Noah

Ze zag hem voor het eerst in de wachtkamer van de dokter en besloot in twee seconden dat alles wat de rest van de dag gedaan diende te worden, niet gebeuren zou. Deze jongeling was voor haar gemaakt, zoveel was duidelijk. Toen zijn naam werd geroepen door de arts was ze met stomheid geslagen: hij heette ook Noah, net als haar overleden broertje. Het was duidelijk een teken. Waarvan, dat wist ze niet precies, maar Noah en zij zouden vanaf nu onafscheidelijk zijn.
Natuurlijk bleef ze niet zitten tot de dokter haar zou roepen. Ze hees zich ongemakkelijk op en ging buiten op de parkeerplaats op wacht staan tot hij naar buiten kwam. Ze zou het geschikte moment afwachten om hem te vertellen dat ze bij elkaar hoorden. Noah kwam naar buiten. Zijn das wapperde achter hem aan toen hij met ferme tred langs haar liep. Ze rook zijn aftershave, of parfum, dat wist ze niet, maar de geur was een beetje zoetig en ook een beetje als een stukje boomschors met hars. De geur deed haar denken aan de cypressen van thuis. Hij leek haar niet te zien, maar dat was niet erg. Dat zouden ze voor later bewaren- als ze het teken had gehad.
Hij was te voet. Dat was gunstig. Zij was met de fiets maar die kon ze hier prima achterlaten. Ze zou wel haar man nog moeten bellen, en iets verzinnen om te zeggen, iets dat zou verklaren waarom ze de kinderen niet van school kon halen en wie weet hoe lang niet thuis zou komen, maar ze verwachtte niet dat het lang zou duren tot Noah en zij naar elkaar hadden uitgesproken dat de liefde sterker was dan haar huwelijk en kinderen en wat hij dan ook voor onbenulligs met welk meisje dan ook mocht hebben. Daar hoefde helemaal niet veel tijd overheen te gaan voor dat dat uitgekristalliseerd was.
Noah liep de doorgaande weg over zonder goed te kijken of er verkeer aankwam. Ze fronste haar wenkbrauwen. Ze was daar altijd heel straight in- en heel helder ook naar haar kinderen: oversteken was iets dat je met volste concentratie moest doen. Noah echter had zijn telefoon in zijn linkerhand en tikte met de rechter van alles op het display terwijl hij zijn been op het asfalt zette. Ook stak hij niet over op de zebra. Niet oké, dat zou ze hem moeten afleren. Als hij haar soulmate wilde blijven zou hij dat moeten afleren. Ze nam aan dat hij er niet moeilijk over zou doen: zulke dingen doet een mens immers voor echte liefde, toch?
Hij stak een van de kleine straatjes in die naar het grote plein leiden. Inmiddels had hij de telefoon aan zijn oor en ving ze flarden op van zijn kant van het gesprek. Hij had met iemand, of meerdere mensen, dat kon ze er niet uit opmaken, afgesproken voor het avondeten ergens in de stad. Hij zei nu dat hij eerst naar huis zou gaan om te douchen en scheren en iets moois aan te trekken. Ze vond helemaal niet dat het nodig was dat hij zich zou scheren. Integendeel, hij zag er adembenemend uit zoals hij er nu uitzag. Dat zou ze hem ook vertellen later. Dat hij had gezegd dat hij ‘iets moois’ zou aantrekken, verontruste haar een beetje, want in haar optiek hoorde een man niet zoiets te zeggen. Alleen meisjes zeiden dat. Maar ook daarover viel te praten en ach ze was ook de beroerdste niet, misschien moest ze er iets ontspanner instaan. Misschien kon het wel, alleen was zijzelf ouderwets. De jeugd praat immers heel anders.
Hij was bij het grote plein aangekomen en stak eindelijk dat vreselijke mobiel in zijn zak. Daarmee trok hij het pand van zijn colbert omhoog en zag ze zijn kont. Ze moest slikken en haar adem stokte. Wat een fraai gevormde billen en wat bewogen ze mooi in zijn broek als hij liep. Ze voelde haar hart bonzen en haar ademhaling sneller gaan. Dus zo voelde het om opgewonden te raken! Ze kon zich niet meer heugen hoe dat was –als ze het ooit al was geweest. Ze had nooit haar man begeerd en voor hem nooit een ander. Dat deed je niet als zedige vrouw. Ook had ze, als ze de porno van haar man op hun thuiscomputer vond en weghaalde, nooit de behoefte gevoeld te kijken en zich te laten opgeilen door tienermeisjes en grote harige oude mannen. Dit was de eerste keer dat ze iets voelde en zo hoorde het ook. Noah en zij waren immers voor elkaar gemaakt.
