Tantra

Het ging weken goed; rode vlaggen mijden voor een beetje rust in kop en hart. Het #metoo circus had me uitgeput en zwarte piet stond weer vol ongeduld te trappelen voor de deur. Ik zou hem dit jaar niet binnenlaten, die kutpiet. Vorig jaar had ik me plechtig voorgenomen om de discussie, waarin weinig meer gediscussieerd werd en vooral veel gescholden en met modder en erger gegooid zoals bij bijna elk onderwerp in dit land, om gierend gek van te worden, maar dat is een ander verhaal, nou ja, om die oeverloze discussie voor eens en altijd met een twee-vingerig kruisje en desnoods een paar tenen knoflook ver van me te houden. Goddank ontdekte ik eindelijk de muteknop op social media, zo’n vijftig jaar na de ontwikkeling ervan maar een kniesoor die daarop let, dus het moest helemaal goedkomen. En ja, ik vind dat zwarte piet weg mag. Ik heb er zelf geen last van, maar dat betekent niet dat hij moet blijven. Ik ben namelijk niet het centrum van het universum, als er mensen structureel onder lijden is het tijd afscheid te nemen. En meer zeg ik er niet over.

Ik leefde dus in de relatieve luwte van al het opgefokte getier, ontweek met een sprongetje de nieuwste fad du jour en deed kunstig mijn hand voor mijn ogen als per ongeluk iets dat mijn bloed kon laten koken vanuit de periferie naar me lonkte. Hoe minder je uit het ‘nieuwspotje’ snoept, hoe eenvoudiger het wordt nepnieuws en non-nieuws te onderscheiden. En te mijden.

Tot ik net las over een hele trits tantramasseurs, van het testosteronale soort, die de grenzen tussen massage en je lusten op een cliënt botvieren en ervoor betaald krijgen niet helemaal scherp hadden. Deze holebeesten, deze steenpuisten van het menselijke ras, gaven vrouwen, die vaak aan tantramassage schijnen te beginnen nadat ze seksueel misbruikt zijn en door middel van deze vorm van massage weer ‘in contact met hun lichaam’ willen komen, vooraf de garantie geen ongewenste grenzen over te gaan. Dan lig je naakt op zo’n tafel en staat zo’n stuk afval zich voor je neus af te trekken. Dan word je gemasseerd en voel je ineens een vinger in je doos of oeps, een pik in je kont, want ja, dat schijnt te zijn gebeurd. Dan heb je het woordje ‘garantie’ niet helemaal begrepen, of je verwarde het met ‘penetratie’, kortom dan ben je echt uitschot van het ergste soort. Hoe rijm je dat, meneer de tantramasseur, een vrouw met een trauma die bij je komt om in de veiligheid van jouw praktijk haar lichaam weer te leren voelen door middel van massage, wat dat precies inhoudt weet ik overigens niet, met jouw stuk vlees in haar lijf? Ik kan me niet voorstellen dat het ook maar iets bijdraagt aan het verwerken van oud zeer. Mijn vermoeden is, en verbeter me maar als ik het verkeerd heb, dat er wel een nieuw traumaatje bijkomt op deze manier. Maar ach, de dames zijn toch al beschadigd. Een piemel meer of minder zal daar niet zoveel aan veranderen, dacht je misschien. Of misschien dacht je alleen met je vleesstaaf.

Het grote probleem is dat op dit soort beroepen totaal geen toezicht is. Iedere gek kan tantramasseur worden, of haarworteltherapeut of aambeifluisteraar. En dat klinkt misschien leuk voor de mensen die niet weten wat ze met hun leven moeten, maar verder is het gewoon een slechte zaak. Het gebrek aan toezicht heeft geleid tot een wildgroei van vage beroepen en enge charlatans die allemaal klaarblijkelijk hun eigen interpretatie van het vak hebben. Zo kunnen volksstammen idioten hun goddelijke gang gaan zonder dat iemand ze stopt. Veel alternatieve therapeuten kunnen zich niet laten registeren in het BIG-register omdat hun opleiding niet door de overheid erkend wordt, zoals dat wel het geval is bij bijvoorbeeld fysiotherapeuten en artsen. Hierdoor is helaas de deskundigheid van zo”n beroepsbeoefenaar niet gelijk duidelijk. Toch zijn er zat particuliere beroepsopleidingen in het alternatieve circuit en kan een beoefenaar met een diploma van zo’n opleiding zich bij een eigen beroepsvereniging laten registreren die vervolgens zelf kwaliteitseisen bepaalt en een klachtenregeling heeft. Het wordt hoog tijd dat er voor ‘beroepen’ waar geen opleiding voor gevolgd hoeft te worden ook dergelijk toezicht op kwaliteit is. Dat er regels komen waar een tantramasseur of alles-is-liefdetherapeut zich aan moet houden, dat er een ‘ergens’ is waar mensen met hun klachten heen kunnen. Dat er, om kort te gaan, ook voor deze mensen een vereniging komt waar ze zich bij aan moet sluiten en die je een beroepsverbod kan opleggen als jij de grenzen van hetgeen je als broodwinning hebt wel heel erg hebt opgerekt.

