Beetje moe van

Weet je waar ik een beetje moe van word? Ook als je het niet wilt weten ga ik het opschrijven, dus gauw stoppen met lezen bij geen interesse. Goed, ik word dus moe van die eindeloze trits mensen op social media, elke dag weer opnieuw, keer op fucking keer, die moe worden van wéér iets dat iemand anders deed of vond of niet deed of niet vond of whatever. Van al die meningen was ik al hondsmoe, kotsbeu ben ik ze in feite, die meningen, en dan niet de gelaten variant beu, maar echt op zo’n manier dat de jeuk me uitbreekt op nauwelijks te bereiken plekken. Het agressieve soort beu zeg maar. De vlekken-voor-de-ogen variant. Godskolere, wat ben ik totáálklaar met meningenmensjes. We gaan nog eens massaal ten onder aan dat oordeeloedeem waar zowat heel socialmediaënd Nederland aan schijnt te lijden.

Maar goed, ik liet me even afleiden. Waar was ik gebleven. Ja, mensen die ergens moe van zijn. Dat ik dáár moe van word. Nu nog van de gelaten soort maar het duurt niet heel lang meer eer ik het niveau van mijn meningenintolerantie heb bereikt. Dat ik wéér van een vermoeid persoon lees dat ie moe wordt van mondkapjes, van corona, van mensen die demonstreren voor iets dat ze aan het hart gaat, van mensen die te veel op social media zitten, van hun partner, hun leeggelopen aambeien, het onjuist voorspelde weer, van iemand die een mening heeft die hem niet zint, van wéér een plaatje van een bord eten, van die snolliebollie die zo nodig wéér met die leeggezogen tieten op een selfie moest. Moe word ik ervan. Van al die mensen, met al die meningen en hun chronische socialemedia vermoeidheidsyndroom.

‘Moe ergens van worden’ is natuurlijk niets anders dan een mening hebben he, dat weet zelfs mijn malle achterlijke neef uit het voormalig thuisland. Het is de eufemistische bewoording voor superioriteitspuien, alleen dan de passief-agressieve variant. In gedachten zie ik een ouder zachtjes met zijn hoofd schudden, nee ik ben niet boos, je hebt me alleen ernstig teleurgesteld. Kauw daar maar eens even ernstig op, mannetje, het is een bommetje in een kadootje. Zo ook met het ‘moe ergens van worden’. Nee, klaplul, je wordt niet moe van die eikel die zijn fatbike vol trots laat zien aan z’n sociale media vriendjes, je vindt hem gewoon een onfatsoenlijke koolraap omdat ie volgens jou laat zien dat ie goed in de slappe was zit en, in tegenstelling tot jijzelf, wel goed bedeeld is qua klokkenspel. Vol afschuw zoom je nog even in op het gebeier en je voelt je bloed koken. Maar wat schrijf je? Dat je móe wordt van zulke mensen. Je hóeft er niet naar te kijken; naar die fatbiker met alles wat jij niet hebt. Of durft. Of wat dan ook.

Als je zo moe van alles wordt, waarom ga je dan niet lekker op bed liggen, potje slapen, seksen van mijn part , dat schijnt ook te ontspannen. Neem een vitaminepil, of nog beter: ga lekker naar buiten en geniet van de zon. Ga sporten. Kikker je van op.

Moe word ik ervan, van die collectieve vermoeidheid die eigenlijk niets anders is dan die oeverloze meningendiarree. Het stadium meningenmoe was ik allang voorbij en misschien wordt het tijd dat ik toegeef dat ik ook niet gewoon ‘een beetje moe’ word van mensen die moe worden van andere mensen, maar feitelijk het irritatiepunt allang ben gepasseerd en de behoefte voel iemand met zogenaamde vermoeidheidsklachten cq een mening eens even stevig de waarheid te vertellen.

Of misschien moet ik social media maar weer een tijdje gaan mijden en zelf eens naar buiten gaan om te genieten van het zonnetje. Schijn je van op te kikkeren.