De man die vandaag doodging

De krant kopt: ‘Voormalig Russisch parlementslid doorgeschoten in Kiev’, compleet met plaatje van een man die bij leven ooit in de doemabankjes zat en samen met zijn collega’s het Russische sprookje levend hield. De man draagt een pak met stropdas, zie ik op de foto. Zijn bruine schoenen zitten aan benen die naar buiten gekeerd een A zonder middenstreepje vormen. Hij ligt in een plas bloed, zijn hoofd opzij en gehavend.

Ik kijk allang niet meer op van dit soort foto’s, gisteren nog visueel terreur uit Londen, eergisteren etcetera. Mijn maag draait zich om en dan gebeurt het. Ik sla aan het denken, zie hoe de Rus vanochtend zijn schoenen aandeed, hoe hij gehaast zijn koffie dronk, hoe hij met een grijns zijn minnares gedag zoende die nog in bed lag en naar seks rook. Hij verlaat het pand en steekt de Parkovaya straat over, op weg naar de brug die hem de Dnjepr over zal brengen. Tijdens het lopen trekt hij zijn stropdas recht en checkt zijn telefoon. Moeder wenst hem succes vanmiddag, zijn secretaresse vraagt wanneer ze Meneer Andrey zal inplannen. Hij kijkt even op, het verkeer is hier druk en hij wil veilig de dag doorkomen. Een man passeert hem, knikt hem toe en dan, poef, valt hij, vlak na zijn telefoon raakt hij de harde stenen van de Oekraïense stoep. Gedachten gaan door zijn hoofd, zijn kinderen in Moskou, zijn mamaatje, Galina hoe ze vanochtend naar hem opkeek met zijn pik in haar mond. En dan is er niks meer.

Ik weet dat mensen elkaar doodmaken, dat mensen moorden omdat ze haten. Ik weet dat mensen elkaar doodmaken omdat ze denken dat de ander onrein is. Omdat de ander geen recht op leven heeft. Mensen moorden elkaar uit sinds er mensen bestaan. Maar ik kan daar niet bij. Ik kan daar echt niet bij.

Ik overdenk die laatste gedachte en prijs me vervolgens gelukkig dat ik nooit in de positie ben geweest te moeten beslissen over het leven van een ander. Dat ik geen verkrachter, mensenhandelaar of kindermisbruiker tegenover me had en een wapen in mijn hand.