Identiteit: fuck you I won’t do what you tell me

Hele horden millenials zijn al over dit pad gedenderd waardoor je bijna zou denken dat het een typisch dingetje van hun generatie is maar dat is niet zo: identiteit is van iedereen. Van alle tijden. De vraag wie je bent en wat maakt tot wie je bent is er een (oke, twee dan) die iedereen zich op een bepaald moment in zijn leven stelt, als niet dan ben je of een blind paard of ben je een geprivilegieerd over het paard getild stuk vreten. Of allebei. Het identiteitspad is echter zó uitgesleten dat je moet oppassen niet op je bek te gaan door spiegelgladde clichés en het pad is tegelijkertijd zó verraderlijk dat je altijd moet uitkijken voor massieve wortels waar je achter kan blijven haken, waardoor je belemmerd wordt voorbij de vierkante meter van dit stukje van jezelf, je afkomst, te kijken. Er is méér dan alleen een paar wortels in de grond, zeg maar.

Deze woorden zijn overduidelijk geen tekst van een millenial. Het verraadt mijn leeftijd, mijn jaren op aarde. Hoewel ik me niet oud voel en meestentijds geen generatiekloof ervaar tussen mij en mensen uit, noem eens wat,1990, is die er wel op een heel specifiek onderdeel van het vraagstuk identiteit. Zie je, voor mij heeft identiteit, wie ik ben in verhouding tot mezelf en de wereld om mij heen, altijd gestaan voor afkomst. Ik heb mijn identiteit, of het gebrek daaraan soms, ontleend aan die wortels in de aarde, of het gebrek daaraan in mijn geval dus, en het gemis en de spleen die ik dientengevolge ervoer. De wortels kregen welhaast metafysische proporties bij gebrek aan een solide basis. Als je niet bent opgegroeid in een veilig huis staat je leven vervolgens vaak in het teken van een zoektocht naar een thuis, of je nou wilt of niet, bewust of onbewust. Ook ik ging uiteindelijk op zoek naar wie ik was, wat voor mij stond voor: waar kom ik vandaan en hoe heeft dat mij gevormd.

Ik heb nooit, of bijna nooit, bewust nagedacht over andere onderdelen van wat mij maakt tot wie ik ben; mijn genderidentiteit bijvoorbeeld. Om het te chargeren: dat deden wij gen x-ers niet. Je hebt een piemel of een kut en bent dan man of vrouw, je seksuele voorkeur betreft mannen of vrouwen of je snoept van twee walletjes en houdt van allebei en je bent dus hetero of homo of bi. Transseksueel kenden we ook. Dan was je in het verkeerde lichaam geboren, zoals wij dat zeiden.
Het is waarschijnlijk al privilege om te zeggen maar ik heb me er nooit echt mee vermoeid. Sowieso geeft de term ‘privilege’ veel van mijn generatiegenoten jeuk. Wij debatteerden vroeger, als jeugdelingen, hadden filosofische gesprekken over belanghebbende wereldlijke thema’s, zopen en rookten tijdens verhitte gesprekken die duurden tot het morgenrood. Denk maar aan die film, Before Sunrise. Dat waren wij. Wij lulden honderduit maar over onszelf ging het niet echt. De millenials van nu praten over hun gevoel, wie zij zijn en ook in verhouding tot de wereld om hen heen en dat is een taal die anders is dan de onze. We moeten opnieuw leren praten als we willen aansluiten, of we schimpen het, dat doen we natuurlijk ook, zoals alle oudjes die op de nieuwerwetse fratsen neerkijken omdat het de status quo bedreigt of omdat we er geen zak van begrijpen. Sowieso waren wij geslotener dan de jongelingen van nu, meer die ouderwetse houding van bek dicht en doorbikkelen.

Om terug te komen op genderidentiteit: het heeft me best een poos gekost om te snappen dat gender niet hetzelfde is als sekse, dat wil zeggen: ik snapte het concept wel maar voelde het niet echt. Je wordt als man of vrouw geboren maar je kan je wisselend, minder of niet thuis voelen in dat lichaam. Dan voel je je bijvoorbeeld man terwijl je lichaam vrouw is. Maar je kunt ook combinaties zijn. Of niks. Of de ene dag a en de andere dag b. Je kunt je thuisvoelen in je lichaam maar hoe je je presenteert staat daar los van. Er zijn misschien wel genders waar ik geen weet van heb. Verwarrend vond en vind ik dat, al ben ik niet iemand die snel zal oordelen over iemand die zich identificeert als genderqueer of genderfluid. Of niks. En toch heeft deze hele beweging (of verandering in de maatschappij) van jonge mensen die nadenken over hoe zij zich verhouden tot hun seksualiteit, hun sekse, hun lichaam en het gevoel dat ze hierbij hebben ook mij aan het denken gezet.

