Meisjes van de derde helft in de overgang

Voor iemand die uitstekend gedijt bij voorspelbaarheid is de Overgang de hel op aarde. Ik schrijf het nu met een Hoofdletter om het satanische karakter van het woord over te brengen, maar eigenlijk zou het geschreven moeten worden met de allerkleinste letter die er bestaat, of beter net als Voldemort ongenoemd moeten blijven, moge zij voor eeuwig vervloekt zijn. De OVERGANG. Alleen het fucking woord al. Overgang van wat naar wat precies? Ja precies: van gewoon vrouw naar OUDE vrouw. Van de 2e naar de 4e helft, van de zomer naar de winter en de overgang is dan die fase ertussenin, de deprimerende herfst waar alles wat leeft na een lange onstuimige storm uitvalt, uitdooft, verwelkt of zich klaarmaakt voor de oneindig winterslaap: de meisjes van de 3e helft, die mokkels van ertussen. Niet meer jong, nog niet bejaard, vlees nog vis. Dat ondefinieerbare gebied ertussen, inderdaad.

Ik zie sommigen van jullie al besmuikt gniffelen, vooral de kerels die zelf in de mannelijke equivalent van de overgang zitten maar heel hard over het uiterlijk van de overgangstergirl schreeuwen om zelf maar niet op de korrel genomen te worden en daarom per abuis denken dat zij eeuwig jong en mals en sappig blijven, heel anders dan hun vrouwelijke leeftijdsgenootjes die larmoyant en lachwekkend zijn volgens deze penopauzepipo’s. Nee, jongens, jullie zien er óók niet meer uit. Nee écht niet. We veranderen allemaal van uiterlijk in de herfst van ons leven, dat weten jullie heus wel, de een een beetje drastischer dan de ander, dus whatever, boeien, hou maar op met die domme grapjes over kortpittigekroketjes want anders bijt ik je kop eraf met mijn oestrogeenarme labiele hoofd.
Maar ook de meisjes, pardon jonge dames, van in de twintig zo ongeveer, die denken dat de overgang iets voor andere vrouwen is, die meisjes die denken dat het hen nooit zal ‘treffen’, in de overgang zijn hun moeders zeg maar. O die heerlijke dwaasheid der jeugdigen, ik weet het nog, ik weet het nog dat ik zo leefde in het moment dat ik dacht nooit oud te worden, voor altijd zo te blijven, ik wel, wakker worden na een ruige nacht met veel drank en na een douche weer fris en fruitig in de collegebankjes in plaats van zoals nu drie dagen later er nog uit zien als een semi-opgedroogde druif en dat na maar twee wijntjes, oké één wijntje. Die heerlijke fase waar de wereld aan je voeten ligt en ouderdom en ver-van-je-bed show. Die tijd dat je niet nadacht over leeftijd, ouder worden, je eigen sterfelijkheid dan vooral. Die tijd waarin tijd geen rol speelt omdat je niet over de jaren struikelt. Nou, die meisjes dus zien zichzelf als het centrum van het universum en de vrouwen die 25 jaar eerder op aarde werden geworpen als vreemde wezens. Geeft niet schatje, jouw tijd komt nog wel, denk ik vals. Ik dacht ook dat 25 jaar later een eeuwigheid was maar toen knipperde ik met mijn ogen en stond ik met één bespataderd been in de Overgang.
Het is even wennen, maar voila.

En nu ben ik niet alleen dat meisje van de derde helft maar ook nog eens in de echte échte overgang. Je weet wel, dat moment dat je eitjes en je wangen opdrogen.

Maar goed. Ik dwaal af. Waar was ik gebleven. O, ja. Ik ben dus een mens die gedijt bij voorspelbaarheid. Elke maand ongesteld, ook de hel op aarde in mijn geval, een paar dagen uit de running maar als je weet dat t komt is het soort van te overzien. Je voelt je als een draak die net uit zijn ei is gekropen en moeite heeft met woedebeheersing, je zwelt op als een heliumballon omdat je 40 liter vocht vasthoudt en eet een kilo vette zoete chocolade (niet die vieze zogenaamd gezonde pure troep natuurlijk, d u h) en dan die helse krampen, de hele dag op de plee doorbrengen om vervolgens weer te herstellen van de bloedarmoede, maar er zit een patróón in. What’s not to like, right.
Die poepovergang schopt alles in de war. Weg voorspelbaarheid. Doet wat ie zelf wil. Komt wanneer ie wil, gaat wanneer ie wil. Na zestien dagen ineens ongesteld? Geen probleem. Drie weken achter elkaar? Toe maar. De hevigste menstruaties ooit waar je zo verzwakt van raakt dat de trap afdalen soms beter achterstevoren kruipend kan? Check. Na de gebruikelijke 28 dagen enorme krampen en haar op je tanden krijgen, Michellinmannetjes proporties aannemen, je volvreten met chocolade en dan…niks. Niks?? Serieus? Heb ik een kilo chocolade naar binnen gewerkt voor niks? De krampen worden inmiddels zo hevig dat je ervan dubbelslaat en gaan niet weg. De behoefte aan zoete meuk blijft ook, het haar op je tanden zit inmiddels op je kin. Je buik denkt dat je Jabba de Hutt heet en gedraagt zich conform. Wat IS dit, denk je verschrikt, ben ik gewoon al dertien dagen ongesteld maar dan zonder de rode vloot? Imitatiemenstruatie? Wel de lasten niet de ontlading? Tot je op een dag haast hebt om op tijd bij je psycholoog te komen en op de fiets ineens niet meer die boot hebt gemist. Briljante timing, Prazdny. Terug naar huis, kleding verschonen, snel iets nemen tegen de krampen die je in alle hevigheid voelt opkomen en dan bij die psycholoog aanschuiven om de volgende warme woorden van betrokkenheid te mogen ontvangen: ik wil je niet uit het lood slaan maar bij mijn vrouw duurde het 12 jaar, die overgang.

De opvliegers (ik heb 1.5 jaar gedacht dat ik ziek was met koorts maar het bleken dus opvliegers), het veranderende uiterlijk, de verlammende bloedarmoede en de gekookte hersenen die ervoor zorgen dat ik 100 van de 100 op een add-test scoor, vage Toos en Annemarie Jorritsma zijn er niks bij, en nog zo wat dingen die ik hier niet zal noemen om jullie te sparen: ik kan het hebben. Het is die scriptloosheid, die totale grillige onvoorspelbaarheid van de overgang, die me nekt.