Kontloos

Je kwam vanochtend nadat je was wakker geworden bij mij in bed liggen. Zoals elke ochtend werd mijn slaapkamerdeur niet zachtjes geopend maar testte je de deursponning op maximale belastbaarheid. Dat is weinig relaxt wakker worden kan ik je verzekeren, maar ik kon me gelukkig al vijf seconden op dit dagelijks terugkerende mdfgeweld voorbereiden omdat eerst de deur van je eigen slaapkamer eraan moest geloven.
Elke ochtend hetzelfde ritueel met als laatste onderdeel jouw mollige jongetjeslijfje dat zich zonder schaamte onder mijn dekbed worstelt en net zolang wroet tot het lekkerste plekje gevonden is. Dit is het beste moment van de dag. Jij en ik een paar minuten samen voor school en werk begint, dat door mij gemaakte vlees in mijn armen gesloten en praten over vooral veel niks. Parler de la matinée: hoe erg is het om kontloos te zijn? Is dat erger dan neusloos of piemelloos? We filosofeerden ons een slag in de rondte, het werd een geanimeerd gesprek. Na tien minuten maakte ik een einde aan jouw woordenstroom, wat altijd lastig is bij dit kereltje dat de praatziekte van zijn mama lijkt te hebben geërfd.
Misschien moet je later maar cabaretier worden lieverd, zei ik toen ik je een laatste kusje gaf. Maar misschien was dat wel weer zo’n typisch gemiste kans die je op je kinderen projecteert.