Niet dat ik nu de taal van deze millenials spreek of me ooit vrijelijk als bijvoorbeeld genderqueer zou kunnen voelen, denk ik. Daarvoor ben ik te oud en te vastzittend in wat ik ken en waarschijnlijk ‘gewoon best senang met cisvrouw hetero’, maar soms kan ik met wat moeite buiten deze paden treden, in mijn binnenwereld althans. Dan denk ik na over die voor ons boomers toch vrij beperkte en beperkende ideeën over wat mannelijk en wat vrouwelijk is en dan kom ik tot de conclusie dat ik nooit zo makkelijk integreerde in dat ‘vrouw’ zijn, althans, in dat strakke stramien van sexy, verzorgend, en aan dat wat heterokerels geil vinden-deel. Deels uit opstandigheid, (ja ja, fuck you I won’t do what you tell me, inderdaad) maar deels ook uit me daar zo verloren voelen, in dat hokje. Korte rokjes? Push up bhs? kleren dragen om anderen te behagen? Tiptop verzorgd, ik word al moe als ik eraan denk om ‘vrouwelijk’ te moeten zijn.

Wat is dat eigenlijk, vrouwelijk? En wie bepaalt dat? En waarom vertaalt vrouwelijk zijn of voelen zich in uiterlijk, kleding en wiens idee van vrouwelijk is dat dan?

Toen ik in de puberteit kwam heb ik een tijdje mijn borsten met een doek ingezwachteld, afgebonden. Als ik mijn ogen dichtdoe zie ik het me nog doen, heel bedreven was ik er niet in. Ik zette het eindstuk dan vast met zo’n klemmetje dat je gebruikt om verband vast te zetten. Ik noemde dat een krammetje en zo voelde het ook. Aan het eind van de dag had ik rode puntjes op mijn huid op de plek waar de klemmetjes in mijn vlees hadden vastgezeten. Waarom wilde ik niet dat iemand mijn borsten zag? Of wilde ik ze zelf niet zien of hebben of was ik er nog niet klaar voor? Ik herinner me dat vooral de overgang van ‘gewoon mezelf zijn’ en met rust gelaten worden naar als vrouw, en lustobject!, gezien worden me enorm heeft geshockeerd. Ik vond het vreselijk, die aandacht. Ik denk dat ik het daarom deed, dat inzwachtelen, maar heel zeker weten doe ik het niet (meer).

Hoe ouder ik word hoe erger het ook wordt, fuck you met je strakke kleding, met je kapper en je make-up. Maar betekent dat dat ik me niet conform de verwachtingen van mijn sekse gedraag of is het juist mijn gender? Of zijn het de verwachtingen van een heterogaze waar ik niet aan kan en wil voldoen? En wat maakt dat mij? Ik voel me wel vrouw, denk ik, maar niet in dat eng-gedefinieerde hokje. Ik draag graag mannenboxers en korte broeken voor mannen of afgeknipte spijkerbroeken. Niet omdat ik dat cool vind per se, maar omdat op de vrouwenafdeling alleen maar strakke hotpants lijken te hangen die door moeten gaan voor korte broek. Ik hou van soepele, zachte stof, omhuld door een wolk wil ik zijn. Ik zou doodgaan in een corset, ben blij dat ik nu leef en een keuze heb, maar als ik heel eerlijk ben voel ik de druk zeer zeker om een ‘leuk jurkje’ aan te doen op een groots evenement. Ik ben daar dan dagen mee bezig, de juiste jurk, schoenen, ondergoed, haar, epileren. Ik ervaar dat als een martelgang, geniet totaal niet, voornamelijk omdat ik er denk ik zo tegen op zie. In het toneelstukje van op en top vrouw zijn. En ik haat panties en maillots van alles in het leven het meest. Op dit soort momenten voel ik me heel onvrij, dan wil ik om me heen meppen.
Ik draag ze wel hoor, jurkjes. Zeker. Hakken. Ook. Maar alleen wanneer ik dat wil, geloof ik. Zonder iets van buitenaf opgelegd. En dat gebeurt dus wel: dat ik het doe omdat ik denk dat het van me verwacht wordt.
Maar verder vloek ik, lach ik veel te hard, om dan ineens als een huppelend meisje met een vlecht ergens te verschijnen. Soms zit ik als een vent. Toch voel ik me geen man. Ik weet namelijk niet hoe het is om een man te zijn. Ook niet hoe het is om je man te voelen. Ik wil ook helemaal geen man zijn, denk ik.

Ik voel mij (het liefst) de persoon die ik was voor ik de puberteit inging en dan in dit lijf dat ik heb, een prima combinatatie als je ‘t mij vraagt. Die 13-jarige die niet bezig was met conventies en hoe het hoort, die niet nadacht over of iets passend was bij haar geslacht of niet. Zo ben ik het liefst, ik op een onbewaakt moment. Argeloos. Zonder de blik van een ander. En wat maakt dat mij? Het maakt mij mij. Fuck die hokjes. Fuck hoe iedereen mij ziet. ik ben ik en je doet het er maar mee. Of niet. Dan doe je het er maar niet mee.