Verankerd in Groningse klei


Identiteit kan nogal verwarrend zijn als je het beeld niet scherp hebt. Mijn afkomst was tot zeer kortgeleden een non-issue. Ik was het vleesgeworden bewijs dat je helemaal kunt oplossen in een maatschappij, de ultieme aanpasser, barbapapa in optima forma. Ik had alles wat voor mij kwam opgegeven en was onzichtbaar opgegaan in het land waar mijn ouders als joods-Tsjechische politieke vluchtelingen waren neergestreken. Met groot succes, vond ik zelf.

En toch knaagde er iets.
Mijn moedertaal om te beginnen. Die was ik onderweg naar volledige integratie ergens verloren. Klein offer, zou je denken, maar steeds vaker betrapte ik mezelf erop dat juist het verliezen van mijn moedertaal in mijn peutertijd een enorm stempel op mij had gedrukt. Er was iets weggevaagd, afgehakt, uitgewist. Ik was niet de hele Bronja. Ergens had ik een stukje te veel van me afgeschud, had ik integreren voor assimileren verward. Ik was volledig van mijn afkomst afgesneden geraakt.

Ironisch genoeg waren het de mensen aan wie ik mij identiek waande die mij op het spoor van mijn afkomst zetten. Ík voelde me misschien een volledige Nederlander, die vanzelfsprekendheid werd niet door iedereen gedeeld. Mijn naam en uiterlijk: ik krijg ze te zien door de spiegel die anderen mij voorhouden. Je bent door die spiegel ineens niet meer volledig gelijk, niet hetzelfde. Anders. Niet zoals je eerst was, ook. De onbevangenheid is eruit als iemand je afkomst bevraagd, of in je gezicht zegt ‘niks tegen joden te hebben’. Dan is er de realisatie: ik sta als tweede generatie allochtoon in de statistieken. Volgens het CBS is iemand namelijk allochtoon als tenminste een van de ouders in het buitenland is geboren. En dus ben ik naast dat ik Nederlander ben, óók allochtoon, want allebei mijn ouders zijn in het buitenland geboren.

En weet je? Het geeft niet. Dat ik anders ben, geeft niet. Ik voel me geen slachtoffer, ik snap heus dat kleurenblindheid onderdeel was van de maakbaarheidsdroom van de sociaal bevlogen mens uit de jaren tachtig, maar feitelijk gewoon niet bestaat. We zien wel degelijk in kleur, maar het is de waarde die je vervolgens toekent aan de verschillen waar het volgens mij om gaat. Niet alleen voor de persoon die de verschillen meent te moeten benoemen, juist óók voor degene die wordt aangesproken. Ik zie er anders uit. Check. Laat ik mij hierdoor hinderen? Zo min mogelijk.

Sterker nog, ik laat mij er niet alleen zo min mogelijk door hinderen, die spiegel die mij is voorhouden heeft ervoor gezorgd dat ik voor het eerst echt ging nadenken over mijn afkomst. Want ja, ik voelde mij stiekem wel altijd anders, maar weigerde daaraan toe te geven, zo hardnekkig was blijkbaar het ‘assimilatie-gen’ dat ik van mijn ouders en grootouders heb meegekregen. Ik was in feite zo geïntegreerd dat er niks meer van wat voor mij was, over is gebleven. Ik sprak zoals gezegd zelfs mijn moedertaal, Tsjechisch, niet meer. Ik was dus Nederlander door mijn paspoort en allochtoon door mijn afkomst en hoe mijn gevoel hier precies tussen paste, was op zijn minst twijfelachtig. Dat ik een flinke portie melancholie en weemoed in me had lijkt mij duidelijk.

Hoe meer ik hierover na ging denken, des te meer ik besefte dat hier alleen verbetering in zou komen als ik de witte, vage vlek die mijn afkomst was van contouren zou voorzien en ging inkleuren. Dit onbekende terrein, het land van mijn ouders en de cultuur die hierbij hoort: dat hoorde immers ook bij mij. Ik ging op onderzoek uit, dook archieven in, bekeek foto’s en dagboeken en praatte met familie over de hele wereld en met mijn moeder bij haar thuis. Ik snap nu beter wie ik ben, om de doodeenvoudige reden dat ik weet waar ik vandaan kom. Ik heb er mijn moedertaal niet mee teruggekregen, maar ik kan desalniettemin zeggen dat ik me rijker voel en rustiger ben.

Is het werkelijk belangrijk om te weten waar je vandaan komt? Voegt dit iets wezenlijks toe? Ik denk het wel. Zeker als een deel van jezelf altijd onderbelicht is geweest, verscholen onder de oppervlakte, geen naam en stem heeft gekregen, maar op de achtergrond wel mede bepaalt wie jij bent. Het maakt cirkels rond.
Mijn zoektocht was een helende tocht die ervoor heeft gezorgd dat mijn identiteit nu staat als een huis. Verankerd in Nederlandse bodem, in de Groningse klei, maar met lange vruchtbare wortels naar elders. Een stevig fundament.