Kikkers


Zoon twee en ik gingen naar het minibosje hier in de buurt om kikkers te vangen en te observeren boven de emmer. Een sprong in mijn oog, een had nog een staart en een was zo dik dat we tot de conclusie kwamen dat het een zij moest zijn met nog allemaal baby’s in haar buik.

‘Heftig’, aldus de zoon. ‘Je moest eens weten’, mompelde ik en dacht terug aan de walvis die ik was acht jaar geleden rond deze tijd. Ik kon mijn voeten niet meer zien en…nou ja. Ongemakkelijk was het, minimaal.

We aten broodjes en dronken uit de veldfles en ik was zo blij om zijn mama te zijn. Een paar keer kwam een hond ons storen in ons samenzijn en omdat zoonlief bang is voor opgewonden honden (terwijl hij een opgewonden jongetje is, maf toch dat hij een soortgenoot niet herkent!), kroop hij tegen mij aan een maande mij de visnetten als barrière tussen hem en de viervoeters te steken. Mama to the rescue. Maar geen hond was naar en wij konden heerlijk in het zonnetje zitten en af en toe een kikker vangen en vrijlaten.

‘Mama. Die kikkers vinden de emmer niet leuk hè. Kijk ze toch eens springen!’

‘Nee, ze voelen zich misschien opgesloten. Weten dat ze elders horen’, zei ik.

‘Toch apart, als je je realiseert dat die vijver waar we ze uit hebben gehaald eigenlijk precies is als die emmer.’

Hij wees naar het plasje en tekende een grote cirkel in de lucht.

‘Ook een gevangenis. Alleen dan groter. Denk je dat ze zich hiervan bewust zijn?’