Jaloezie


Ik kan niet omgaan met jaloezie. Met verongelijktheid. Met uitsluiting. Maar vooral met het gevoel dat anderen wel iets krijgen of bereiken met een schijnbaar gemak waar ik nooit bij in de buurt zal komen. Godverdomme wat haat ik dit gevoel van achtergesteld zijn. Doorgaans ben ik immuun voor hetgeen anderen bereiken. Kan ik oprecht blij en zelfs trots zijn op collega-schrijvers met 4 herdrukken in 4 maanden, 8000 verkochte boeken, hun tronies met bewegende monden in een laat-op-de-avond programma. Doorgaans; tot het me bij de strot grijpt, die koleresensatie. Jij hebt geen column in een krant. Jij staat niet op de foto met Arie Boomsma. Jij krijgt geen liefdesbrief van een ouwelulauteur. Jij bent minder waard.
Ik vecht ertegen. Ik schreeuw ertegen. Laat me met rust, ik heb geen boodschap aan jou. Mijn zwaard van links naar achteren en naar boven en hard maaiend probeer ik je van het lijf te houden. Want jaloezie, wat ben je lelijk. Wat ben je een gedrocht van een nageboorte en wat hoop ik dat je een pijnlijke dood sterft en vergeet waar ik woon.