Sinds de hond er is

Er komt niks zinnigs meer uit mijn vingers sinds de hond er is. Niets met woorden, althans. Als ik nu zeg dat ik, sinds de hond er is, me soms opgesloten en beperkt voel, lieg ik niet. Maar dat is niet het hele verhaal. Het verhaal is ook dat ik moe ben, afgepeigerd. Van de hond die beslag op me legt, op me gaat liggen omdat ze anders niet kan slapen en me belemmerd te gaan plassen, koffie te zetten, om over werken maar te zwijgen. Afgepeigerd ook omdat ik de hele tijd met haar naar buiten moet omdat ze anders in huis schijt. Afgepeigerd van de zorgen die ik ineens heb, om de darmen van het beestje. Om de tandjes die doorkomen. Afgepeigerd ook van het slaaptekort dat ik heb sinds de hond er is. Maar ook dat is niet het hele verhaal. Als ik naar de hond kijk hoe ze haar bot afknaagt, als ze probeert snoepjes onder bloempotten uit te hengelen met die lange voorpoten of hoe ze trilt in haar slaap en vanmiddag voor het eerst in het bos was en genoot dan voel ik een iets dat nog het meest op geluk of blijdschap lijkt. Vertedering. Ik voel me bezwaard, belemmerd, moe en gelukkig, al is dat laatste nog onzeker en pril. Nu ik dit alles zo schrijf kan ik niet anders zeggen dan dat het voelt als de eerste keer dat ik moeder werd. Op mijn tenen door de kamer omdat de kleine man in zijn wiegje beneden in slaap was gevallen. Als dat gebeurde terwijl hij op mijn arm lag bleef ik net zo lang stil zitten tot hij weer wakker werd. Alles draaide in het begin alleen om hem, ik vergat mij. Ik keek soms dagen nauwelijks in de spiegel omdat ik mezelf voorbij liep. Eergisteren bleek bij het avondeten dat ik de hele dag niks had gegeten. Vergeten. Ik geef nu geen borstvoeding maar kook rijst en kip om door haar babyvoer te doen omdat haar darmpjes niets anders verdragen. Ik laat haar bij me op bed slapen omdat ze dat nodig heeft en de foster dat ook heeft gedaan. Bij mijn tweede kind was ik een soortement ervaren moeder. Ik legde het mannetje in zijn bedje als hij sliep, zo de trap op ermee. Ik ontmantelde de voordeurbel niet meer, zoals ik dat twee jaar ervoor had gedaan bij de slaapjes van de oudste. Toen de jongste zo hard in mijn tepel beet dat hij ging bloeden was het einde borstvoeding voor het kind. Ik ben weer een beetje mama geworden en het is wennen na zoveel jaren. Ik schrijf dit in een donkere woonkamer in een ongemakkelijke positie op de bank omdat het hondenkindje op mij in slaap is gevallen en ik de ballen niet heb op te staan. Ik zeg tegen mezelf dat ik morgen ga beginnen met haar alleen te laten slapen, maar dat zei ik gisteren ook. Morgen. Morgen. Morgen is het ook vandaag.