Serendipiteit

Op zolder, in de chaos van 25 jaar opgespaard mensenleven, zocht ik het een en vond ik het ander. Helemaal achterin, tegen de muur onder het schuine dak, stond een mysterieuze kartonnen doos. Hij was van mij, aan de onleesbare opschriften te lezen, maar ik herkende hem niet. De doos was oud. Broos. Toen ik hem voorzichtig opende hield ik stukjes vermolmd papier in mijn hand. Ik was bang dat ik een muizennest zou aantreffen, maar mijn zicht op de inhoud werd alleen door een centimeterdikke laag stof verhinderd.

Hallo doos, zei ik. Wat herberg jij voor moois?

De doos zei niks en ik knikte.

Oké, speel het maar zo, dacht ik en hield verder mijn mond.

Ik blies het stof uit de doos (nooit proberen 7 centimeter stof uit een oude doos te blazen met astma!) en zag tientallen stapeltjes oude correspondentie. Dat zijn e-mails maar dan met de hand geschreven. Zo onderhielden mensen vroeger contact met elkaar, mijn vriendinnen en ik net een beetje meer dan de gemiddelde Klazien of Jolanda. Ik schreef met iedereen, aan iedereen die maar wilde. Beplakte de enveloppen met poezieplaatjes om te kijken of de post dat zou accepteren. (PTT heette die club, ik noem ze nog steeds zo, net als Twixen voor mij altijd Raiders zullen zijn en Centerparcs gewoon Sporthuis Centrum heet. Niet alleen mijn spieren worden strammer, beste mensen.). Mutsenopstandigheid.

Ik heb jarenlang gedacht dat deze doos, althans zijn inhoud, kwijt was. En nu keek ik naar 30 jaar oude briefjes, brieven en kaarten. Zag ik namen van mensen die ik niet meer kon terughalen en van mensen die ik uit het oog verloren was. Van mensen die niet meer leefden.

Drie uur zat ik op de stoffige zolderverdieping, tussen oude slapende spullen.

Weemoed maakte zich van mij meester.