ZaZen

Ik zag hem toen ik de trap van de metro op liep. Een grote grijns op mijn gezicht, want hoewel zevenentwintig jaar later was de herkenning onmiddellijk. De enorme warmte die zich gelijkmatig over mijn lichaam verspreidde nog precies zoals die was geweest toen wij als vijftienjarigen een soort van afscheid namen voor dojo ZaZen in onze geboortestad Groningen.
De jongen was praatziek geweest, net als ik. Hij was snel met woorden, ze snelden doorgaans zijn gevoel mijlenver vooruit. Ook mijn woorden waren pre-emptieve wapens geweest. We zaten allebei net op karate, maar de kunst van de zelfverdediging hadden we tot de derde dan onder de knie. Die werd niet gedoceerd op de mat in de dojo door de sensei met de pornosnor- ze zat in onze stembanden besloten.Woorden vaak zonder betekenis, woorden om het binnenste niet te voelen of het onzichtbaar te maken voor de ander. Maar ik zag zijn gevoel wel- en voelde het mijne. Op het laatst zeker en dat betekende het einde van onze vriendschap. In vriendschap heeft puberale lust niks te zoeken, vond ik toen streng.

De jongen was een volwassen man geworden. Hij was kaal en niet meer net zo lang als ik. De baard meer grijs dan donker. Maar toen hij mijn naam zei was alles hetzelfde. Zijn gebit als een Noors fjord precies zoals ik het me herinnerde en zijn ogen die nog steeds gemaakt leken voor de meest fantastische glimlach die ik ooit had gezien. Als hij lachte, zag je die volmaakt imperfecte tanden. Zijn ooghoeken trokken dan aan de mondhoeken als touwtjes aan Jan Klaassen. Hij glimlachte naar me, zevenentwintig jaar na het afscheid voor de dojo. Hij glimlachte en zei mijn naam.

En alles was hetzelfde, tot aan zijn woorden die stroomden, en alles was anders. Wij waren wie we toen ook waren geweest, plus bijna drie decennia aan wat men eufemistisch ‘levenservaring’ noemt. Of het die levenservaring was, of dat ik de dogmatische zwart-wit bril van mijn puberteit had af weten te zetten ergens onderweg, ik weet het niet.

Wat alles anders maakte was één klein verschil. Daar waar ik hem ver bij me vandaan had gehouden op mijn vijftiende, onder andere heel letterlijk, wilde ik hem zevenentwintig jaar later alleen maar dicht tegen me aandrukken.