Hij had haar nog steeds niet gezien toen hij de drukke winkelstraat doorliep, stevige passen die ze maar moeilijk kon bijhouden. Aan het einde van de winkelstraat liep hij een steeg in naar links en hield toen stand voor een statig pand dat ingeklemd was tussen andere statige panden. Ze waren wel vervallen, vond ze. Vergane glorie. Eerdaags voor de notabelen van deze middelgrote stad, nu voor de ex-studenten die nog geen carrière hadden gemaakt. Waarom was haar geliefde eigenlijk bij de dokter geweest? Waarom had hij niks gezegd tegen haar? Ze was in de war. Ze vond dat je doktersafspraken met de mensen van wie je houdt, deelt. Maar toen besefte ze dat Nooh, of nee, Noah, nog niet wist dat dat zo was, en het was aan haar het hem binnenkort mee te delen. Hij zocht een sleutel in zijn zak en weer ving ze een glimp op van zijn achterwerk. Gedachten drongen zich aan haar op, vulgaire gedachten waarvoor ze zich schaamde en die ze naar de achtergrond probeerde te dringen, wat haar grotendeels lukte.

Hij ging naar binnen en zij was buitengesloten. Dat voelde niet goed. Maar ze zou de tijd moeten doden en dus belde ze Mo. Hij was nors en weinig toegankelijk maar dat interesseerde haar niks. Of hij voor deze ene keer de kinderen kon halen. Ze was bij de dokter geweest en was gelijk doorverwezen naar het ziekenhuis voor een bloedonderzoek en van daaruit meteen opgenomen. Of hij niet langs moest komen, wilde Mo weten. Nee zei ze. Ik red het eerst wel zo. Als ze zou moeten blijven vannacht dan was langskomen wel handig, met spulletjes. Mo zou de kinderen halen en tevreden stopte ze haar telefoon in haar grote handtas. Ze had jeuk gekregen op haar hoofdhuid van het stevige lopen van daarnet. Met moeite kon ze met haar vinger daar kriebelen waar de jeuk het ergste was.
Ze keek omhoog en zag tot haar vreugde Noah in alleen een handdoekje voor het raam staan. Hij had weer zijn telefoon in zijn hand en moest lachen. Wat was hij toch mooi, haar geliefde. En van mij! Van mij! Hij was al onder de douche vandaan, zo te zien. En zo was hij ook weer weg. Scheren, vermoedde ze. Na een klein half uur kwam hij weer tevoorschijn. Hij droeg een paars overhemd en een camelkleurige strakke broek –was het leer? Ze kon het niet zo goed zien- en cognackleurige schoenen met punten. Zijn zwarte krullen waren nog vochtig. Ze verschool zich in de steeg tegenover zijn huis en wachtte tot hij zou beginnen met lopen. Eigenlijk wilde ze naar hem toe rennen en haar stevige armen om hem heen slaan en hem bedelven met duizenden zoenen. Maar ze zou ermee wachten, tot hij klaar was met zijn afspraak. Als hij weer naar huis zou lopen, zou ze hem benaderen en dan zouden ze zich kunnen overgeven aan hetgeen hun lichamen verlangden.
Noah leidde haar naar een eetcafé waar ze natuurlijk nog nooit was geweest, aan de rand van het park waar ze best graag aan had gewoond, maar waar Mo en zij nog niet eens een schuurtje zouden kunnen betalen. Mo. De naam klonk vreemd ver weg. Het was ook niet belangrijk. Het eetcafé heette Obelix en toen ze een paar minuten later dan Noah naar binnenstapte, sloeg de warme vochtige jassen geur haar in haar gezicht. Een vrouw als zij kwam niet in dit soort etablissement, ze hoorde Mo het zeggen, maar ze was hier nu wel en zocht met haar ogen langs de tafeltjes tot ze Noah achterin opmerkte. Hij had zijn zwarte overjas uitgetrokken en over zijn stoel gehangen en kuste nu een jong schaap van nauwelijks meerderjarige leeftijd. Het was een beeldschoon meisje, dat moest ze wel toegeven, maar het kind had ook de zelfingenomen arrogantie van dat deel van het menselijke soort dat nog niet droog achter de oren was. Het deel dat nooit over ouder worden nadacht en dacht dat spataderen, de overgang en hangtieten voor anderen waren. Ze wist een plekje aan de lange leestafel te bemachtigen. Van hier had ze redelijk goed uitzicht op het object van haar affectie en kon ze bovendien horen wat er aan die tafel gezegd werd. Tenminste, als al die ratelende mensen om haar heen eens hun mond hielden. Nu werd ze weer afgeleid door een ober die haar vroeg wat ze wilde drinken en of er zo meteen nog mensen kwamen en of ze dan een andere tafel wilde als ze gingen eten. Ze keek omhoog naar zijn gezicht en had geen idee wat ze wilde drinken. Niks. Maar dat kon hier natuurlijk niet. Hij legde zijn hand op haar vochtige zwarte jas. Of ze hem niet liever op wilde hangen in plaats van die natte troep aanhouden? Nee, dank je, ik hou hem liever aan. Ze schudde zijn hand weg. De schaamteloosheid. Geef mij een muntthee met honing. Ik ben alleen en er komt niemand en ik wil niks eten laat me met rust. De man knikte en liep weg. Geërgerd draaide ze zich weer om en bekeek het tafereel. In de tijd dat ze met de ober bezig was geweest, had het gezelschap uitbreiding gekregen van een nogal overdreven gebarende man en nog zo’n modepopje. Er werd druk gesproken maar hoe erg ze ook haar best deed, ze kon alleen flarden van hun gesprek verstaan. Noah articuleerde zijn woorden nadrukkelijk merkte ze. Waarom hij dat deed wist ze niet. De gebaartjesman zag er een beetje vrouwelijk uit, door zijn armbewegingen die elk woord kracht bij leken ze willen zetten en zijn oogrollen en schudden met zijn hoofd. De meisjes giechelden alleen maar. Wacht maar, jullie. Ik zie heus wel dat jullie bezig zijn hem binnen te hengelen maar hij houdt van mij, Noah weet een echte vrouw te appreciëren, niet een barbie op naaldhakken en make-up van een goedkope hoer.
