Het Inlichtingen-bureau

Een poosje terug zag ik de serie Weissensee op Netflix. Net als de film Das Leben der Anderen, een van mijn favoriete films, speelt deze serie zich af in het communistische Oost-Berlijn van de jaren 80. Een tijd van ongekende, weerzinwekkende bemoeienis van de staat in het leven van jan en vooral alleman. Zowel de serie als de film zijn van uitzonderlijke kwaliteit, beklemmend, pijnlijk en erg mooi gefilmd. In beide valt goed te zien hoe de Stasi overal binnen wist te dringen, in families, tussen de lakens van geliefden – om over buren, exen, voetbalmaten, padvindervriendjes en collega’s maar te zwijgen. De Stasi was overal. De Stasi kwam overal. Niks ging de dienst, oftewel het Ministerium für Staatssicherheit, te ver om informatie te vergaren. Als enige dienst ter wereld werd ze niet aan banden gelegd. Feitelijk genoot de Stasi de vrijheid om alles van iedereen te weten te komen, linksom of rechtsom, en legde het alleen aan de communistische partij verantwoording af, wat er op neerkwam dat zo goed als alles geoorloofd was, het doel heiligde bijna alle middelen.

Je was al vijand van de Staat als je een scheet liet die naar het Westen uitwaaierde of als je hardop droomde en de verkeerde persoon hoorde wat er voor kapitalistische flarden zich in je onderbewuste bevonden. Hoewel mijn familie uit Tsjechoslowakije komt en ik genoeg akelige anekdotes ken, spant Oost-Duitsland echt de kroon. Wat een walgelijk degenerate manier om mensen te beheersen hadden die idioten. Hoe volslagen en beangstigend willekeurig en doorgeslagen, met meer dan 90.000 lieden die met spioneren hun boterham verdienden, die mensen met ongewelvallige meningen of fantasieën over een leven aan de andere kant van de muur aan dagenlange verhoren en eenzame opsluiting blootstelden, gevolgd door jarenlange gevangenisstraffen, voor niet-bestaande misdaden. Chanteren als er een openingetje was, je moeder die op straat met een partijloze sprak was al genoeg om jou zo onder druk te zetten dat je verloren was, als een onwillig schaap kon worden ingelijfd in het leger van de Staatsinformanten. Zelfs een volkomen onschuldig iemand kon zo maar ineens iets op z’n kerfstok hebben na een gesprek met een stasiofficier. 200.000 onofficiële informanten had die onfrisse oost-Duitse veiligheidsdienst in 1989, dat waren inderdaad die buren, oom, leuke schooljuf, voetbaltrainer en je zus. 1 op de 50 inwoners van de DDR had een spionnenlijntje -uit graagte, gewoonte of opportunisme, omdat het nou eenmaal zijn werk was en ja, dus ook omdat je de pech kon hebben chantabel te zijn of simpelweg erin was geluisd of gedwongen.

Echt niks ging de Stasi te ver. Telefoontaps, microfoons in lampen, camera’s in paraplu’s, willekeurig iemand oppakken en vastzetten, stukjes stof waar zo iemand op had gezeten bewaren in een pot voor je weet maar nooit. En altijd en overal iedereen filmen. Urenlang. Een concert. Een voetbalwedstrijd. Vakantievierende families. Alles werd gefilmd. Dat beklemmende gevoel van de totale staatscontrole, de angst die de adem benam. Zowel de serie Weissensee als de film Das Leben der Anderen geven een goed beeld van die verstikkende machteloosheid.

