2019

Iets met Eva Vlaar en vooral die kinderblaag
Greta Thunberg met de vlecht en het klimaat
En laten we the Joker niet vergeten
die gek was geworden omdat we hem niet zagen staan
en al die mensen die de straat op waren gegaan
Om te demonstreren voor meer geld en minder marokkanen en om andere mensen neer te steken.

Het was het jaar waarin we leerden hoe niet leuk de Belastingdienst echt was
en dat ze daar afpakjesdag vieren
en mensen naaien voor hun lol en ook iets met afplakken, nou daar hebben we onze buik wel van vol en laten we op karma hopen.

We zitten ook nog steeds met die Rutte, je weet wel die man waarvan we hopen dat ie nu eindelijk eens naar Brussel gaat
hoelang nog tot teflonmark ons verlaat, opgerot staat netjes weet je wel en neem de vvd dan ook maar mee.
Er is niemand die die lui nog wil behalve een paar idioten die er echt niks meer van snappen.

We hadden boze boeren genoeg dit jaar terwijl niemand echt de boeren haat maar ze horen ‘minder stikstof’ en ze staan
op scherp en rammen hun trekker in een provinciehuis want god je zit straks maar zonder werk
en omscholen tot leraar daar zit niemand op te wachten nee dat blijkt maar weer.

Hadden zich nog buitenechtelijke kinderen van Bernhard gemeld dit jaar
of was het rustig op dat vlak
en waren er nog andere schandalen bij die profiteurs, o ja het bleek dat ze tafelzilver wilden leasen aan de Staat voor heel veel geld.
Echt een goede stunt was dat. Ik heb ook wel spullen in mijn huis die je van me mag kopen en dat ik ze dan tot oneindig van je in bruikleen krijg.

Clown Bassie leeft nog, het spijt me dat te moeten melden en ook Nick en Simon doen nog iets met een aards bestaan. Imca Marina leeft nog altijd door maar rapper Feis is er niet meer en die zielige eend Trevor is ook heen gegaan en silvie meis heeft weer de ware gevonden.

Katja Schuurman houdt van seks, ook in 2019 heeft ze er meerdere keren aan gedaan en zelfs met een heleboel tegelijk op een hoop en dat is prima want hoe meer zielen hoe meer vreugd en sinds wanneer is seks iets geks.

2019 is ook het jaar dat Doland Tnump nog altijd niet impeached werd dus die tillen we over naar 2020 want het is nu wel eens klaar met die orange wanker helaas voorzie ik een dikke maar ergens in dat verhaal
met misschien vier jaar langer bidden tot een niet-bestaande god dat die oranje baviaan nu eindelijk eens opzout, aftaait, oprot.

t was weer eens een jaar van polarisatie en voor of tegen en een gebrek aan eigenlijk alles wat de kloof kon dichten, het was het jaar van veel te veel ontmoedigende berichten.
Het was het jaar van racisten en fascisten met strakke kapsels en blonde vlechten en van deuggleuven en weetspleten met roze haren en ongeschoren okselhaar
en van mensen die openlijk een moslim of een jood haten en dat we ze dan maar moeten laten
uitpraten
want vvmu en alles moet maar kunnen is het nieuwe normaal
maar ook van 67 genders en dat blanke mannen achter in de rij moeten gaan staan met hun privilige en hun triggerende betrekkingswaan.
Ze weten het nog niet maar ze gaan extra belasting betalen omdat iemand in hun lullige stamboom ooit een boot met slaven kocht
ja dat moeten we op hen verhalen. Jawel dat is uitgezocht en doorlopen graag en hou je mond, je hebt te weinig agency. Betalen bij de wekker, graag.

Maar het was pas echt het jaar van Poetin die weer eens lacht in zijn knuist , de man is bijna keizer
knipt met zijn vingers, heeft weer een mannetje omgelegd regeert met knetterharde vuist. Nog even en Vlada is de eerste president van planeet aarde. Dan is de communist met miljoenen in Panama de ultieme winnaar.
Dan valt er niks meer te protesteren of te demonstreren
dan doen die boeren wat Vlad the Impaler wil en anders is er plaats genoeg in gulag Tietjerkstradeel
dan lopen wij in maat met de kozakken dan laten we enkel nog onze broeken zakken als de Grote Kleine Leider of een van zijn klootzakken iets van ons wil.

Vaseline

Ik heb een haat-liefdeverhouding met nostalgie. Soms is het roze bril wat de klok slaat, soms spleen van het diepste soort. Veel vaker is het een mengelmoes van zoveel emoties dat ik niet meer weet hoe ik het hebben moet en denk: ik heb een gevoel ontdekt dat nog geen naam heeft.

Het is missen, terugkijken, beseffen dat je weer eens in het verleden zit te grabbelen, weten dat je je weliswaar een gebeurtenis herinnert, maar zo troebel ziet dat de randen van de herinnering vervormen, soms hele flarden zijn weggevaagd en dat je die dan doodleuk inkleurt met wat had kunnen zijn. Je hoofd heeft van een vaag roze-oranje een fel karmozijn gemaakt. Te dunne laagjes herinnering (dat puntje-van-je-tong gevoel, er net niet bij kunnen, zo dichtbij, zo dichtbij…) vul je op met van dat spul waar je gaten mee dicht, de boel mee gladstrijkt nadien.

Dit gevoel is terug in de tijd met een tube Alabastine in de hand, je bent de stukadoor van je eigen geheugen. Het is pre-Alzheimer, duiken in het diepe, het is achter dat verdomde konijn aanhollen met zijn mottige zakhorloge. Het is droogneuken op verschraalde grond waar niks meer op groeien kan en toch doe je het keer op keer op keer opnieuw. Het is steeds vaker. Het is iets wat je vroeger niet deed. Geen tijd voor had omdat je bezig was met scheppen van al die zaken die nu in het geheugenkabinet zijn opgeslagen, hoe oningekleurd en met gaten en hobbels ze ook zijn, dat moge duidelijk zijn. Het is intens droef, het is intens fijn, het is dat hevige verlangen en dat ingespannen terugkijken en weten dat je over de helft bent en daar geen enkele spijt van hebt.

Het doet pijn en het is oneerlijk en het is heerlijk. Je weet dat je de boel zit te bedonderen, je zaken verdraait, je aandikt, afdikt, opvult en afroomt. Nostalgie doet pijn en nostalgie verrukt: niet voor niets iets met bitterzoet.

