Kakofonie

Ze vertellen je dat je niks waard bent, dat je te stom bent om je eigen gat af te vegen. Je probeert niet te luisteren naar de zich steeds herhalende gesloten cirkel van woorden, maar er is geen ontkomen aan. Je weet dat ze gelijk hebben. Natuurlijk heb je je best gedaan het tij te keren, gek word je doorgaans niet overnacht, maar de stemmen in je hoofd waren je telkenmale te slim af. Net als jij dacht het ultieme weerwoord te hebben, kwamen zij met een snedig repliek en moest je met lede ogen aanzien dat er geen kruid tegen opgewassen was.

‘Je moeder is een hoer. Een goedkope hoer. Geen wonder dat je vader zijn heil elders zoekt. Hij is een slappeling, net als jij. Alleen jij bent daarnaast ook nog te dom om te poepen.’

In het begin probeerde je ze te mijden, net te doen of ze er niet waren. Je had bijna aan je collega gevraagd of hij ze ook hoorde. Goddank deed je dat niet. Daarna was je tactiek onder de mensen blijven, praten, lange monologen houden, desnoods tegen jezelf, zodat het zwarte gal, het vergif van de sluipende gekte je niet zou bereiken. Even werkte het, maar uiteindelijk wonnen zij. Ze verhieven gewoon hun stemmen tot het praten schreeuwen werd en jouw reactie –zelf ook harder gaan praten-  zorgde er uiteindelijk voor dat hun vuilspuiterij klonk alsof ze door een megafoon in je oor brulden.  Je bent een mislukking. Je bent niet eens in staat niet-bestaande stemmen in je hoofd de baas te worden.

Concentreren kon je je niet meer met de oorverdovende kakofonie in je hersenpan. Naar je werk gaan was elke dag opnieuw een helse beproeving, maar je ging dapper, leed in stilte, meed contact. Soms kwam je er niet onderuit, dan vroeg iemand je iets en kon je alleen het antwoord van achter je bureau schreeuwen. Je zag hun reactie, maar kon niets. Toen besloot je maar thuis te blijven.  Beter niemand lastigvallen en de hel in eenzaamheid verwelkomen.

‘Je weet dat je baas al heel lang bezig is met een zaak tegen je rond te krijgen, hè? Hij heeft bijna iedereen op kantoor al uitgehoord over je onvermogen en je incompetentie. Het duurt niet lang voor jij op straat staat. Waar je hoort. Zo zie je gelijk dat wij gelijk hebben. Alleen de Slimmeriken verdienen hun plekje op deze aarde.’

In een laatste poging doe je Spotify keihard aan en de tv op 20. Weer lijkt je plan even te werken, maar dan gebeurt het onvoorstelbare: de stemmen hebben een manier gevonden om op fluistertoon de herrie te overtroeven.

Dit is het. Dit is het voorportaal van het eindstation. Zo voelt het voorgeborchte van Waanzin. Je staat op en doet wat gebeuren moet. De telefoon, internet, televisie – alles gaat uit. Je slaakt een zucht. Verzet is zinloos.  Dan ga je weer zitten en wacht op assimilatie.