Als je zo graag met je pielemuis werkt en er voor betaald wilt krijgen kun je beter een ander beroep kiezen, me dunkt.

Doodgaan

‘Hoe wil jij het liefste doodgaan, mama?’
Het is zondagochtend en we zitten met z’n allen aan de ontbijttafel. Hij wacht mijn antwoord niet af en begint voorbeelden op te noemen van manieren waarop een mens zou kunnen sterven. Zo heb je verdrinking, moord en zelfmoord, sterven in je slaap, door een ziekte de pijp uit gaan en door een ongeluk om het leven komen. Terwijl hij met zijn opsomming bezig is probeer ik na te denken over zijn vraag. Hoe zou ik dood willen gaan? Ik vind het lastig aangezien ik helemaal niet dood wil, voorlopig niet althans. Ik kan me voorstellen dat als ik 95 ben en volledig incontinent, invalide, dement en zonder menselijk contact mijn dagen uitlig in een in hoogte verstelbaar bed in een verzorgingsoord met chronisch te weinig personeel zodat ik doorligplekken krijg, ik misschien wel de voorkeur geef aan het hier niet meer zijn, maar vooralsnog moet ik vaststellen dat ik door de bank genomen het best aardig vind hier. Nait verkeerd, zeg maar. Maar goed, dood gaan we allemaal en op wat uitzonderingen na valt er niet zoveel te kiezen en daarom spelen we dit spelletje, net zoals met die miljoenen die je ook nooit in de staatsloterij wint maar wel over fantaseert. Zo wonen wij in een volksbuurt ten westen van Groningen, maar wanen wij ons in het heetst van het spel in een lommerrijke buurt met Jugendstilpanden in de binnenstad. Een mens moet wat te verlangen hebben, nietwaar.

Hij kijkt me aan met zijn grote bruine ogen die hij van mij heeft en zijn mond vol iets dat men ‘ontbijtgranen’ noemt maar weinig weg heeft van granen. ‘Nou mama, wat wordt het?’

‘Ik denk dat ik dan iets kies dat snel voorbij is. Gewoon boem dood. Of in mijn slaap overlijden, dat lijkt me ook wel wat.’

‘Boem dood zoals opa Slava? Die knalde toch met zijn slaap tegen een rots en was op slag dood?’

Ik merk dat ik steeds minder een brok hoef weg te slikken als mijn overleden vader spontaan wordt genoemd. Vroeger barstte ik wel eens in tranen uit als iemand me zonder waarschuwen mijn papa voor de voeten gooide.

‘Ja zoiets ja. Ik denk dat hij op slag dood was, dat hij niets van heeft gemerkt. Niet een heel slechte manier van er tussenuit piepen. Wel wat minder leuk voor ons alleen.’

‘Maar niet heel praktisch. Om nou allemaal te gaan vliegen om dood te kunnen gaan…’

En voor ik het doorheb is iedereen al weer met iets anders bezig en denk ik nog even na over de dood. Over hoe ik zei toen mijn papa stierf dat ik niet zoveel problemen met de dood had, maar dat het feit dat ik hem nooit meer kon zien, aanraken, horen of ruiken me oneindig verdrietig maakte. En hoe iemand toen voorzichtig tegen me zei dat dat de definitie van doodgaan was en ik fluisterde dat ik doodgaan dan toch niet zo fijn vond.