Terwijl zij haar muntthee dronk, dronk Noah een hele fles witte wijn leeg en at hij een paar vorkjes sla en wat garnalen. Dat baarde haar zorgen. Waarom zorgde haar oogappeltje niet voor zichzelf? Ze hoopte dat hij snel weg zou gaan zodat zij hem op weg naar huis kon benaderen en hem over het wonder zou vertellen.

Toen ze terugkwam van het toilet zag ze dat Noah en zijn vrienden al hadden afgerekend en naar buiten liepen. Snel betaalde ze haar thee en rennend meer dan lopend ging ze naar de deur achter het rood fluwelen kleed. Noah nam afscheid van de dames, weer veel gezoen en overdreven gedoe. Ze was tevreden, dit verliep tot nu toe prima. De andere man liep met Noah weg. Ze staken hun armen door elkaar en lachten hard. Ze wilde dat de gebarenman verdween. Oploste. Haar instaat zou stellen te doen wat zij wist sinds ze een paar uur eerder de liefde van haar leven was tegengekomen. Maar hij ging niet weg. Hij bleef verstrengeld in Noah en samen liepen ze naar de binnenstad terug. Ze had geen idee waar ze heengingen, maar het was niet naar Noahs huis, zo leek het. Ineens hield ze stil, zo in gedachten verzonken was ze dat ze niet had gezien dat de jongemannen voor een smal pakhuis langs het water waren stilgehouden en hadden aangebeld. Ze was bijna tegen ze aangebotst en mompelend verontschuldigde ze zich en met gebogen hoofd maakte ze zich zogenaamd uit de voeten. Toen er een zoemer klonk, ging de deur open en verdween Noah met zijn vriend in het pand. Ze liep terug en bekeek de deur en de rest van het pand eens goed. Er viel niets uit op te maken, wat ze heel raar vond. Het enige wat opviel was ene vlag die vrolijk wapperend in een hoek van 45 graden als een stijf lid omhoog stak. Het was een vlag die ze niet kende. Welk land voert nou een vlag als een kindertekening, dacht ze. En waarom stond er niet of het een bar was, een bioscoop, een theater of misschien wel gewoon een woonhuis? Heel apart. Ze zag wel de buzzer waarop Noah even daarvoor had gedrukt. Er had een stem geklonken, bedacht ze nu en even later waren ze naar binnen gelaten.

Zonder aarzelen drukte ze op de bel. Er klonk wat geknetter door de intercom en toen hoorde ze een mannenstem zeggen: ‘We zijn nog open, waarom vertellen ze de nieuwen niet dat ze pas om zes uur moeten komen..’s ochtends, niet ’s avonds. ‘ Ze trok haar wenkbrauwen op en realiseerde zich toen dat dat oogje bovenaan de intercom waarschijnlijk een camera was. Dus de man had haar gezien. Maar nog steeds snapte ze het niet. Ze wilde naar binnen en zei dat ook. ‘Truus, luister eens, ik zei net dat we open waren. Daarmee bedoel ik dus niet voor jou. Kom je niet om schoon te maken dan?’ Het beviel haar niet dat hij haar Truus noemde en dat zei ze hem ook. En nee, ze kwam niet om schoon te maken, ze kwam voor Noah en of ze nou alsjeblieft naar binnen mocht ze had het koud. De man schaterde het uit van het lachen, zei iets tegen iemand anders en hinnikte vervolgens door de intercom dat hij voor haar zou open doen en dat ze samen naar Noah op zoek zouden gaan. Het gezoem klonk wederom en ze stapte naar binnen. Even gingen haar kinderen, nou ja eigenlijk haar kleinkinderen natuurlijk, door haar hoofd. Ze hoopte dat Mo het niet zou vergeten ze van school op te halen. Maar toen waren de kinderen alweer uit haar hoofd verdwenen. Ze stapte een donkere entree binnen en keek om zich heen. Geen Noah. Überhaupt niemand. Het was er ook doodstil, hoewel ze een soort pompende dreun vanuit achteren hoorde. En waar was die man gebleven die met haar Noah zou zoeken?