Ik denk aan mijn professor. De man bij wie ik afstudeerde. In naam was ik verbonden aan Amerikanistiek, in mijn hoofd zat ik al een poosje bij de kettingrokende professor en zijn net opgedoekte Polemologisch Instituut, het heette Oorlog en Vrede-studies toen ik er arriveerde. Ik zou promoveren met een studie naar Nationalisme, ik stond klaar in de startblokken en toen ging hij dood. Ik nam wat vakken van hem over, maar bleek in een wespennest terecht te zijn gekomen, de stammenstrijd die had geleid tot het opdoeken van het Instituut bleek omgezet in een soortement Koude Oorlog waar de honden geen brood van lusten. De promovendus van de professor moest niets van mijn komst hebben: hij had zich als opvolger al diens kamer en positie toegeëigend en nu was daar een dartele kaper op de kust, goddank zo naïef dat met wat vilein duw en trekwerk een spoedig vertrek snel was bereikt. Het enige leuke had ik het lesgeven gevonden. Al het andere leek meer op de ontaarde oorlogshandelingen die wij bestudeerden in ons werk.

En toch ..en toch.. betrap ik mezelf er soms op dat ik terugkijk op deze tijd met een bril met softfocus, met een likje vaseline op de glaasjes en hierdoor minder de casus belli zie die er overduidelijk was. Ik had nooit gedacht dat ik het verstrijken der jaren en het ophalen van herinneren zou omschrijven met een vergelijking waar het woord ‘vaseline’ in voorkwam, maar soit.

Ik hoop dat, mocht ik ooit de lange tunnel der vergetelheid inglijden, er mensen zullen zijn die met mij willen reminisceren. Bewust herinneringen aan lang vervlogen tijden oproepen. Muziek uit de jaren 90 van de vorige eeuw draaien, pearl jam, soundgarden, cranberries. Dat ze ons oudjes oversized t-shirts en wijde pijpen aantrekken, misschien geen leren touwtjes om de nek in verband met verstikkingsgevaar en ook geen furbies want we willen geen flippende bejaarden natuurlijk. En samen Dawsons Creek, X-files, Buffy the Vampire Slayer en liever geen Friends kijken. Mario op de Nintendo, Doom op de pc.

Dat ik mij dan weer daar waan, en alles nét een beetje mooier is dan het eigenlijk was. Dat ik met een glimlach op mijn ingevallen lippen naar mijn tanden op het nachtkastje kijk en met een tevreden gevoel en een aangeraakt hart in slaap val. Dat er een sprankel in de eenzaamheid is, een vuurtje om mij aan te warmen.

Na ons de zondvloed

De cake smash shoot. Ik had er nog nooit van gehoord en geloof me als ik zeg dat ik dat graag zo had willen houden. Helaas, niet gelukt, en om mijn leed te verzachten zal ik hier een paar honderd woorden uitbraken zodat jullie niet alleen ook op de hoogte zijn van dit fenomeen dat de perfecte sublimatie is van alles wat er mis is met onze totaal doorgeschoten kapitalistische, meer meer meercultuur, maar ik hopelijk tevens weer door kan gaan met mijn dag zonder visioenen van Sylvie Meis-achtige types die hun baby’s in allerlei poses dwingen voor de perfecte
cake smash shoot.

Want daar gaat het hier over: een sessie bij een fotograaf waarbij kosten nog moeite worden gespaard om een baby een taart te laten stuk slaan. Ja, lees dat nog maar eens terug. Er zijn mensen die het leven van hun baby willen vieren door hem of haar in een studio een of ander pakje aan te doen en dan proberen te verleiden een speciaal voor de gelegenheid in elkaar geflanste taart kapot te slaan. Vaak hebben die baby’s daar helemaal geen zin in, die willen bij papa en mama blijven, of de studio kruipend ontdekken, maar nee: ze moeten dus zitten en braaf die taart kapot slaan.

Ik schoot in de lach van de foto’s die bij de reportage in de Volkskrant van gisteren stonden, laat ik er maar eerlijk over wezen. Het was echt totaal vervreemdend: iemand die een baby met een eenhoorn aan een stok probeert te verleiden die taart aan te vallen, een huilende baby die helemaal niet dat jurkje aan wil, die strik, daar zitten en wederom: die taart kapot slaan. En na zo’n orgie met taart moet er uiteraard worden gebadderd. Voor de camera, in een badje met bloemen en melkwater ‘voor een dromerig effect’.

Ik snap hier niks van, mensen. En ik weet dat het niet netjes is de meningenkaart te trekken als je iets niet snapt, of stom vindt of wat dan ook, maar ik kan hier zo slecht tegen, dus hierbij dan toch mijn mening. Het voelt zo leeg. Zo hol. Zo: na ons de zondvloed, we weten van gekkigheid niet wat me met ons geld aan moeten. Professionele foto’s van je baby, ik heb ze niet, maar daar kan ik geloof ik nog wel in komen. Een shoot waarbij een baby iets móet doen…nee.

Nog zo eentje: de gender reveal party. Nee, nee: niét de baby shower. Dat is wéér een ander consumeerderig evenement. Bij de gender reveal party draait het hele feest om één ding: de bekendmaking van het geslacht van de baby. Vaak gebeurt dit na de 20-weken echo. Er wordt dan een compleet feest georganiseerd om aan je vrienden, bekenden en familie mee te delen of je baby een kutje of een piemeltje heeft. Vet belangrijk! Dat kan door middel van een taart met binnenin een roze of een blauw laagje. Nu heb ik niks met stereotyperingen en ook niet per se tegen, trouwens, al neig ik meer naar die laatste. Meisje die alleen poppen krijgen en alleen roze dragen en jongetjes die hun feestje per se in thema piraat of brandweer moeten doen terwijl ze graag k3 willen, ik noem maar wat, daar heb ik ook wel een mening over. Maar grosso modo denk ik: leven en laten leven. Ik heb nog nooit een pop vastgehouden in heel mijn leven en ik werd agressief als ze mij in een jurkje probeerden te proppen, but look at me now, bitches. En en al vrouwelijkheid.

