Kanarie in de kolenmijn

Mijn naam is Felix.
Felix komt van het Latijnse woord ‘felix’, wat gelukbrengend’ betekent. Ik kwam dus op deze wereld met de opdracht om geluk te verspreiden. Ik vind dat me dat tot nu toe niet heel goed is gelukt. Het lijkt er soms juist op of ik ongeluk breng, of nou ja, ongemakkelijkheid. Dat doe ik niet expres, ik doe dat niet expres. Ik doe dat niet expres. Je vraagt je misschien af waarom ik dat drie keer herhaal. Ik herhaal dat drie keer om het kracht bij te zetten en ook als bezwering. Ik doe het namelijk echt niet expres, ik wil helemaal niemand ongemakkelijk maken. Ik neem de opdracht die ik bij mijn geboorte meekreeg uiterst serieus. Mijn naam is Felix en ik ben geboren om mensen gelukkig te maken. Althans, ik dacht altijd dat dat mijn taak was.
Ik ben daar nu niet zo zeker meer van.

Misschien is een naam wel alleen dat: iets waarmee je iemand van een ander onderscheidt. Iets om iemand mee te kunnen roepen. Misschien zit er geen boodschap verscholen in mijn naam. Dat zegt iedereen, iedereen die ik in vertrouwen heb genomen zegt dat, behalve oma. Oma zegt dat ik een gave heb, en dat mijn naam wonderwel goed gekozen is. Ze zegt dat de mensen meer zouden moeten luisteren naar wat mensen als ik te zeggen hebben en minder naar de wanen van de dag. Minder naar hun onderbuik en meer naar feiten. En naar mensen zoals ik dus.

Nu denk je vast: waarom denkt die Felix dat hij speciaal is? Maar dat vind ik dus niet. Dat vindt oma, de mama van papa. Het enige wat ik zie is dat de meeste mensen mij raar vinden. Brutaal. Ongemanierd. Arrogant. Die Felix, die heeft te veel noten op zijn zang, die moeten we maar eens een toontje lager laten zingen en dan zeg ik dat ik geen vogel ben en dan duwen ze me in een plas met modder. En dan zijn ze ook nog boos op mij. Of ik vertel ze dat ik met sommige dieren kan praten en dan zeggen ze dat ik lieg maar waarom zou ik daarover liegen? Ik zou daar nooit over liegen want wat de dieren zeggen is heus niet altijd leuk. De mensen zeggen dat ik probeer aandacht te zoeken maar ik hoef geen aandacht. Ik ben juist liever alleen.

Niemand lijkt te willen begrijpen hoe ik werkelijk in elkaar steek. Of niemand is echt geïnteresseerd. Ik ben gewoon anders dan de mensen. Ik denk anders. Ik zie anders. Misschien voel ik niet anders, ik denk dat ik net zo voel als jij. Maar ik vind wel andere dingen belangrijk. De mensen vinden het belangrijk om ergens bij te horen. Ze passen zich aan zodat ze hetzelfde zijn als anderen. Dan voelen ze zich veilig.

Ik voel me veilig in mezelf. Als ik alleen ben. Juist als ik bij anderen ben voelt het of Felix verdwijnt. Dat voelt helemaal niet fijn. Ik besteed veel tijd met het proberen te begrijpen van de mensen. Ik probeer hun gedrag te plaatsen, waarom ze zeggen wat ze zeggen. Ik kan er niks aan doen maar hoe meer ik de mensen observeer hoe minder ik van ze snap. Veel mensen zeggen het ene maar aan hun hoofd en lichaam en wat ze voelen kan ik zien dat ze het andere denken of willen. Ik snap dat niet. Waarom doen de mensen zo ingewikkeld? Waarom is het zo moeilijk te zeggen wat je wilt of denkt of voelt? Want dan zeggen de mensen dat ze de jurk van Maria mooi vinden en dan zie je aan alles dat dat niet klopt, sterker nog: de jurk stáát Maria helemaal niet, en dan denkt Maria dat de jurk leuk is en dan koopt ze de jurk in nog zes kleuren. Als iemand haar had verteld dat het een lelijke jurk voor haar was, was het allemaal veel simpeler geweest.

Hoe meer ik probeer het gedrag van de mensen te snappen hoe meer ik zie dat ze helemaal niet lijken te wíllen communiceren wat ze écht denken en willen en voelen. En dan zijn ze boos en teleurgesteld als iemand ze niet begrijpt. Maar ze hadden gewoon kunnen zeggen dat ze iets nodig hadden of wat dan ook. Ik snap de mensen niet. En dan vinden ze mijn manier van communiceren bot en ben ik ongemanierd. Omdat ik zeg dat ik naar huis wil omdat de muziek te hard staat. Omdat ik zeg dat ik het eten niet lekker vind en het niet ga opeten. Dan vinden ze mij raar omdat ik om mijn eigen grapjes lach en als zij een grapje maken dat ik niet leuk vind ik dat ook hardop zeg.

Ik vind het niet belangrijk om erbij te horen. Ik vind macht en geld ook niet belangrijk. Ik zie wat het met de mensen doet. Ze worden er hard en gemeen van een in plaats van er iets mee bereiken dat wezenlijk is, willen ze alleen maar meer en meer en meer en doen ze dingen waarvan ze zeggen dat anderen dat niet mogen doen. Ik wantrouw alle mensen met heel veel macht. Die mensen spreken nog minder de waarheid dan de andere mensen. Ik vind het belangrijk om te staan voor wie je bent.