Hallo, zei ze. En nogmaals Hallo? Ja, hallo, dapper dwaas vrouwtje, zei een stem en een arm werd om haar middel geslagen. Ze duwde hem van haar af maar niet helemaal want het was hier donker en ze had een naar voorgevoel. ‘Kom. We gaan Noah zoeken. Ik weet niet of hij je hier heeft uitgenodigd, maar als dat zo is is hij een ziekere hond dan ik dacht’. Het geluid uit zijn mond klonk nu als kakelen. Ze rilde. Aan het eind van de pijpenla-achtige ruimte was een deur en toen de man deze opende stonden ze in een ruimte die baadde in het licht. Ze moest een paar keer met haar ogen knipperen om eraan te wennen. De ruimte was een soort spa, hamman, flitste het door haar hoofd, ik ben in een hamman terechtgekomen!, met een rond zwembad in het midden en één, nee twee, bubbelbaden aan beide kanten van het verblijf. Ook waren er douches, met grote koppen niet alleen van boven maar ook van de zijkanten, gewoon tegen de muur, zonder afscheiding. Tot zover de klinische constateringen die haar hersens nog wisten te produceren, want het overgrote deel van haar bewustzijn werd overrompeld door input die ze eigenlijk niet kon bevatten.
Ze zag mannen. Veel mannen. Allemaal naakt en zonder schaamte. De mannen stonden onder de douche, zwommen, zaten in het bubbelbad of stonden of lagen op kussens voor de lange balletspiegel die vastzat aan de achterwand. Hun naaktheid op zich was al een enorme schok voor haar, maar hetgeen zij met hun naaktheid deden zorgde ervoor dat haar hersenen aanvoelden alsof ze in een tefal frituurpan waren geworpen zonder paneer en de kok naar de wc was gegaan en het eten was vergeten. Onder de douche stond een man met een reusachtige stijve piemel waaraan een tweede man zoog. Zoiets had zij nog nooit gedaan en dat twee mannen zoiets deden vervulde haar met ongeloof. In het zwembad zoenden een paar stelletjes elkaar en ook in het bubbelbad zat een koppel dat overduidelijk vooral aandacht had voor elkaars geslachtsdelen. Wat haar het meest choqueerde waren de taferelen aan de overkant, bij de spiegel. Er lagen en stonden daar mannen die seks met elkaar hadden en naar zichzelf keken in de spiegel. Ze sloeg haar hand voor haar mond nadat een gilletje eraan was ontsnapt.

 
‘Ah, toch wat minder dapper ’, zei de man naast haar. Hij was de enige met kleren aan, naast zijzelf natuurlijk, al was hij een stuk schaarser gekleed dan zij. Ze zweette als een otter onder de dikke mantel en hoofddoek en haar hoofdhuid kriebelde ook weer onaangenaam. ‘Kom eens mee’, zei hij en met grote tegenzin liep ze achter hem aan. Ze deed haar best niet te kijken naar deze onzedige viezeriken die net deden of ze haar niet zagen, of nee, sommigen zagen haar en moesten lachen en een jongeling zwaaide zelfs naar haar en blies haar een kushandje. Het was de jongeling onder de douche met dat grote ding. Bij de spiegel aangekomen hield de deurman halt. Hij legde zijn linkerhand op haar schouder en zei: ‘Goed. Kijk eens in de spiegel. Wat zie je?’ Ze keek, ze keek maar probeerde niet te zien wat ze zag. Al die gladde, naakte strakke jongenslijven, die man in korte broek en afgeknipt shirt en…zijzelf. Ze schudde langzaam haar hoofd, als in slow motion toen het tot haar doordrong, nu pas, hoe het zat. Zij, Anwar, getrouwd met Mo en moeder van vier kinderen en oma van acht, draagster van hoofddoek en ook van een psychische aandoening, dat moest haast wel, stond in een pand waar homoseksuele mannen elkaar als hobby neukten als.. als beesten en haar geliefde Noah lag op een kussen met zijn gezicht in een stukje paarse stof weggedrukt terwijl de gebarenman hem bereed als ware hij de leeuwenkoning.