Als zo’n geslachtstaart je niet kapitalistisch genoeg is kun je altijd nog voor vier dozijn ballonen gaan waarbij eentje gevuld is met roze of blauwe confetti. Uiteraard prikken jullie dan alle ballonnen lek om het spannende antwoord op de vraag welk geslacht de ongeborene heeft te verkrijgen. Je kunt ook je vrienden vergiftigen met gekleurde bruistabletten en als je van gekkigheid écht niet meer weet hoe je je uniciteit moet benadrukken steek je een heel bos in de hens door de gender reveal tussen het lover te vieren en dan vuurwerk (of doe eens gek: explosieven) te combineren met gekleurd poeder. Voor je je nu afvraagt wat die Prazdny nu weer allemaal voor onzin uitkraamt: dit is helaas geen aan mijn brein ontsproten fictie.

In Australië was het 2018 een heuse rage: de gender reveal burnout. Dan steek je een auto in de fik en de rook die er dan van af komt is roze of blauw. Uiteraard niet altijd met van te voren in gecalculeerde resultaten. Vorige maand overleed een vrouw in het land van oom Donald doordat ze een brokstuk tegen haar hoofd kreeg nadat er iets misging tijdens de gender reveal en er een ongeplande explosie ontstond.

Ik stel voor om met z’n allen te gaan bungy jumpen of parachutespringen en dat de zwangere dan mid-flight haar jurk optilt en roze of blauwgeverfd schaamhaar onthult. Of nee, wacht: samen jagen in het Zwarte Woud en dat er dan ergens een roze of een blauw wild zwijntje rondloopt. Of nee, wacht: een escape room huren en als die dan niet op tijd wordt gekraakt iedereen verplicht een tatoeage van clown Bassie op het voorhoofd. Roze of blauw. En als je hem wél weet te kraken: verplicht die totaalfreak van een acrobaat Adriaan op je rechterschouder. Met echte inkt. Uiteraard in de juiste kleur. Next level, man.

Vaseline

Ik heb een haat-liefdeverhouding met nostalgie. Soms is het roze bril wat de klok slaat, soms spleen van het diepste soort. Veel vaker is het een mengelmoes van zoveel emoties dat ik niet meer weet hoe ik het hebben moet en denk: ik heb een gevoel ontdekt dat nog geen naam heeft.

Het is missen, terugkijken, beseffen dat je weer eens in het verleden zit te grabbelen, weten dat je je weliswaar een gebeurtenis herinnert, maar zo troebel ziet dat de randen van de herinnering vervormen, soms hele flarden zijn weggevaagd en dat je die dan doodleuk inkleurt met wat had kunnen zijn. Je hoofd heeft van een vaag roze-oranje een fel karmozijn gemaakt. Te dunne laagjes herinnering (dat puntje-van-je-tong gevoel, er net niet bij kunnen, zo dichtbij, zo dichtbij…) vul je op met van dat spul waar je gaten mee dicht, de boel mee gladstrijkt nadien.

Dit gevoel is terug in de tijd met een tube Alabastine in de hand, je bent de stukadoor van je eigen geheugen. Het is pre-Alzheimer, duiken in het diepe, het is achter dat verdomde konijn aanhollen met zijn mottige zakhorloge. Het is droogneuken op verschraalde grond waar niks meer op groeien kan en toch doe je het keer or keer op keer opnieuw. Het is steeds vaker. Het is iets wat je vroeger niet deed. Geen tijd voor had omdat je bezig was met scheppen van al die zaken die nu in het geheugenkabinet zijn opgeslagen, hoe oningekleurd en met gaten en hobbels ze ook zijn, dat moge duidelijk zijn. Het is intens droef, het is intens fijn, het is dat hevige verlangen en dat ingespannen terugkijken en weten dat je over de helft bent en daar geen enkele spijt van hebt.

Het doet pijn en het is oneerlijk en het is heerlijk. Je weet dat je de boel zit te bedonderen, je zaken verdraait, je aandikt, afdikt, opvult en afroomt. Nostalgie doet pijn en nostalgie verrukt: niet voor niets iets met bitterzoet.

Ik denk aan mijn professor. De man bij wie ik afstudeerde. In naam was ik verbonden aan Amerikanistiek, in mijn hoofd zat ik al een poosje bij de kettingrokende professor en zijn net opgedoekte Polemologisch Instituut, het heette Oorlog en Vrede-studies toen ik er arriveerde. Ik zou promoveren met een studie naar Nationalisme, ik stond klaar in de startblokken en toen ging hij dood. Ik nam wat vakken van hem over, maar bleek in een wespennest terecht te zijn gekomen, de stammenstrijd die had geleid tot het opdoeken van het Instituut bleek omgezet in een soortement Koude Oorlog waar de honden geen brood van lusten. De promovendus van de professor moest niets van mijn komst hebben: hij had zich als opvolger al diens kamer en positie toegeëigend en nu was daar een dartele kaper op de kust, goddank zo naïef dat met wat vilein duw en trekwerk een spoedig vertrek snel was bereikt. Het enige leuke had ik het lesgeven gevonden. Al het andere leek meer op de ontaarde oorlogshandelingen die wij bestudeerden in ons werk.

En toch..en toch..betrap ik mezelf er soms op dat ik terugkijk op deze tijd met een bril met softfocus, met een likje vaseline op de glaasjes en hierdoor minder de casus belli zie die er overduidelijk was. Ik had nooit gedacht dat ik het verstrijken der jaren en het ophalen van herinneren zou omschrijven met een vergelijking waar het woord ‘vaseline’ in voorkwam, maar soit.

Ik hoop dat, mocht ik ooit in de lange tunnel der vergetelheid glijden, er mensen zullen zijn die met mij willen reminisceren. Bewust herinneringen aan lang vervlogen tijden oproepen. Muziek uit de jaren 90 van de vorige eeuw draaien, pearl jam, soundgarden, cranberries. Dat ze ons oudjes oversized t-shirts en wijde pijpen aantrekken, misschien geen leren touwtjes om de nek in verband met verstikkingsgevaar en ook geen furbies want we willen geen flippende bejaarden natuurlijk. En samen Dawsons Creek, X-files, Buffy the Vampire Slayer en liever geen Friends kijken. Mario op de Nintendo, Doom op de pc.

Dat ik mij dan weer daar waan, en alles nét een beetje mooier is dan het eigenlijk was. Dat ik met een glimlach op mijn ingevallen lippen naar mijn tanden op het nachtkastje kijk en met een tevreden gevoel en een aangeraakt hart in slaap val. Dat er een sprankel in de eenzaamheid is, een vuurtje om mij aan te warmen.