Ik sta voor wie ik ben – en dat betekent ook dat ik niet veel vrienden heb. Ik weet dat ik anders ben, dat weet ik al heel lang. Ik weet dat al mijn hele leven. Ik wil er niet bij horen maar heb altijd wel erg mijn best gedaan de mensen te begrijpen. Ik accepteer dat de mensen liegen, dat ze schaamte voelen en niet de waarheid spreken. Ik weet dat de mensen pijn hebben van onbegrepen zijn of zich onbegrepen voelen (dat is niet hetzelfde! Als iedereen op mensen als Felix na zo is, zou je toch verwachten dat de mensen weten dat iedereen het een zegt en het ander voelt en dat je daar dan naar kan handelen? Maar nee..), maar ik zie ook dat de mensen niet écht vertellen wat ze nodig hebben. Ik zie al die tekortkomingen en ik accepteer die.

Waarom is het dan zo moeilijk voor de mensen om te accepteren dat ik, Felix, niet zo ben? Waarom doen de mensen niet ook hun best mij te begrijpen? Ik kan daar niet bij, hoe erg ik mijn best ook doe. Maar ach, ze doen niet eens hun best elkaar te begrijpen. Ze kiezen er steeds voor om elkaars woorden verkeerd uit te leggen of ze leggen ladingen achter en in hun woorden die ervoor zorgen dat de ander ze verkeerd begrijpt of gelijk boos reageert vanwege die lading. Waarom zouden ze dan hun best doen voor mensen als Felix als ze elkaar al niet lijken te willen en kunnen snappen?

Oma zegt dat ik een gave heb, maar volgens de mensen heb ik een beperking. Een beperking betekent dat je iets niet hebt of niet zo goed kunt als de andere mensen. Ik hoor ook wel dat ik gestoord ben of een stoornis heb, dan is er ergens een afwijking op wat normaal is. Ik vind dat niet heel vriendelijk. Ik heb met mijn eigen ogen en andere zintuigen kunnen waarnemen dat de mensen vol zitten van leed en verdriet en pijn die allemaal zouden kunnen worden opgelost als ze maar met andere mensen erover zouden praten. Maar ze kiezen ervoor het voor zich te houden en boos te zijn en drugs te nemen of medicijnen om om te kunnen gaan met hun gebrekkige manier van communiceren. En dan heb ik een gebrek? Een beperking? Maar wat kan ik dan niet, volgens de mensen? De psycholoog zei tegen mama dat Felix problemen had in de sociale omgang met de mensen en dat hij gebreken vertoonde in de communicatie met anderen.

Snap jij het nog? Omdat de mensen liegen en draaien en verliefd zijn op seks en macht en geld in plaats van zich bezig te houden met wezenlijke zaken als hun kinderen, welzijn van de aarde en eerlijkere verdeling van welvaart of noem maar iets, en zich stevig en sterk en geaard en geestelijk gevoed voelen, zijn mensen als ik, die proberen zo dicht als mogelijk bij zichzelf te blijven, die zo min mogelijk mens, dier en aarde proberen te schaden door hun acties, die niet konkelen en draaien, die dingen voelen vóór de mensen ze voelen (omdat de mensen te veel met andere triviale dingen bezig zijn en daardoor veel te weinig aandacht overhouden om stemmingen te voelen of verbanden te zien, ja heus!) dus gek en beperkt en gestoord en bovenal: niet de moeite van het begrijpen waard. Felix heeft een beperking en Felix is irritant en brutaal en Felix is bot en vertoont gestoord gedrag. Recht door zee (zie je me gaan op mijn speedboot, recht door zee ga ik!) is voor er mensen beperkt en gestoord.

Oma zegt dat mijn gave is dat ik een kanarie in de kolenmijn ben. De kanaries gingen vroeger in kooitjes mee de mijnen in en als ze stierven dan wisten de mijnwerkers dat ze heel hard moesten hollen voor het gif dat was vrijgekomen. De vogels waren veel gevoeliger voor de vluchtige gassen dan de mensen. Ik weet, omdat ik weet dat ik geen vogel ben en oma me heeft verteld dat veel communicatie overdrachtelijk is en er met veel woorden iets anders wordt bedoeld, soort van net zoals met alle communicatie van de mensen, dat ze bedoelt dat ik door mijn andere blik dingen waarneem die anderen niet of minder waarnemen.

Ik zie dat niet als gave. Jij kan dat ook. Luister naar anderen. Luister écht. Vraag door. Vraag wat ze écht voelen en denken en willen. Praat niet in tongen (die is leuk, vind ik, net als Harry Potter deed, weet je nog?), zeg wat je denkt. Wat je wilt. En kijk eens wat meer, roep wat minder. Je zult zien dat je dan tijd en (vooral) aandacht overhoudt om de wereld beter te begrijpen. Niet de wereld van blabla. Wel de wereld die je alleen kunt waarnemen als je stil bent.

Maar ik vermoed dat niemand graag de kanarie in de kolenmijn wil zijn. Niemand wil opgeofferd worden om zelf verrijkende, ruziemakende, vingerwijzende, schreeuwende anderen met te grote onderbuiken te redden.

Maar iemand moet het doen. Iemand moet het doen. Laat mij die verdomde kanarie dan maar zijn.