,
zo zal de vergelijkingsfuik je doen laten geloven dat je het allemaal zelf wilt, je doet het voor niemand anders dan jezelf. Slanker zijn. Jonger ogen. Mooier, geiler zijn. Pas als je afstand hebt genomen van hetgeen je afhankelijk of gevangen hield kun je de aard van het beestje zien voor wat hij is: een monster dat je ongelukkig en ontevreden houdt.


Als daar de overgang voor nodig was dan wil ik bij dezen mijn liefde verklaren aan de overgang. Liefste overgang: ik hou van jou. Dank je wel dat je me hebt verlost van mijn blinddoek en ketenen.