Afstandsmoeder

Ongetrouwd en zwanger, jong en onbezonnen, ongewenst of juist gewild, maar óngetrouwd dus lapje voor je ogen bij de geboorte van het kind.

Jouw kind. Zo’n blinddoek was belangrijk, want je pasgeboren baby zien zou toch alleen maar de onthechting in de weg staan. En onthechten moest je, zei je vader, zei je moeder, zei een groepje oude mannen, wel bekend als ouderlingen.

Misschien wilde je je kindje houden, jij lieve grote meid, nog nat achter je oren. Je meisjeskamer vol posters van een verre prins, je dagboek vol met liefdesbrieven aan een misschien iets dichtbijere prins.

Misschien smeerde je moeder je boterhammetjes nog wel, misschien kwam je ‘s middags thuis voor thee en koekjes met een gat, misschien was je ook nieuwsgierig naar de jongen om de hoek.

En dan ben je zwanger en denk toch aan de mensen, wat zullen ze zeggen, de schande, de schaamte, een meisje zonder man, zwanger van een schim. Er wordt voor je beslist, jij bent geen moeder, jij mag niet zorgen voor dit kind.

Jouw kind. En dan moet je weg, nog voor het zichtbaar is, want wat zullen ze zeggen, over de ouders, over je zeden, je moet weg om te bevallen van een kind.

Jouw kind. Je mag het niet zien, het lapje, je mag het niet voelen, maar wie houden ze voor de gek?

Je hebt het kind negen maanden in je gedragen, wat anderen ook zeggen – het is en blijft jouw kind.

Buitenlanders

De man die twee mensen vermoordde in een bioscoop in mijn woonplaats Groningen is neergeschoten en opgepakt op een plek waar ik vaak langskom tijdens mijn wandelingen, op minder dan een kilometer afstand van mijn huis. Ik was benieuwd, sensatiezucht op afstand zeg maar, vermengd met interesse en angst, en keek op Twitter. Ik wou dat ik dat niet had gedaan.

Ik snap woede, ontzetting, angst. Iemand die andere mensen mishandelt, vermoordt : zulke mensen wil je niet vrij hebben rondlopen. Ik ook niet. Maar tot mijn ontzetting, die blijkbaar nóg groter kon worden en tot intense walging uitgroeide, bleek de moordenaar vooral en bovenal een Buitenlander.

Tien minuten Twitter en déze mens heeft een heel vieze smaak in de mond. Praten mensen écht zo over medemensen? De man is in Nederland geboren maar is nu ontdaan van het laagje vernis en ontmaskerd voor wat hij is: riooltuig, vuilnis. Een Buitenlander. Hij moet terug naar zijn eigen land. De grenzen moeten dicht. Moordenaar en buitenlander lijken in elkander over te vloeien, elkaar te versterken, dezelfde etymologie te hebben. Wie A zegt zegt ook B. Moordenaar. BUITENLANDER.

Deze mens, ineens beseffend dat ze dan in de ogen van deze übermenschen óók buitenlander is, kan dan wel schamperen en zeggen dat ze oud is en langer in Nederland woont dan jij, maar in ultimo zijn het toch weer die foreign objects die het hebben gedaan. Die de technicolorversie van een homogeen Nederland, van vreemde smetten vrij, de Madurodamversie met eeuwenoude tradities hoog in ’t vaandel, komen omvolken, homeopathisch verdunnen tot er niets van het raszuivere volk meer over is.

Ik wist dat het erg was, mensen. Dat de verdeeldheid en de haat welig tieren, dat je niet meer eclectisch shoppend je mening mag vormen. Maar dit virulente vitriool beneemt me de adem. Mijn buitenlandse adem. Ik begrijp dat sommigen van jullie me daarvoor dankbaar zouden zijn. Weer een Buitenlander minder die ademhaalt is goed nieuws, nietwaar?

Enkele voorbeelden van tweets van hoeders van het Volk:

•Moordenaar van schoonmakers bioscoop Groningen is Ergün Senarabaci (33). …weer ’n buitenlander, en zoals gebruikelijk al eerder veroordeeld en toen niet uitgezet naar land van andere paspoort. Dit Kabinet heeft echt bloed aan de handen!

•Moordenaar, 9 van de tien keer zijn het buitenlanders, gepakt op Hoendiep Groningen vlakbij tankstation, had mes en werd neergeschoten door de politie. Dader leeft helaas nog. ….en VVD CDA D66 CU worden bedankt voor ’t niet uitzetten na eerdere veroordeling. Twee Nederlanders dood.

•Gevalletje van INCEST! Ze zetten dit soort zwakzinnigen op de wereld. Familie/neef,oom,tante ze doen het allemaal met elkaar!!

•Had Groningen, had Nederland maar deze Hongaarse burgemeester als bestuurder van deze stad / ons land gehad. Dan hadden deze twee slachtoffers nu nog geleefd. Dus als het om de (BESTUURLIJKE!!) schuldvraag gaat….

•Opmerkelijk dat niet wordt gezegd hoe hij het echtpaar heeft ‘toegetakeld’. Is dit om islamitische karakter van de moorden te verbergen en het allemaal te gooien op ‘geen medicijnen’?

•Precies. Als een autochtoon zoiets zou doen zouden de details en de wreedheid van de daad nog weken te horen zijn op alle linkse media.

•Altijd weer die kutbuitenlanders! #grenzendicht

•En alweer een gezin kapot gemaakt. 2 hard werkende mensen vermoord, waarschijnlijk voor geld. Slechts een voorbode van de lange reeks overvallen en moorden die ons nog te wachten staat. #grenzendicht

•Nu punt nl heeft het over ” geschokt door de doding…” ze zijn afgeslacht door een gelukszoekende moslim met een strafblad.#noislam

•Dat je vermoord wordt is al erg maar door een moslim dan maakt het nog een stuk erger wat haat ik dat KUTVOLK.

•Onthoofden is nogal in de mode bij dat afval van IS.

•Waneer nemen we het recht in eigen handen om al die vieze vuile buitenlanders het land uit te schieten.
Dit soort ‘ongeleide projectielen’?

•Het mag best specifieker hoor. Ik zal je even helpen met een foto van de dader. Wat valt je op? Jaja durf je het te zeggen?