Verkeershufter

Dat was even heel erg schrikken.
Met mijn kinderen uit school in de regen naar huis op de fiets, wachtend om een drukke straat over te steken. Komt er een auto vanuit die straat ons straatje ingereden, bocht veel te krap genomen zodat ik bijna van mijn fiets word gesjeesd. Ik schrik, de auto blijft naast me staan, half op de grote weg, bestuurdersraampje naast mijn fiets.
ik probeer naar binnen te kijken. Wie zit daar, wat wil hij. Ja, zo iemand is een hij, testosteron als een slakkenspoor achter de wagen aan. Twee paar zwarte ogen staren terug. Koud, neerbuigend, boos. Waarom boos, denk ik en daar gaat dat raampje al open.
‘Wat moet je, heb ik wat van je aan? Wat staar je me aan kutwijf. Eerst staar je de hele tijd naar de weg en nu zit je weer mijn ogen op te zoeken. Je moet oppassen. Je moet oppassen, weet je. Waarom zit je te kijken?’
Ik haalde mijn schouders op. De man voelde zich aangevallen. Hij maakt een fout en het ligt natuurlijk aan een ander. Die ander die hem recht aanstaart. Dat is hij niet gewend. De meeste mensen kijken weg. Zijn bang. Ik was nu ook bang. Bang om te ontploffen en een mes tussen mijn ribben te krijgen, maar met de grootste moeite deed ik of dit alles me niet bang maakte, of zijn agressieve gedrag en die cocaine-ogen me geen reet deden.
Ik haalde mijn schouders nogmaals op. Ik zou niet zeggen dat hij in de fout ging. Ik zou niet mijn gelijk gaan halen. Ik zou niet bijdragen aan escalatie, want op escalatie stuurde hij duidelijk aan. ‘Ik heb geen idee waar je het over hebt,’ zei ik en bleef hem aankijken. Hij zat zich geweldig op te vreten en besloot uiteindelijk dat er geen eer te behalen viel aan dit door hem geënsceneerde opstootje met die rare vrouw die alleen haar schouders stond op te halen.
‘Laat ook maar, kutwijf’ en weg was de dure pooierbak met achter het stuur de man met het doorgesnoven hoofd.
We bleven even staan. We hadden geen woorden. Toen staken we de straat over een reden in stilte naar huis.

Tsaar Vlada

Vlada is koning, keizer, admiraal. Hij is het allemaal, oppermachtiger met het voortschrijden der tijd en elke dag voelt het of hij groeit. Niet alleen zijn ego, zo groot dat het bijna niet is te bevatten, zelfs uit zijn borstkas zou spatten als dat kon; het voelt ook alsof zijn lichaam groeit, zelfs zijn ingewanden voelen hem met de dag zwaarder en machtiger aan.

De overtreffende trap van oppermachtig is oppermachtigst en hij is daar bijna, zoiets voel je.

Dan is hij Tsaar Vlada, de Grote Vladimir Vladimirovitsj en is zijn meesterwerk, waar hij al sinds het jaar 2000 aan werkt, compleet. Tot die tijd deelt de bijna-Tsaar bevelen uit. Speelt hij stoelendans met de trekpop Anatoljevitsj Medvedev, een useful idiot, laat hij onwelgevalligen muilkorven en verdwijnen en laat hij zich, als meditatie-oefening op stressvolle momenten, verleiden tot een potje zelfverrijking. Zijn nieuwste speeltje is het groene spul, door vriend en vijand liefkozend ‘zeljonka’ genoemd.

Zeljonka is als jodium, je maakt er wonden mee schoon. Het fantastische aan het groene spul is echter dat het ook echt een desinfectant is: het ruimt bacteriën op. Korsten der aarde, vuiligheid en vuilnis worden met een beetje mazzel blind, verdwijnen weer uit het zicht. Vlada Vladimirovitsj is verrukt. Het was alweer even geleden dat iets hem zo blij maakte als dit ontsmettingsmiddel. Een ferme flets in het gezicht van een Mohikaan en je kan er welhaast op rekenen dat het laatste beetje weerstand gebroken wordt en zo komt de tsarenkroon nog weer een beetje dichterbij. Nu Brexit is gelukt en aartsvijand Amerika aan zijn eigen vuilnis tenonder lijkt te gaan, is het vanaf nu vooral achterover leunen en zegeningen tellen.
En dat doet hij. Vlada Vladimirovitsj Poetin wrijft zijn zegelring op met spuug en ziet dat het goed is.

