Leesclub (en traumatherapie)

Er is een leesclub aan de gang van mijn eerste roman Znežanka. Als er specifieke vragen voor mij zijn beantwoord ik die, maar verder hou ik me op de vlakte en lees ik stilletjes, als een voyeur, mee. Soms kost het mij grote moeite mijn mond te houden; als iemand mij als schrijver persoonlijk iets kwalijk neemt wat een hoofdpersonage denkt of zegt, of als iemand hevig verontwaardigd is over iets wat men meende te hebben gelezen maar wat in plaats daarvan verkeerd is gelezen door die persoon.

Een andere keer begin ik aan mezelf te twijfelen. Dan zegt iemand dat hij iets over-the-top vindt, ongeloofwaardig, vooral veel van dattum, dat het beter was geweest als ik al deze heftigheid uit het verhaal had gehouden. Dat een bepaald karakter helemaal niet uit de verf komt en er alleen in lijkt te zijn gepropt om een punt te maken. Dat de epiloog goedkoop en in elkaar geflanst lijkt en ik hem beter had weggelaten. Dat het zeker van invloed zal zijn op de eindbeoordeling.

Voor een paar vreselijke minuten voel ik me onzeker en klein en de allerslechtste schrijver die ooit op deze planeet heeft gelopen, loopt en zal lopen. Ik ben van het inferieurste soort sterrenstof gemaakt, nee, zelfs dat is te veel eer. Maar dan zie ik als het ware het proces van het onzeker worden gebeuren. Alsof ik een stap naar achteren neem of boven mezelf hang en zo observeer wat er gebeurt. Klopt dit, ben ik te ver gegaan? Had ik het braver aan moeten doen? Had ik minder expliciet moeten zijn, had ik dat karakter moeten uitdiepen, weglaten, niet zo theatraal moeten neerzetten? Had ik die epiloog inderdaad weg moeten laten, zoals ik had overwogen maar na wikken en wegen besloot niet te doen? Of is de mening van één enkele, vier, tien, veertig lezers gewoon de mening van 1, 4, 10 of 40 lezers en staan daar 1, 4, 10 of 40 lezers tegenover die wél mijn intenties hebben begrepen, soms zelfs beter dan ikzelf? Kan ik zien dat iemands mening niet altijd betekent dat het klopt wat er wordt gezegd? Kan iemand gelijk hebben en toch ook weer niet, als iemand niet goed heeft gelezen, ligt dat dan aan mij of aan hem (had ik maar duidelijker moeten schrijven, of had de lezer maar secuurder moeten lezen, kortom) en is het interessant of iemand alle/de intenties van mij als schrijver snapt en als ze niet worden opgepikt, had ik het er dan dikker bovenop moeten leggen?

De allerbelangrijkste vraag is natuurlijk véél simpeler: waarom ben ik zo onzeker, waarom is de mening van een ander voor mij van belang? Ja, ik geef mensen de kans een mening te ventileren over iets waar ik meer twee jaar aan heb gewerkt door mee te werken aan zo’n leesclub. Sowieso gaan mensen meningen over mijn boek Znežanka hebben nadat ze het hebben gelezen en of ze die mening nou hardop of online ventileren of niet, ze vinden er wat van. En dat is logisch en goed, sterker nog: ik zou niet anders willen. Maar in mij huist dus een klein onzeker meisje dat met het hoofd boven het maaiveld uitkomen zo ontzettend lastig vindt. Ik kan bijna niet onder woorden brengen hóe lastig, hoeveel interne strijd er plaatsvindt. Het voelt soms namelijk alsof het hoofd op een hakblok ligt in plaats van boven het gewas uit te dobberen. Ik ben mij er terdege van bewust dat ik mezelf hiermee in mijn vingers snijd. Door de buitenwereld buiten te sluiten en haar te omhangen met bijvoegelijke naamwoorden als ‘boze’ en ‘enge’ maak ik het mezelf niet echt makkelijker, hè? Ik weet het. Ik weet het, maar het veranderen is een heel ander verhaal.

Het mooie is dat ik er íets beter mee om weet je gaan, die angst om gekwetst te worden, zelfs de angst om op te vallen. Met elk boek wordt het een klein beetje minder erg en dit keer heb ik stevig geschut aan mijn kant: traumatherapie. Nee, niet vanwege het boek, dat was alleen een mooie samenloop van omstandigheden. Maar wát voor een samenloop! Ik leer als het ware mezelf te zien op dat overdrachtelijke hakblok: ja, mutseroni, daar lig je dan. Ja, en dan? Ja, het voelt naakt en eng, maar wat kan me écht gebeuren? Wat is het allerergste dat je nu kan overkomen? Is de angst die ik voel wel acuut en reëel (hint richting antwoord: nee!) en moet ik me erdoor laten belemmeren te schrijven, mezelf te tonen, ja, jezus: te leven?

Het antwoord is: nee, beste mensen.

Ik ga u niet beloven dat ik nu heel flamboyant word en op alle feestjes (ooit! Ooit weer mensen! Ooit gaan we weer naar festivals en samen dansen en liederlijk drinken) zal verschijnen, maar een beetje minder ondergronds: daar ga ik voor. Duimt u voor me?