RAAR

Ik zat elke dag alleen op mijn kamertje. Elke dag, op die spaarzame momenten na dan die ik doorbracht met mijn enige vriendin die uiteindelijk ook geen echte vriendin bleek maar mij slechts als tijdelijk meubilair beschouwde tot de echte stukken geleverd zouden worden, en ze het tussenspul bij het grofvuil kon zetten.

Ik zat thuis en luisterde ronflonflon met Jacques Plafond, schreef gedichten, rangschikte mijn knuffels op mijn bed volgens een roulatieschema en fantaseerde over jongens die in mijn aandachtsveld waren gekomen, maar waar ik op zou afstappen noch door opgemerkt worden. Ik had het niet bewust door toen, maar ik was een wat raar meisje. Geen datingmateriaal. Geen lang glanzend haar, geen O’Neill jas, geen Nike Airs of de juiste gebaren, woorden en gedragingen. Ik was awkward. Korte stekeltjes, een bril die vaker met plakband provisorisch aan elkaar getaped zat dan zelfstandig functionerend was. Toen ik van plat naar dubbel D-cup in warpspeed ging, wist ik niks anders te verzinnen dan de nieuwe aanwinsten aftapen, platwalsen met een stevige zwachtel. Ik vond de oogpotloodlook mooi, dus ik bediende me rijkelijk van zwarte kohl tot mijn stiefvader zei dat ik eruit zag als een heroinehoer en hoewel ik fan was van het boek van Christiane F. wist ik heus dat hij het niet als compliment bedoeld had. Ik wilde ook hakken dragen maar weigerde mijn witte sportsokken ervoor op te geven en ging dus met beiden -tegelijkertijd- naar school.
Pas jaren later, bijna dertig om precies te zijn, kan ik naar dat meisje kijken en liefde voor haar voelen. Dat eenzame meisje in de marge, nooit echt gepest maar ook nooit het middelpunt van andermans aandacht. Met mij omgaan betekende dat je je niks aantrok van heersende opinies van wat hoorde en wat niet, een vroegtijdig onafhankelijke geest. Of je had niks te kiezen. Ik had het allemaal niet zo door, de groepscodes, het decorum: zij ontgingen mij. Wat mij echter niet ontging was dat ik er niet bij hoorde en dat deed soms behoorlijk zeer, want een curieus meisje zijn is niet hetzelfde als een gevoelsarm meisje zijn.
Nog steeds vind ik groepsdynamiek ingewikkeld; ik doe alleen minder mijn best ergens bij te horen. Ik ontdek dat de energie die mij het kost te voldoen aan een standaard beter ergens anders heen kan gaan; naar waar het constructief wordt benut in plaats van een bron van frustratie te zijn. Een vogeltje met paarse veren kan immers zijn tooi verven in de heersende modekleuren maar zal altijd op blijven vallen door zijn maffe loopje of ietwat afwijkende lokroep.
Ik omarm mijn paarsheid.