Herinnering 1 t/m 4

Herinnering 1.
Een tussenuur op de middelbare school, of misschien een gespijbeld uur, al vermoed ik dat niet, mezelf kennende. Mijn beste vriendin en ik fietsen snel naar mijn huis, zetten de lp van Calimero op en trekken de fles slivovitz van mijn ouders uit de vriezer. Het wordt een soort Balkaneze vogeltjesdans, dikke pret, hiep hiep hoi Calimero! En dan komt mijn stiefvader binnen.

Herinnering 2.
Vriendinnetje 2 en ik, kipjes van ik denk 13, kleden ons in onze mooiste Cyndi Laupertenuetjes, achteraf zou je eerder denken dat we de verkleedkist van oma hebben geplunderd, maar toen in de jaren 80 voelden wij ons grote zelfstandige meiden going on vrouwen. We gaan naar buiten. Wandelen. Bij de Westerhaven stopt een man op een fiets ons en vraagt waar de Aquamarijnstraat is. Ik zeg dat ik denk dat het die kant op is en wijs met mijn vinger over het Hoendiep. De man kijkt niet mee en trekt in plaats daarvan zijn roze homp ongesneden vleeswaar uit zijn gulp. ‘Wat vinden jullie hiervan, dames?’ Wij reageren marktconform en zetten het op een lopen. Thuis weten we precies wat we eigenlijk hadden moeten zeggen en doen. Unaniem: we hadden die stumper moeten uitlachen. Het was een heel lelijke piemel.

Herinnering 3.
Ik ben in Amerika. Bij mijn vader en stiefmoeder. Zoals elk jaar ben ik op zomerkamp geweest en daar heb ik de geneugten van het vrouw zijn mogen aanschouwen. Meisjes van 14 die hun benen scheren, meisjes van 13 die lijnen en calorieën tellen. Bronja van 14 eet gewoon stroopwafelkruimels met liters stroop dus het is allemaal even wennen. Maar een mens moet wat dus ik ga ook aan de augurken. Ik laat mijn stiefmoeder voor mij een grote pot van 5 kilo kopen voor de reis naar Lake Tahoe. Achterin in de Jeep, over hobbelende stijgende en dalende bergwegen eet ik me letterlijk ziek aan de zure bommen. Ik kots de hele auto onder en eet minstens tien jaar geen enkele augurk of andere zoetzure rommel meer.

Herinnering 4.
Ook in Amerika. Bij mijn vader in de Jeep op weg naar wederom Tahoe. Ik zit met mijn voeten tegen de voorruit en doe oefeningen en strek en ontspan mijn tenen tegen het glas. Floep, een sterretje in de ruit en erachteraan een chemtrailachtig spoor. Mijn vader boos. ‘Dat is 500 dollar! Ik ga je langs de weg zetten, kun je al dat geld terugverdienen!