En dan.. een baken van redelijkheid. Het kan nog, er is nog hoop. Goddank:

‘ blijft bizar Joost…dat een Verwarde Nederlander gewoon verward is maar zodra het een Niet Nederlandse dader is, er direct allerlei religieuze aspecten meespelen en het een aanslag is. Ik ben blij dat ik mensen nog gewoon als mensen zie zonder waarde te hechten aan afkomst.’

Over een barre tocht, lang geleden

Heel lang geleden, diep in de vorige eeuw, toen er nog geen mobiele telefoons bestonden en zelfs geen draagbare telefoons, alleen maar van die grijze T65 van de PTT (die ook heus draagbaar waren met een snoer van 12 meter), toen de winters nog lang en genadeloos waren, iedereen leerde schaatsen op houtjes en van doorbijten wist, toen er nog geen rubberentegels waren en we allemaal door schade en schande ouder en wijzer werden, zonder google en youtube; toen dus, toen was er een meisje dat samen met haar vader en het neefje van haar stiefmoeder een Homerische tocht maakte op een huifkar door de Belgische Ardennen.

In haar beleving, in de onvolmaaktheid van de overerving van de herinnering, had die tocht geen begin en eind -net zoals een nachtmerrie begon ie zo maar op een bepaald punt (vaak plompverloren er middenin geworpen) en valt ie, achteraf!, uit te zetten op een moment dat de angst van je onderbuik naar je keel borrelt en de paniek het begint over te nemen. Of op een strategisch moment vooraf gekozen, wanneer je hem probeert te vangen in een verhaal, zoals nu.

Het was een barre tocht, zonder enig vertier, zonder enig lichtpunt. Er was een huifkar. Er was een paard. Er was een vader die slechts één keer per jaar aanwezig was. Er was een leeftijdsgenoot en er waren hotels. Er waren bossen en een vreemde taal. Het was vakantie, vermoedelijk was er betaald voor een en ander, dus op papier denk je: vertier, maar de herinnering zegt: donker, regen, boze mensen, achtervolging en horzels. Heel veel, heel grote horzels. Tot op de dag van vandaag hoeft zij maar een horzel te zien of zij denkt aan de Belgische Ardennen en de barre tocht die zij er maakte. Samen met haar vader en haar nepneefje.

We kunnen zo maar, op een zelfverkozen moment, in het verhaal vallen, er is geen begin en geen eind zoals gezegd, die waren er alleen op het moment zelf. Laten we in de huifkar plaatsnemen. Naast de vader die de teugels vasthoudt. Aan weerzijde van hem de beide kinderen. Een zwerm horzels bestookt het arme paard, met als bijvangst de arme mensenkinderen op de bok. Er is gegil, er is gesteek en er zijn twee mensenkinderen die het hazenpad kiezen en de arme Odysseus eenzaam met het belaagde paardebeest achterlaten, zich verschansen in de relatieve veiligheid achter de flappen, achter de bok. De vader kan niks anders dan blijven zitten, de kar moet immers verder, er is een weg af te leggen waar de kinderen niks om geven.

Zij zitten achterin en horen de arme man tieren en vloeken, eerst op de horzels en later op henzelf, als ze de slappe lach krijgen van zijn woede naar de lelijke steekbeesten. In de beleving van de vrouw is dit het leukste (of enige leuke, of minst erge) gedeelte van de marteling in de Ardennen: het uitlachen van de vader die wordt aangevallen door een zwerm horzels, al zullen het vermoedelijk geen horzels maar hornaars of dazen zijn geweest, want geloof me: deze tweevleugeligen staken echt.

Ze moeten zo hard lachen dat ze bijna via de achterflap van de kar lazeren en hoe harder ze lachen hoe bozer de vader wordt. Er zou nooit meer op vakantie worden gegaan met de kinderen, daar kwam het zo’n beetje op neer. Maar de vader hield geen woord want een paar jaar later zat ie weer met zijn dochter opgescheept, dit keer voor een week samen op een kajakcursus, waar hij met de punt van de boot in een draaikolk komt terwijl er net was uitgelegd dat dát vermeden diende te worden en nadat hij proestend boven water komt na een mislukte eskimorol en zijn dochter (wederom!) met de slappe lach in haar kajak aantreft, als een echo van zijn eigen stem schreeuwt nooit meer met haar op vakantie te gaan en vervolgens een dag niks zegt en alleen maar naar de winnende Ronald Reagan op zijn draadloze minitv’tje kijkt in de tent die hij deelt met zijn dochter, die vol verbazing naar het stukje elektronische vernuft kijkt dat haar vader nu weer in zijn bezit heeft.

Ze worden nu achtervolgd. Door de politie. Door hoteleigenaren. De vader is boos en zegt weer nooit met het ondankbare schorriemorrie op vakantie te gaan. De contouren zijn troebel, de herinnering als een filmrolletje dat van de haspel is geschoten. Het lijkt erop dat de knaap een asbak voor zijn ouders heeft gestolen uit de hotelkamer en het meisje een handdoek heeft ontvreemd voor haar moeder. Bedenk andermaal dat er geen mobiele telefoons zijn en eenmaal op de bok de buitenwereld precies dat is.

In de herinnering van de kinderen zijn de hoteleigenaren achter de diefstallen gekomen en hebben zij een Belgische flic op hen afgestuurd, die nu natuurlijk op zijn brommer, of met twee paarden sterk (lelijk eendje, of geitje op zijn Vlaams) uren, misschien wel dagen, achter de dieven uit Nederland aanzit.
De hele reis wordt verder achter flappen voortgezet, met de boze vader en oom op de bok. De kinderen, doodsbang voor een naderende gevangenneming, gooien asbak en handdoek uit voorzorg via de achterflap de Waalse natuur in.

Op de bok foetert de vader dat hij niet alleen nooit meer met dit ontaarde zooitje ongeregeld op vakantie zal gaan, het meisje leek ook nog eens op haar moeder en de jongen is een kleine communist, net als zijn ouders. Geen respect voor andermans bezit.

