Euforie

We stonden allebei te kijken hoe onze kinderen aan het spelen waren. Jij was vader van twee zonen en ik was moeder van twee zonen. Ze speelden met elkaar en we raakten aan de praat. Zoals dat gaat, van koetjes naar kalfjes ging het. Ik ben daar doorgaans niet heel sterk in, losjes wat staan en quasi-geïnteresseerd elkaar vragen stellen, als een soort tijdverdrijf in plaats van gewoon in stilte wachten tot het wachten voorbij is. Je zegt iets, ik zeg iets, je staat in wezen naast elkaar naar de kinderen te kijken en praat ook die kant op, maar dan met elkaar. Maar we stonden daar, inderdaad zo van die koetjes-en-die-kalfjes, naast elkaar en maar af en toe een blik in elkaars richting.

En toen gebeurde het: een vonk vonkte en we keken elkaar aan. We draaiden ons van de spelende kinderen af en naar elkaar toe. We hadden een gesprek, met èn zonder woorden. Iets kriebelde, nee kolkte, in mijn buik, hoe mooi is het als een onbekende ineens vertrouwd aanvoelt en je hebt geen idee wat daar de reden van is. Maar we stonden daar en het ging niet meer over koetjes en kalfjes. Ik keek naar je gezicht, luisterde naar je stem en je rollende r, je kwam niet van hier. Nee, je was hier ooit als student terechtgekomen en, zoals dat gaat, blijven plakken aan baan en dame. Ik knikte. Zoals dat gaat. Ik hing aan je lippen en jij aan de mijne, de euforie gonsde veilig door onze aderen. Van buiten was er kalmte en woorden en was er alleen aan onze ogen te zien dat er vuur van binnen was.

De kinderen waren klaar met spelen. We pakten onze spullen en namen onwillig afscheid. Ik ben je daarna nog vele malen tegengekomen, maar het was nooit meer zoals het toen was.