Beerput

#metoo. Wat een beerput. En wat een topje van een ijsberg van een beerput. Ik lees over een meneer van een uitgeverij die over de professionele schreef ging door vrouwen die hij had gerekruteerd met nachtelijke sms’jes en oeverloze emails te bestoken, naar eigen zeggen onder invloed van drank en drugs en ongetwijfeld ook bevangen door het soort opwinding dat nou eenmaal kleeft aan een (naderend) debuut, zeker als dat debuut door jou is binnengehaald. Ik denk aan die man en voel iets van medelijden met hem. Zijn succes leek onstuitbaar, hij was op weg naar boven en hoger en hoger klom de man op de bonenstaak, zijn hoofd bijna in de wolken, hij kon de geur van bovenop al ruiken waardoor hij vergat dat hij beter met beide benen op de grond kon blijven staan, want dat is nou eenmaal de veiligste plek voor een mens die niet als een God is geboren. Maar de drek die hem nu wordt toegeworpen voelt voor mij als .. Ja, hoe voelt dat eigenlijk. Alsof hij ook porties drek van andere, niet met naam en toenaam genoemde mannen over zich heen krijgt. Alsof hij de volle laag krijgt omdat veel grotere smeerlappen in de veiligheid van de coulissen kunnen blijven bestaan en opereren. En waarom kunnen zij blijven bestaan? Omdat zij, anders dan de man van de uitgeverij, niet ge-out zijn. Omdat de vrouwen (en mannen, die ook) die slachtoffer zijn geworden van deze meneren zich stilhouden. Omdat zij niet geloven in #metoo. Omdat zij niet durven te spreken. Omdat zij niet kunnen spreken. Omdat zij zwijgen, uit angst, uit schaamte. Omdat wij met z’n allen zwijgen, de dingen die het daglicht niet kunnen verdragen zo blijven noemen en in een enorme doofpot stoppen. Keer op keer op keer. Ook ik.
Begrijp me niet verkeerd: de man van de nachtelijke sms’jes ging te ver. Hoeveel te ver hij ging weet ik niet, dat weten alleen hij en de vrouwen die hij lastigviel. Maar staat hetgeen nu over hem heen komt in verhouding met wat er is gebeurd? Ik vind van niet. Ja, inderdaad, ik zeg dit zonder dat ik van de hoed en de rand weet. Ik denk dat zijn positie hem naar het hoofd is gestegen en als niemand er iets van zegt, verandert er ook niks. Dat is nu gebeurd en dat is goed. Over de manier waarop heb ik wel mijn vraagtekens. Ik vind iemands zielige praat in messenger of WhatsApp onder invloed van drank echter wel wat anders dan mannen die seks opeisen, mannen die bedreigen, stalken, aanranden en verkrachten. Het lijkt me ook onjuist om wat hij heeft gedaan te vergelijken met de walgelijke daden van de vele mannen die al decennia in een patroon van machtsmisbruik zitten en bijna denken dat hun ranzige gedrag normaal is geworden, maar die de ‘luxe’ hebben (nog) aangenaam anoniem door het leven te gaan. Elk varken of varkentje verdient dan misschien zijn schandpaal, maar door ze allemaal met een hashtag #metoo op social media te zetten krijg ik al snel de indruk dat het allemaal dezelfde gore zwijnen zijn. Dat ze van hetzelfde laken een pak krijgen. En het allerergste, wat me nog het woestst maakt, is dat tegenover elke geuite #metoo getuigenis er honderden niet-geuite staan.
#metoo heeft de beerput geopend. Dat is een goede zaak. #metoo heeft bij sommigen misschien gezorgd voor een bewustwording, ook bij mijzelf, over wat acceptabel gedrag is is en wat niet, over grenzen en waar die voor mij en voor ons als groep, liggen of horen te liggen. Een soortement herijking van waarden en normen. Hopelijk worden we niet te verkrampt met z’n allen, hopelijk durven mannen nog een hand op een schouder van een vrouw te leggen zonder zich af te vragen of het gepast is. Hopelijk zorgt al deze bewustwording niet voor een doorgeschoten angst of massapsychose, maar juist voor meer empathie en begrip.
Wat ik het meest hoop is dat de grootste smeerlappen, die roofdieren in de coulissen waarover ik net sprak die zich heel veilig wanen, de #metoo getuigenissen ook lezen en horen en een dergelijke bewustwording doormaken. Dat zij wroeging voelen, oprechte spijt, en dat dit zich dan vertaalt in een verandering in gedrag. Dus geen misbruik meer maken van jongetjes op een jeugdtheaterschool of jonge vrouwen onderaan de bonenstaak. Maar ik heb zo mijn twijfels. Dan maar hopen dat ze zich net een beetje minder veilig wanen. Wij weten namelijk wie jullie zijn, ook al zwijgen we.
Om deze varkens te wassen, echt te wassen, is echter meer nodig dan #metoo. Het begint bij opvoeding, maar daar eindigt het niet. Om dergelijke excessen tegen te gaan is het nodig dat onze cultuur ten opzichte van dit type wangedrag verandert. We moeten het niet accepteren dat iemand zo tegen ons praat, dat iemand met zijn poten aan ons zit. We moeten leren dat te zeggen, het aan te kaarten en dan zonder de angst onze baan te verliezen of juist een baan niet te krijgen. Het moet duidelijk zijn dat wij met z’n allen, als groep, het onaanvaardbaar vinden dat iemand zich zo naar een ander toe gedraagt en het moet duidelijk zijn dat wij, met z’n allen, als groep, zullen optreden tegen iemand die zich zo naar een ander toe gedraagt.