Terugkijkend valt op de accuratesse van dit verhaal wel het een en ander af te dingen. Helaas valt de vader niet meer om zijn inbreng te vragen. De vader is reeds lange tijd dood. En de jongen? De jongen is getrouwd met het meisje en, zoals dat nou eenmaal gaat in lange huwelijken, heeft nu precies dezelfde herinnering aan de barre tocht als het meisje, dat nu zijn vrouw is. Ze dragen gelukkig nog niet elkaars kleren en praten ook nog niet met één mond. Als zijn sommige herinneringen dus wel merkwaardig eender.

Het zwarte gat dat puberteit heet

Bestaat er een fonds of anderszins een plek waar ik spontaan verdwenen, magisch in het grote niets opgeloste, door zwaartekracht ontvreemde, door anderen gestolen, maar nooit zelf (door puberende zonen) achtergelaten ‘omdat ik mij als een soort halfzombie van plek naar plek begeef’, spullen kan declareren of vergoed kan krijgen? Dan hoop ik bij dezen op jullie terugkoppeling. Mijn dank is immens. Ik meld mij dan met grote graagte aan. Liefst met terugwerkende kracht.

Als zoiets niet bestaat stel ik het bij dezen voor: als wij, ouders van deze eerdergenoemde puberende zonen, waar niet veel meer dan een brak ‘ja’, ‘nee’, ‘omg, wil je dat ik ga vrágen of de conciërge mijn telefoon heeft gevonden? Dat is té crinch’, die jongens die doorgaans niet meer dan acht woorden met jou wisselen op een dag (met grote moeite en onder begeleiding van veel zuchten, maar dan apart genoeg niét met dat oogrolding waar ik zelf heel bedreven in was), maar met hun maten online uren lopen te schreeuwen, schunnige taal uitslaan en zelfs giebelaanvallen heb ik volgens mij gehoord, als wij ouders van die gassies nou eens drie euro p/m in zo’n fonds stopten? Dat dan uitkeert aan die ouders wier zoon weer eens zonder sokken (wel met schoenen!!), zonder jas (in de regen!!), zonder tas (!!), zonder wiskundeboek (snap ik stiekem ook nog wel, ergens!!), zonder telefoon (echt, en dan tijdens het ‘maar waar kan ie toch zijn?’ gesprek over de nieuwste Samsung beginnen), met twaalf missende potloden (‘Ja maar jezus, ik kan toch ook niet voorkomen dat als ik ff niet oplet ze mijn etui raiden?’) en drie (op rij) verdwenen puntenslijpers thuiskomen?
Of vinden jullie dat die zonen dan maar zonder jas, tas, boek, sokken, potloden, telefoon, enz. o ja 48 geodriehoeken (het kunnen er ook 97 zijn, ik noemde maar een hoog getal) ook nog, naar school moeten?

Zoals wij vroeger, weet je nog, zo van: zal ze leren, worden ze hard van? Zo liep ik lang voor lul met een (fluorescerend gele) bril met paperclips en plakband, vette mishandeling vond ik dat toen, maar ja, ik was te ijdel voor het kreng en deed hem altijd in mijn jaszak, waar ik in de pauze dan steevast met mijn dikke kont op ging zitten, dus wie niet leren wil moet maar voelen, enzo ofzo. Ik liet altijd de woonkamerdeur openstaan, tot grote ergernis van mijn ouders en nu hoor ik mezelf elke dag 800 keer zeggen: ‘deur dicht’.
Volgens mij leren ze daar helemaal niks van, zonder wiskundeboek en telefoon naar school gaan, tenzij je daar echt heel consequent in bent en gewoon helemaal niks aanvult wat er automagisch verdwijnt. Dan maar naakt en onvoorbereid de wiskundeles in.

Ik vermoed eerder dat het een tijdelijk iets is. Het gaat wel over. Hoop ik. Als de hormonenmist is opgetrokken komen ze er doorgaans groter, sterker en vooral: wakkerder uit. Hoop ik. Van jochie naar man met een drijfzandfase ertussenin. Lees: het zwarte gat der puberteit. Waar de dingen nou eenmaal onverklaarbaar in verdwijnen. Omdat de jochies er niet helemaal bij zijn.Verdwaasd. Moe. Apathisch. Lethargisch. Behalve als ze met hun vriendjes gamen of voetballen.

Oké oké, een beetje verantwoordelijkheid is belangrijk. Een beetje meer mag ook. Ik weet het. Ze alles maar uit handen nemen is te curling en creëert rubbertegelmensen, daar zit niemand op te wachten. Ik weet het.

Maar godnondeju. Ik word er bijkans moedeloos van. En arm. Dat ook.

Kanarie in de kolenmijn

Mijn naam is Felix.
Felix komt van het Latijnse woord ‘felix’, wat gelukbrengend’ betekent. Ik kwam dus op deze wereld met de opdracht om geluk te verspreiden. Ik vind dat me dat tot nu toe niet heel goed is gelukt. Het lijkt er soms juist op of ik ongeluk breng, of nou ja, ongemakkelijkheid. Dat doe ik niet expres, ik doe dat niet expres. Ik doe dat niet expres. Je vraagt je misschien af waarom ik dat drie keer herhaal. Ik herhaal dat drie keer om het kracht bij te zetten en ook als bezwering. Ik doe het namelijk echt niet expres, ik wil helemaal niemand ongemakkelijk maken. Ik neem de opdracht die ik bij mijn geboorte meekreeg uiterst serieus. Mijn naam is Felix en ik ben geboren om mensen gelukkig te maken. Althans, ik dacht altijd dat dat mijn taak was.
Ik ben daar nu niet zo zeker meer van.

Misschien is een naam wel alleen dat: iets waarmee je iemand van een ander onderscheidt. Iets om iemand mee te kunnen roepen. Misschien zit er geen boodschap verscholen in mijn naam. Dat zegt iedereen, iedereen die ik in vertrouwen heb genomen zegt dat, behalve oma. Oma zegt dat ik een gave heb, en dat mijn naam wonderwel goed gekozen is. Ze zegt dat de mensen meer zouden moeten luisteren naar wat mensen als ik te zeggen hebben en minder naar de wanen van de dag. Minder naar hun onderbuik en meer naar feiten. En naar mensen zoals ik dus.

