Vaseline

Ik heb een haat-liefdeverhouding met nostalgie. Soms is het roze bril wat de klok slaat, soms spleen van het diepste soort. Veel vaker is het een mengelmoes van zoveel emoties dat ik niet meer weet hoe ik het hebben moet en denk: ik heb een gevoel ontdekt dat nog geen naam heeft.

Het is missen, terugkijken, beseffen dat je weer eens in het verleden zit te grabbelen, weten dat je je weliswaar een gebeurtenis herinnert, maar zo troebel ziet dat de randen van de herinnering vervormen, soms hele flarden zijn weggevaagd en dat je die dan doodleuk inkleurt met wat had kunnen zijn. Je hoofd heeft van een vaag roze-oranje een fel karmozijn gemaakt. Te dunne laagjes herinnering (dat puntje-van-je-tong gevoel, er net niet bij kunnen, zo dichtbij, zo dichtbij…) vul je op met van dat spul waar je gaten mee dicht, de boel mee gladstrijkt nadien.

Dit gevoel is terug in de tijd met een tube Alabastine in de hand, je bent de stukadoor van je eigen geheugen. Het is pre-Alzheimer, duiken in het diepe, het is achter dat verdomde konijn aanhollen met zijn mottige zakhorloge. Het is droogneuken op verschraalde grond waar niks meer op groeien kan en toch doe je het keer op keer op keer opnieuw. Het is steeds vaker. Het is iets wat je vroeger niet deed. Geen tijd voor had omdat je bezig was met scheppen van al die zaken die nu in het geheugenkabinet zijn opgeslagen, hoe oningekleurd en met gaten en hobbels ze ook zijn, dat moge duidelijk zijn. Het is intens droef, het is intens fijn, het is dat hevige verlangen en dat ingespannen terugkijken en weten dat je over de helft bent en daar geen enkele spijt van hebt.

Het doet pijn en het is oneerlijk en het is heerlijk. Je weet dat je de boel zit te bedonderen, je zaken verdraait, je aandikt, afdikt, opvult en afroomt. Nostalgie doet pijn en nostalgie verrukt: niet voor niets iets met bitterzoet.

Ik denk aan mijn professor. De man bij wie ik afstudeerde. In naam was ik verbonden aan Amerikanistiek, in mijn hoofd zat ik al een poosje bij de kettingrokende professor en zijn net opgedoekte Polemologisch Instituut, het heette Oorlog en Vrede-studies toen ik er arriveerde. Ik zou promoveren met een studie naar Nationalisme, ik stond klaar in de startblokken en toen ging hij dood. Ik nam wat vakken van hem over, maar bleek in een wespennest terecht te zijn gekomen, de stammenstrijd die had geleid tot het opdoeken van het Instituut bleek omgezet in een soortement Koude Oorlog waar de honden geen brood van lusten. De promovendus van de professor moest niets van mijn komst hebben: hij had zich als opvolger al diens kamer en positie toegeëigend en nu was daar een dartele kaper op de kust, goddank zo naïef dat met wat vilein duw en trekwerk een spoedig vertrek snel was bereikt. Het enige leuke had ik het lesgeven gevonden. Al het andere leek meer op de ontaarde oorlogshandelingen die wij bestudeerden in ons werk.

En toch ..en toch.. betrap ik mezelf er soms op dat ik terugkijk op deze tijd met een bril met softfocus, met een likje vaseline op de glaasjes en hierdoor minder de casus belli zie die er overduidelijk was. Ik had nooit gedacht dat ik het verstrijken der jaren en het ophalen van herinneren zou omschrijven met een vergelijking waar het woord ‘vaseline’ in voorkwam, maar soit.

Ik hoop dat, mocht ik ooit de lange tunnel der vergetelheid inglijden, er mensen zullen zijn die met mij willen reminisceren. Bewust herinneringen aan lang vervlogen tijden oproepen. Muziek uit de jaren 90 van de vorige eeuw draaien, pearl jam, soundgarden, cranberries. Dat ze ons oudjes oversized t-shirts en wijde pijpen aantrekken, misschien geen leren touwtjes om de nek in verband met verstikkingsgevaar en ook geen furbies want we willen geen flippende bejaarden natuurlijk. En samen Dawsons Creek, X-files, Buffy the Vampire Slayer en liever geen Friends kijken. Mario op de Nintendo, Doom op de pc.

Dat ik mij dan weer daar waan, en alles nét een beetje mooier is dan het eigenlijk was. Dat ik met een glimlach op mijn ingevallen lippen naar mijn tanden op het nachtkastje kijk en met een tevreden gevoel en een aangeraakt hart in slaap val. Dat er een sprankel in de eenzaamheid is, een vuurtje om mij aan te warmen.