Wiebelig gemoed

Ik zit aan de eettafel en kijk naar buiten. Regendruppels op de ruiten, daarachter een boom die meebeweegt met wat de wind hem geeft, zijn takken nog een paar standjes driftiger. De kleur van de lucht is gebroken wit, als ik me alleen op dat daarboven concentreer voelt het alsof ik in het luchtledige zweef, er niet ben, althans niet hier. Opgezogen in het witte scherm des doods. Alles lijkt van glans en kleur ontdaan, zelfs de wipkippen op het speelplaatsje voor mijn huis, doorgaans favoriete attracties van kleuters en hangjongeren, nodigen niet uit om op te gaan zitten. Het is dof en grauw daarbuiten, hierbinnen is mijn stemming eender.

Als je iets beter kijkt, hoor ik mezelf denken, dan zie je sneeuwklokjes en de krokussen en met alle wil van de wereld kun je daar geen depressie van krijgen. Ik probeer met positieve gedachten de somberte te bezweren, maar het is knap lastig opbeurende gedachten te formuleren als het buiten stormt en in je hoofd (en hart en lijf, alles wat ik ben) een proces gaande is dat je het beste kan omschrijven als ‘ontdooiing’. Dat klinkt gezellig, een paar oo’s en twee ii’s na elkaar, het suggereert warmte, van vaste vorm naar iets vloeibaars, maar als je ijs gewend bent om je in te verschuilen, dan is dat smelten een beangstigend, want onbekend en dus eng, gevoel. Als bevroren, ingepakt in ijs leven, je tweede natuur is geworden, dan voelt ontdooien alsof je in je blote kont over straat loopt en heel erg je oude bekende spijkerbroek mist, ook al was hij zo gehavend dat je eigenlijk best weet dat hij niet meer kon. Dat het begon op te vallen, dat er meer gaten in zaten dan stof, dat hij weg moest maar ja, en dan. En natuurlijk loop ik niet in mijn blote kont over straat. Het voelt alleen verdomde naakt, al dat voelen, ja ook al die onprettige dingen die synchroon lopen met een storm die Evert heet. Ik kan de somberte minder makkelijk wegstoppen dan voorheen, een beetje mindful genieten van een mok thee en lekker positief denken om mijn stemming voor de gek te houden zit er niet in, zeg maar.

En dat is oké. Het is oke dat ik me niet oké voel, niet altijd oké voel. Dat ik soms blij ben en soms verdrietig. Dat het niet altijd voorspelbaar is, niet altijd gelijkmatig en niet altijd hetzelfde. Een wiebelig gemoed is niet gelijk het begin van een depressie, een wiebelig gemoed betekent dat het ijs aan het smelten is. Doodeng, want wat zit eronder.