Oudejongenskrentenbrood

Ik las net in de krant over een vrouw die binnenkort op straat staat vanwege het niet verlengen van haar arbeidscontract bij de RuG. Ze scoorde onvoldoende op de criteria communicatie en samenwerken. Klote, denk je eerst.

Maar wat bleek? Ze had een vertrouwelijke brief geschreven naar het faculteitsbestuur over onrust op haar afdeling over het personeelsbeleid. Deze brief is vervolgens niet vertrouwelijk behandeld maar bij haar direct leidinggevende terechtgekomen. Tijdens een middagje sauna op kosten van de baas, of zo. Haar baas was ‘diep teleurgesteld en onaangenaam getroffen’, de arme drommel.
De vrouw, die het jaar ervoor nog goed scoorde op bovengenoemde competenties, kreeg een maand later te horen dat ze haar biezen kon pakken. Er werd benadrukt dat het niks met welke brief dan ook te maken had. Ze liet het er niet bij zitten en stapte naar de geschillencommissie. Ik hoop voor haar dat hier niet een meneer in zit die in een donker verleden eens een balletje golf heeft geslagen met iemand van het afdelingsbestuur van haar faculteit. Het zou zo maar kunnen.

Ik spreek helaas uit ervaring. Al die mannetjes (m/v) daar, met hun belangrijke baantjes en hun egootjes die nog maar net in hun borstkastjes passen. De gangen waren drassig van de testosteron die als stroperige smurrie uit hun poriën gutste. Toen ik niet uit mezelf enkele hints begreep, kwam een onderaapje mijn kamer binnensluipen en zei: ‘Je denkt toch niet dat je een vaste aanstelling krijgt hier hè? Ik was hier eerst. Als de professor straks dood is ben jij de eerste die eruit vliegt en krijg ik zijn plek.’
Ik heb het daar niet lang volgehouden.