Nu denk je vast: waarom denkt die Felix dat hij speciaal is? Maar dat vind ik dus niet. Dat vindt oma, de mama van papa. Het enige wat ik zie is dat de meeste mensen mij raar vinden. Brutaal. Ongemanierd. Arrogant. Die Felix, die heeft te veel noten op zijn zang, die moeten we maar eens een toontje lager laten zingen en dan zeg ik dat ik geen vogel ben en dan duwen ze me in een plas met modder. En dan zijn ze ook nog boos op mij. Of ik vertel ze dat ik met sommige dieren kan praten en dan zeggen ze dat ik lieg maar waarom zou ik daarover liegen? Ik zou daar nooit over liegen want wat de dieren zeggen is heus niet altijd leuk. De mensen zeggen dat ik probeer aandacht te zoeken maar ik hoef geen aandacht. Ik ben juist liever alleen.

Niemand lijkt te willen begrijpen hoe ik werkelijk in elkaar steek. Of niemand is echt geïnteresseerd. Ik ben gewoon anders dan de mensen. Ik denk anders. Ik zie anders. Misschien voel ik niet anders, ik denk dat ik net zo voel als jij. Maar ik vind wel andere dingen belangrijk. De mensen vinden het belangrijk om ergens bij te horen. Ze passen zich aan zodat ze hetzelfde zijn als anderen. Dan voelen ze zich veilig.

Ik voel me veilig in mezelf. Als ik alleen ben. Juist als ik bij anderen ben voelt het of Felix verdwijnt. Dat voelt helemaal niet fijn. Ik besteed veel tijd met het proberen te begrijpen van de mensen. Ik probeer hun gedrag te plaatsen, waarom ze zeggen wat ze zeggen. Ik kan er niks aan doen maar hoe meer ik de mensen observeer hoe minder ik van ze snap. Veel mensen zeggen het ene maar aan hun hoofd en lichaam en wat ze voelen kan ik zien dat ze het andere denken of willen. Ik snap dat niet. Waarom doen de mensen zo ingewikkeld? Waarom is het zo moeilijk te zeggen wat je wilt of denkt of voelt? Want dan zeggen de mensen dat ze de jurk van Maria mooi vinden en dan zie je aan alles dat dat niet klopt, sterker nog: de jurk stáát Maria helemaal niet, en dan denkt Maria dat de jurk leuk is en dan koopt ze de jurk in nog zes kleuren. Als iemand haar had verteld dat het een lelijke jurk voor haar was, was het allemaal veel simpeler geweest.

Hoe meer ik probeer het gedrag van de mensen te snappen hoe meer ik zie dat ze helemaal niet lijken te wíllen communiceren wat ze écht denken en willen en voelen. En dan zijn ze boos en teleurgesteld als iemand ze niet begrijpt. Maar ze hadden gewoon kunnen zeggen dat ze iets nodig hadden of wat dan ook. Ik snap de mensen niet. En dan vinden ze mijn manier van communiceren bot en ben ik ongemanierd. Omdat ik zeg dat ik naar huis wil omdat de muziek te hard staat. Omdat ik zeg dat ik het eten niet lekker vind en het niet ga opeten. Dan vinden ze mij raar omdat ik om mijn eigen grapjes lach en als zij een grapje maken dat ik niet leuk vind ik dat ook hardop zeg.

Ik vind het niet belangrijk om erbij te horen. Ik vind macht en geld ook niet belangrijk. Ik zie wat het met de mensen doet. Ze worden er hard en gemeen van een in plaats van er iets mee bereiken dat wezenlijk is, willen ze alleen maar meer en meer en meer en doen ze dingen waarvan ze zeggen dat anderen dat niet mogen doen. Ik wantrouw alle mensen met heel veel macht. Die mensen spreken nog minder de waarheid dan de andere mensen. Ik vind het belangrijk om te staan voor wie je bent.

Ik sta voor wie ik ben – en dat betekent ook dat ik niet veel vrienden heb. Ik weet dat ik anders ben, dat weet ik al heel lang. Ik weet dat al mijn hele leven. Ik wil er niet bij horen maar heb altijd wel erg mijn best gedaan de mensen te begrijpen. Ik accepteer dat de mensen liegen, dat ze schaamte voelen en niet de waarheid spreken. Ik weet dat de mensen pijn hebben van onbegrepen zijn of zich onbegrepen voelen (dat is niet hetzelfde! Als iedereen op mensen als Felix na zo is, zou je toch verwachten dat de mensen weten dat iedereen het een zegt en het ander voelt en dat je daar dan naar kan handelen? Maar nee..), maar ik zie ook dat de mensen niet écht vertellen wat ze nodig hebben. Ik zie al die tekortkomingen en ik accepteer die.

Waarom is het dan zo moeilijk voor de mensen om te accepteren dat ik, Felix, niet zo ben? Waarom doen de mensen niet ook hun best mij te begrijpen? Ik kan daar niet bij, hoe erg ik mijn best ook doe. Maar ach, ze doen niet eens hun best elkaar te begrijpen. Ze kiezen er steeds voor om elkaars woorden verkeerd uit te leggen of ze leggen ladingen achter en in hun woorden die ervoor zorgen dat de ander ze verkeerd begrijpt of gelijk boos reageert vanwege die lading. Waarom zouden ze dan hun best doen voor mensen als Felix als ze elkaar al niet lijken te willen en kunnen snappen?

Oma zegt dat ik een gave heb, maar volgens de mensen heb ik een beperking. Een beperking betekent dat je iets niet hebt of niet zo goed kunt als de andere mensen. Ik hoor ook wel dat ik gestoord ben of een stoornis heb, dan is er ergens een afwijking op wat normaal is. Ik vind dat niet heel vriendelijk. Ik heb met mijn eigen ogen en andere zintuigen kunnen waarnemen dat de mensen vol zitten van leed en verdriet en pijn die allemaal zouden kunnen worden opgelost als ze maar met andere mensen erover zouden praten. Maar ze kiezen ervoor het voor zich te houden en boos te zijn en drugs te nemen of medicijnen om om te kunnen gaan met hun gebrekkige manier van communiceren. En dan heb ik een gebrek? Een beperking? Maar wat kan ik dan niet, volgens de mensen? De psycholoog zei tegen mama dat Felix problemen had in de sociale omgang met de mensen en dat hij gebreken vertoonde in de communicatie met anderen.