Ik las vorige week iets dat me aan deze stasipraktijken deed denken. Het speelde niet in Duitsland maar in Nederland. De hoofdrol was niet weggelegd voor een geheime dienst met onbeperkte bevoegdheden, maar voor iets dat ‘het Inlichtingenbureau’ heet. Klinkt een beetje hetzelfde, vond ik, maar dat is natuurlijk flauw en wel heel makkelijk scoren. Nadat ik meer over dat Bureau had gelezen, wist ik echter serieus niet zeker of de Stasi wel was opgeheven na de eenwording van ons buurland of dat ze cadeau was gedaan aan het Nederlandse Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, als relatiegeschenk of zo.
Die inlichtingendienst, pardon, het Bureau, onderzoekt namens dat Ministerie of mensen met een uitkering daar wettelijk recht op hebben. Goeie zaak denk je misschien. We moeten immers niet willen dat bijstandstrekkers nog in hun pyjama en met het klaasvaak nog in de ogen al aan het bier gaan terwijl jij op kantoor zit te werken en ook niet dat ze op slippers de hond uitlaten en bukshag roken. Om over het persen van illegale bitcoins op een onderhands verkregen drukpers of het koken van xtc in hun illegaal omgebouwde schuur maar te zwijgen. Nog zoiets waar absoluut zeer sterk op dient te worden toegezien is het zo goed als bevestigde verhaal dat over die klaplopers de ronde doet: dat ze massaal hun kinderen seksueel misbruiken en dan aan Satan offeren terwijl ze pizza van de Domino’s eten, iets wat met een uitkering helemaal niet moet kunnen, het is een schande en dat is het, of dat ze boodschappen doen bij de AH ipv de Aldi, of nog erger: dat hun moeder een tasje eten voor ze meeneemt omdat zij hun hele huis regelmatig schoonmaken of, echt uitzonderlijk verdacht, omdat de moeder het werkschuwe kind lief vindt en het zielig vindt dat ze nauwelijks kunnen rondkomen, maar ja, eigen schuld dikke bult en alles of dat ze, tsfoe!, een paar keer per week slapen bij hun partner omdat het fijn is om soms een warm lichaam tegen je aan te voelen of, allemachtig wat zulllen we nou krijgen , een hobby hebben, ik noem maar wat, amateur radio-dj, wat echt uitzonderlijk verdacht is want zendmateriaal is duur dat weet elke gek, dus met zo’n hobby heb je eigenlijk ook geen recht op gratis geld van vadertje staat he. Zulke vergrijpen moet je hard aanpakken, iemand die gratis geld van de Staat krijgt moet zich wel aan Alle Regeltjes houden. Niet moorden, geen valsmunterij, geen drugs stoken en zeker geen geknuffel met een of andere viezerik een paar keer per week, dure boodschappen doen of godbetert je arme oude moedertje voor jou koffie laten betalen of een dure hobby hebben. Allemaal extreem verdacht.

Als je een uitkering hebt mag je alleen maar uitkeringsgeld hebben, geen apparatuur om uit te zenden en geen moeder met een groot hart. Dan kun je namelijk je uitkering kwijtraken en zul je in de meeste gevallen al je gestolen staatsgeld moeten terugbetalen. Verdacht zijn is al genoeg om iemand in staat van beschuldiging te stellen. Succes en sterkte met het tegendeel bewijzen, oude steuntrekker. Klaploper dat je d’r bent. Het is bijna ondoenlijk je hier tegen te verweren, blijkt. Gekmakend, lijkt me.

Goddank bestaat dus dat Inlichtingenbureau, die nobele stoottroepen van het Ministerie van Klaploperij en Steuntrekkerij. Opdat geen staatsknaak wordt besteed aan frauduleus samenwonend schorriemorrie in de bijstand. Dat geld kunnen we beter gebruiken om internationale bedrijven in Nederland te paaien of de KLM te knuffelen. Staatsgeld is niet bedoeld om het zakgeld van kinderen van iemand in de bijstand te bekostigen, toch.

En weet je wat het mooie is? Het Inlichtenbureau lijkt ook een zelfde soort onbeperkte bevoegdheid als de Stasi te hebben. Zo kunnen ze extra veel stoute boeven vangen! Mensen dagenlang vanuit de auto bespioneren? Geen probleem. Met een telelens in iemands woonkamer fotograferen? Check. Een drone langs een slaapkamerraam laten vliegen? Dubbelcheck.Tandenborstels tellen, wasmanden controleren, gebruikte koffiekopjes in de gootsteen vinden? Ja, ja en ja. Kinderen op straat vragen hoeveel zakgeld ze van mama krijgen? Niks lijkt de controleur te ver te gaan, hij is echt de schaamte voorbij en lijkt onbekommerd zijn gang te mogen gaan. Alles voor de informatievergaring, om de onderste steen boven te krijgen. Het doel heiligt ook hier de middelen. Goddank is de ggz gratis in Nederland. Ook voor bijstandsgerechtigden. Zullen ze nodig hebben na hun kennismaking met de officieren van het Inlichtingenbureau.