Nachtmerrie

Ik werd wakker gemaakt terwijl de nachtmerrie nog aan de gang was. ‘Waar ging de droom over, mama?’ vroeg een kind. Ik probeerde uit te leggen waar de droom over was gegaan, maar aan het gezicht van het kind te zien was de angst niet echt overgebracht.
‘Dus een enge mevrouw met knaloranje haar liep op een andere mevrouw af met uitgestoken armen en zei haar naam en toen zei ze “Wat? Jij bent X niet, wie ben je?” en keek er hard en meedogenloos bij en toen zei ze “grapje” en dat vond jij zo eng dat je je tanden weer eens door je paardenbitje heen heb geknaagd?’ Het kind keek me met scheef hoofd onderzoekend aan.
Ik knikte.
‘Mama, ik moet zeggen dat ik je maar een raar iemand vind, niets persoonlijk verder!’
Ik knikte weer. Hardop vertelt was het een aanfluiting, die droom van mij. Maar de vrouw met het hennahaar was echt heel eng geweest, met haar bulderstem en die rare haren als een vogelnest en dan die liefdevolle vriendelijkheid die ze zo ineens terugnam. Ik dacht even na. Vroeger gingen mijn nachtmerries over achtervolgingen en belaagd worden en oorlog en doodstrijd, tegenwoordig kreeg ik blijkbaar al een kaakklem van hysterische vrouwen met afzichtelijk kapsel.
Ik ben er nog niet achter wat dit over mij en mijn leven zegt.

Slapen in de bosjes

De laatste keer dat ik katslam was zal Koninginnedag 2005 zijn geweest. Ik heb daarna ook nog wel eens te diep in het glaasje gekeken, maar nooit zo groots en meeslepend als die keer, twaalf jaar geleden toen ik nog in Amsterdam woonde. Ik hoop het nooit meer mee te maken ook.

Ik was gestopt met roken. Dat betekende dat ik niet meer slok bier afwisselde met hijs peuk en daar ging het mis, vermoed ik. Nu was het enkel hijsen en dan komt er wel heel veel extra alcohol in dat niet al te grote lijf van mij. Of mijn theorie is onzin en ik had gewoon veel te veel staan zuipen. Hoe dan ook, ik kan me iets van een Leidseplein herinneren en wat hap snap momentjes tussendoor, maar heel veel helderderder gaat het ‘m niet worden. De kater des doods de volgende ochtend staat me dan wel weer helder voor de geest: nog nooit zoveel pijn aan elke lichaamsdeel gehad hebbende stond ik af te sterven onder de douche die me ook overal pijn deed. De makelaar zou die ochtend komen met potentiële kopers. Welke klapjosti bedacht dat 1 mei een geschikte dag was voor een bezichtiging? Ik deed mijn vingers in mijn oren want het gekletter van het water deed pijn aan mijn oren. Ik snapte niet meer hoe ik de shampoofles moest pakken en tandenpoetsen duurde een half uur. Ik moet minstens 100 iq punten ergens tussen het Leidseplein en Osdorp hebben verloren, en mooi niiet dat ik die nog terug zou vinden. Vast allang gejat.