Snap jij het nog? Omdat de mensen liegen en draaien en verliefd zijn op seks en macht en geld in plaats van zich bezig te houden met wezenlijke zaken als hun kinderen, welzijn van de aarde en eerlijkere verdeling van welvaart of noem maar iets, en zich stevig en sterk en geaard en geestelijk gevoed voelen, zijn mensen als ik, die proberen zo dicht als mogelijk bij zichzelf te blijven, die zo min mogelijk mens, dier en aarde proberen te schaden door hun acties, die niet konkelen en draaien, die dingen voelen vóór de mensen ze voelen (omdat de mensen te veel met andere triviale dingen bezig zijn en daardoor veel te weinig aandacht overhouden om stemmingen te voelen of verbanden te zien, ja heus!) dus gek en beperkt en gestoord en bovenal: niet de moeite van het begrijpen waard. Felix heeft een beperking en Felix is irritant en brutaal en Felix is bot en vertoont gestoord gedrag. Recht door zee (zie je me gaan op mijn speedboot, recht door zee ga ik!) is voor er mensen beperkt en gestoord.

Oma zegt dat mijn gave is dat ik een kanarie in de kolenmijn ben. De kanaries gingen vroeger in kooitjes mee de mijnen in en als ze stierven dan wisten de mijnwerkers dat ze heel hard moesten hollen voor het gif dat was vrijgekomen. De vogels waren veel gevoeliger voor de vluchtige gassen dan de mensen. Ik weet, omdat ik weet dat ik geen vogel ben en oma me heeft verteld dat veel communicatie overdrachtelijk is en er met veel woorden iets anders wordt bedoeld, soort van net zoals met alle communicatie van de mensen, dat ze bedoelt dat ik door mijn andere blik dingen waarneem die anderen niet of minder waarnemen.

Ik zie dat niet als gave. Jij kan dat ook. Luister naar anderen. Luister écht. Vraag door. Vraag wat ze écht voelen en denken en willen. Praat niet in tongen (die is leuk, vind ik, net als Harry Potter deed, weet je nog?), zeg wat je denkt. Wat je wilt. En kijk eens wat meer, roep wat minder. Je zult zien dat je dan tijd en (vooral) aandacht overhoudt om de wereld beter te begrijpen. Niet de wereld van blabla. Wel de wereld die je alleen kunt waarnemen als je stil bent.

Maar ik vermoed dat niemand graag de kanarie in de kolenmijn wil zijn. Niemand wil opgeofferd worden om zelf verrijkende, ruziemakende, vingerwijzende, schreeuwende anderen met te grote onderbuiken te redden.

Maar iemand moet het doen. Iemand moet het doen. Laat mij die verdomde kanarie dan maar zijn.

Lozgezongen

De eerste keer dat ik merkte dat ik niet meer jong was bracht me van slag. Ik had een herinnering, een zoete, en probeerde haar te plaatsen. Hoe doe jij dat, hoe gaat dat bij jou? Ik moet nadenken hoe dat bij mij gaat – het is een haast onbewust proces, is het niet.

Ik stel me zo voor dat ik met geloken ogen me heb laten omvatten door de herinnering, het gevoel, de geur die iets oproept en die vervolgens sterker wordt omdat ik hem of haar voed, zoals dat doorgaans gaat bij iets wat je aandacht geeft. Ik stel me zo voor dat ik wachtte op een omslagpunt, op het moment dat de losse flard die me vulde met een warmte die hintte naar een plezant beleefd moment ergens, ooit, overdrachtelijk zou terugreizen in de tijd, een connectie zou maken met de bron om vervolgens naar mij terug te reizen met de goede mare.

Ik stel me zoiets voor omdat ik niet heel zeker weet hoe het werkt, hoe hard ik ook mijn ogen sluit of mijn voelsprieten uitrol. Ik weet alleen dat het opgaan in zo’n moment altijd werd gevolgd door duiding. Ontlading, catharsis.

Maar het gebeurde niet. Ik zat daar maar, raakte gefrustreerd omdat ik wel werd omkapseld door de warmte van de herinnering, maar mijn pogingen de oorsprong van dat blije je ne sais quoi gevoel te vinden mislukten allemaal. Ik zat opgezadeld met een ontaarde herinnering, niet in de zin van gedegenereerd, wel in de zin van zonder vaste grond. De herinnering was los komen te staan van het moment waaraan zij tot nu toe gekoppeld was, dat ene punt in mijn verleden dat mij blijkbaar zo had weten te bekoren dat ik er een heuse herinnering van had gemaakt. Ik was dat moment kwijt, de verbinding tussen vroeger en nu was weg, verloren. De herinnering die mij vroeger, met een beetje aandacht, zou hebben teruggebracht naar toen, was niet meer dan een efemeer gevoel, zonder duidelijke basis. Een losgezongen herinnering.

Dit is ouderdom, dacht ik, hier heb ik je beet. Stukje bij beetje stapelen de jaren zich op en zakt het gebouw door zijn voegen. Te veel gewicht om mee te torsen, niet gek dat er gaten en kieren ontstaan. Ingezakte delen. Sommige huizen zijn steviger dan anderen, sommige huizen zakken eenzijdig door, anderen onzichtbaar voor het blote oog terwijl van binnen het fundament langzaam instort. Soms kun je wat stutten, hersenkrakers als planken en palen, aromatherapie voor de grijze massa. Maar we storten allemaal in, nietwaar. Uiteindelijk storten we allemaal genadeloos in.

Ik voelde me gefragmenteerd, alsof ik was opgedeeld in een vroegere ik en een huidige ik, alsof ik was los komen te staan van mezelf. Heel prettig vond ik dat niet, ik wilde de oorsprong van het zoete gevoel weer ervaren, zoals ik altijd had gekund, maar hoe hard ik ook probeerde, ik was ervan afgesneden. Voor altijd. De herinnering was nu alleen.

De zoete geur van verlangen en nostalgie die het gevoel van herinneren kenmerken waren echter onverminderd sterk. Het was een geur geweest die de herinnering had getriggerd, heel gebruikelijk bij mij. Die geur bracht beelden, flarden, een fijn gevoel. Ik weet niet meer waar, waarom en wanneer maar het fijne gevoel is er nog steeds als ik die geur ruik.

Zal het later zo gaan en voelen met nog veel meer herinneringen? Laat het zo zijn, laat het mij niet bevrezen, laat het zoete overheersen. Laat mij als mijn tijd komt wegzinken in losgezongen, plezante herinneringen die als feeërieke melodieën in mijn hoofd dansen, zonder oorsprong, zonder bron maar met precies de juiste dosis weemoed.