De Marokkaan

De vorige avond had ik nog vol adrenaline geschitterd, badend in de ongemakkelijk aanvoelende aandacht en felle tl- spots. Nu zat ik in de trein heel klein te zijn.
Ik voelde me alsof iemand abrupt het ventiel met hyper had losgedraaid en ik spontaan en ter plekke was leeggelopen. Zo voelde ik mij echt. Leeggelopen, een schim van de avond ervoor. Ik overdacht mijn stupiditeiten. Waren ze klein en toe te schrijven aan zenuwen of episch en oncorrigeerbaar geweest?
Ik vond zelf dat ik me goed staande had weten te houden te midden het luidruchtige geweld, maar helaas had de ervaring mij geleerd dat ikzelf niet altijd de beste beoordelaar was van mijn eigen gedrag, althans in de ogen van de ander.
Zo zelfpijnigend, in nutteloze overpeinzingen opgaand was ik dat ik de commotie ronddom mij niet had opgemerkt. Ik keek opzij en zag een jongeman druk gebarend door het gangpad heen en weer lopen, half in zijn telefoon, half in het luchtledige praten.
‘Allemaal doodvallen kunnen ze, hoor je mij? Ik hoef helemaal niks, ik doe helemaal niks, Ik leef alleen voor mezelf en heb schijt aan iedereen, behalve mezelf, de rest fuck you’ zei hij en bewoog zijn linkerhand een paar keer over zijn keel.
De jongen praatte hard en het drukke ijsberen maakte mij zenuwachtig en geïrriteerd. Ik was blijkbaar niet de enige met deze gevoelens van onbehagen, want een oudere dame aan de andere kant van het gangpad, kort grijs haar, degelijk montuur, lijvig boek op haar schoot, sprak de jongen op ferme toon aan:
‘Zou je veel minder luid willen zijn – dit is een stilte coupé!’
Ze articuleerde heel duidelijk, net of ze tegen een dove of zwakzinnige sprak, maar de jongen begreep haar heel best. Hij stopte met praten en ijsberen en in één vloeiende beweging hing hij op vijf centimeter van het gezicht van de vrouw, zijn telefoon onderwijl opzij houdend, alsof hij bang was dat de vrouw hem met haar lichaamswarmte zou besmetten.
‘Ik mag dat – luid zijn! Heel heel luid, hoor je dat? Jij niet. Jij moet je bek houden. Jij wel. Jij bent geen Marokkaan. Marokkanen hoeven dat niet, dat weet je inmiddels wel hé, dat wij nooit stil hoeven te zijn? dat heb zelfs jij wel gehoord inmiddels. Dus. Bek dicht.’
En weg was hij, de volgende coupé in.
De stilte die viel in de stiltecoupé waaruit de jonge Marokkaan was verdwenen, was oorverdovend.