Maar hoe was ik eigenlijk thuisgekomen? Ik deed heel erg mijn best het me te herinneren, maar verder dan een eindeloze wandeling over de Overtoom en iets met bosjes langs Sloterplas kon ik niet bedenken. Waarom hadden we geen taxi genomen? Ik sleepte me naar boven waar mijn vriend zat. Die heeft nooit een kater, dus aan hem kon ik het wel vragen. Het verlossende antwoord was verbijsterend en heeft me doen laten besluiten dat het ook wel een beetje minder kon allemaal, dat zuipen.
Blijkbaar reden er geen trams meer, dus een taxi moest het worden. Maar alle centjes waren al opgedronken dus dat werd een pinautomaat zoeken. Elke pinautomaat die we tegenkwamen bleek leeg of defect en dat zo de hele Overtoom van kop tot kont. Ik schijn een keer of twaalf in staking gegaan te zijn, mokkend op de stoep als een peuter. Toen kwam het park en de Plas en de pinautomaten waren op, dus er zat niks anders op dan de rest van de weg ook maar naar huis te lopen. Ik moest plassen, zei de vriend. Dat maakte hij op uit het feit dat ik me begon uit te kleden op straat en begon te plassen. Haastig trok hij me overeind en verplaatste mijn onwillige lijf richting bosjes. In plaats van er in de buurt te gaan plassen liet ik me erin vallen. Met mijn broek nog op mijn enkels. In zeester zette ik alvast een diepe slaap in. De vriend schijnt me eruit te hebben geplukt, wist mijn broek weer omhoog te hijsen en slingerde mij vervolgens over zijn nek als ware ik een (kleine) mud aardappelen. Toch knap, 60 kilo doodgewicht over je schouders, maar deze man deed het. Ik vind het heel stoer en ben hem oneindig dankbaar dat hij me niet in die bosjes liet afsterven, want heel sexy kan het allemaal niet geweest zijn, maar het is een tweedehands verhaal uit zijn mond, dus zeker weten dat het klopt doe ik niet.

En dit, lieve kinderen, is een waarschuwing van mijn vingers naar uw ogen: Koninginnedag (en ja, ook de perfide opvolging hiervan) is een waardeloos feest dat u beter kunt overslaan. Dronken randdebielen overal, enge mannen op stelten, de walgelijke kleur oranje, 10.000 voor het eerst in een jaar uit hun hok vrijgelatenen die in colonne wezenloos langs besmette kebab- en zelfgemaakte limonadestandjes en grabbeltonnen gevuld met speelgoedautootjes bomvol e-coli bacterie lopen en o god laten we die rotzooi op kleedjes niet vergeten en al die kleren die zelfs een negendehandswinkel nog zou weigeren.

Kusjes!

Znežanka: een klein stukje

We hebben niet gepraat tijdens onze wandeling. Wel had ik die nacht een droom waaruit ik tergend langzaam wakker werd, de roze armpjes van mijn ingebeelde dochter stevig om me heen geklemd. ‘Mama, mama’ had ze gefluisterd, ‘mama, wordt
wakker, ik ben hier en ik ben niet boos op je.’ Als een mantra herhaalde ze de
woorden die mij als versuikerde stroop uit de nachtzwarte diepten sleepten. Ik had naar haar gekeken toen ik eenmaal aan de overkant was. Ze zat naast me op het bed, een roze nachtjapon aan, haren in twee piggyvlechtjes en zo echt dat als je me op dat moment had gevraagd of mijn dochter bestond, ik alleen met ‘ja’ had kunnen antwoorden. Ze zat hier, naast me, haar haren roken naar watermeloenen en ik kan uren doorgaan met de details van haar echtheid opsommen. De paarse elastiekjes aan
het einde van de vlechten, het vriendschapsbandje dat ik haar had gegeven om haar linker pols, de donshaartjes op haar benen en haar ogen groot en blauw en bezorgd.
Dit hier was mijn kind, mijn kind van vlees en bloed. Mijn dochter. Ik had de
stemmen in mijn hoofd gehoord, als afgetrainde waakhonden, die me
toeschreeuwden dat ik niet over de rand moest kijken, dat ik me hiertegen diende te verzetten, dat mijn mantra niet moest zijn dat ze hier was, maar juist dat ze er niet was. Op een moment als dit wilde ik het liefst volledig verdwijnen in mijn
sprookjeshoofd, nooit meer in een werkelijkheid leven waarin mensen woonden die mij vertelden dat dit alles niet bestond of waar was, terwijl het bewijs van het tegendeel op nog geen tien centimeter afstand van mij zat.

Mensen die beweren dat iemand als
ik gek is en dingen verzint en bedenkt en ziet die niet echt zijn, zijn nog nooit gek
geweest. Als je gek bent geweest weet je namelijk dat al die stelligheid als een
zandkasteel aan de vloedlijn is. Een stevige golf en het is gebeurd met je stelling. Weggespoeld door de nieuwe werkelijkheid.

Gesjoemel in abortusland

Een paar dagen geleden wond ik me op over Wim van Limpt, de directeur van Buma/ Stemra die voor tonnen ondersteund wordt omdat ie nog niet zonder zijwieltjes kan fietsen, maar er geen been in ziet het zichzelf alvast heel comfortabel te maken bij de dubieuze muziekclub middels dure reizen, etentjes en laten we zijn welverdiende golfabonnement niet vergeten. Vast voor businessmeetings met armlastige muzikanten, kan haast niet anders. In het licht van al deze sjoemelstreken (het is overigens niet de eerste keer dat deze partyclub met monopoliepositie negatief in het nieuws is) vond ik het motto van Buma/ Stemra nogal wrang. Komt ie: ‘Goed geregeld klinkt beter.’
Ik denk dat het tikje dat de verzilverde golfclub tegen het gouden balletje van Wim inderdaad beter klinkt dan het geluid van een plastic stokje tegen een tweedehands balletje. Goed geregeld, Wim! Het doel van Buma/ Stemra is ook het vermelden waard in dezen, trouwens. Vooral de laatste regel is om te gieren. ‘Het bevorderen van de materiële en immateriële belangen van auteurs en hun rechtverkrijgenden, uitgevers en uitgeversbedrijven, zonder winstoogmerk voor zichzelf.’ Hierom wordt vermoedelijk smakelijk gelachen tijdens ‘zakenreisjes’. Het is natuurlijk ook dolkomisch.

Afijn. Nog aan het bijkomen van het nieuws over deze minne graaier, werd ik alweer getrakteerd op nieuws dat zo mogelijk nog zieker was: sjoemelende abortusklinieken. Nee, niet de klinieken zelf maar de glibberige, hebberige smeerlappen die aan het roer staan van een keten van abortusklinieken met de wat wrange naam Casa en die over de buiken van ongewenst zwangere vrouwen miljoenen naar zichzelf toe hebben weten te harken op de meest dubieuze manieren. Declaraties van niet gepleegde abortussen, verzonnen patiënten, narcoses die met veel slappere verdoving werden uitgevoerd en behandelingen die door medisch specialisten uitgevoerd zouden zijn, maar dat in feite niet werden. De gluiperd die hier mede en voornamelijk voor verantwoordelijk schijnt te zijn is de voormalig directeur van Casa, Bert van Herk, die van 2001 tot 2015 met allemaal andere vriendjes zonder scrupules de zorgverzekeringen oplichtte.

Ach, zorgverzekeraars hebben toch geld zat, denk je, maar ook jij weet dat het geld ergens vandaan moet komen, dus als Abertus van Herk creatief met boekhouden een zesde huis naar zichzelf toe weet te toveren, betekent dat meer premie voor u in een later stadium. Iets met vestzak-broekzak. En als u het allemaal toch zo ernstig niet vindt, helpt het volgende u misschien over de streep. Bertje cs hielp ook buitenlandse dames van hun foetussen af in Nederlandse klinieken en bracht deze dames dan van alles in rekening dat gewoon bij de prijs inbegrepen hoorde te zitten. In Nederland zijn abortussen gratis, maar waarom iemand die deze nare ingreep uit eigen zak moet betalen niet extra rekenen voor medicijnen of foto’s? Is toch ook weer snel een zakcentje verdiend, niet waar?

Hoe halen dit soort mensen het in hun hoofd, verdomme nog aan toe. Hoe kun je nog bij je vrouw of man in bed kruipen ’s avonds, met een geweten als geïnfecteerd taaislijm? Hoe kun je nog je baby voeren in de wetenschap dat jij niet- bestaande vrouwen hebt laten aborteren en wel-bestaande vrouwen hebt opgelicht voor een luxer bestaan voor jezelf? Hoe kun je nog naar jezelf in de spiegel kijken als je over de hoofden van duizenden mensen die zich anoniem bij je hebben laten testen op soa’s illegaal rijk bent geworden? Wat voor een gedegenereerd stuk genetisch afval ben je als je zoiets doet en er geen nacht slechter om slaapt? Hoe is zoiets in godsnaam mogelijk?

Ook weer omdat je vindt dat je er recht op hebt, vermoedelijk, net als Wim van Limpt. Omdat het je toekomt, omdat jij meer waard bent dan die schlemielen die je oplicht. Ik zeg: al dit soort types op een afgelegen eiland pleuren en bekijk het verder maar. Moet dan waarschijnlijk wel een erg groot eiland worden.