Lozgezongen

De eerste keer dat ik merkte dat ik niet meer jong was bracht me van slag. Ik had een herinnering, een zoete, en probeerde haar te plaatsen. Hoe doe jij dat, hoe gaat dat bij jou? Ik moet nadenken hoe dat bij mij gaat – het is een haast onbewust proces, is het niet.

Ik stel me zo voor dat ik met geloken ogen me heb laten omvatten door de herinnering, het gevoel, de geur die iets oproept en die vervolgens sterker wordt omdat ik hem of haar voed, zoals dat doorgaans gaat bij iets wat je aandacht geeft. Ik stel me zo voor dat ik wachtte op een omslagpunt, op het moment dat de losse flard die me vulde met een warmte die hintte naar een plezant beleefd moment ergens, ooit, overdrachtelijk zou terugreizen in de tijd, een connectie zou maken met de bron om vervolgens naar mij terug te reizen met de goede mare.

Ik stel me zoiets voor omdat ik niet heel zeker weet hoe het werkt, hoe hard ik ook mijn ogen sluit of mijn voelsprieten uitrol. Ik weet alleen dat het opgaan in zo’n moment altijd werd gevolgd door duiding. Ontlading, catharsis.

Maar het gebeurde niet. Ik zat daar maar, raakte gefrustreerd omdat ik wel werd omkapseld door de warmte van de herinnering, maar mijn pogingen de oorsprong van dat blije je ne sais quoi gevoel te vinden mislukten allemaal. Ik zat opgezadeld met een ontaarde herinnering, niet in de zin van gedegenereerd, wel in de zin van zonder vaste grond. De herinnering was los komen te staan van het moment waaraan zij tot nu toe gekoppeld was, dat ene punt in mijn verleden dat mij blijkbaar zo had weten te bekoren dat ik er een heuse herinnering van had gemaakt. Ik was dat moment kwijt, de verbinding tussen vroeger en nu was weg, verloren. De herinnering die mij vroeger, met een beetje aandacht, zou hebben teruggebracht naar toen, was niet meer dan een efemeer gevoel, zonder duidelijke basis. Een losgezongen herinnering.

Dit is ouderdom, dacht ik, hier heb ik je beet. Stukje bij beetje stapelen de jaren zich op en zakt het gebouw door zijn voegen. Te veel gewicht om mee te torsen, niet gek dat er gaten en kieren ontstaan. Ingezakte delen. Sommige huizen zijn steviger dan anderen, sommige huizen zakken eenzijdig door, anderen onzichtbaar voor het blote oog terwijl van binnen het fundament langzaam instort. Soms kun je wat stutten, hersenkrakers als planken en palen, aromatherapie voor de grijze massa. Maar we storten allemaal in, nietwaar. Uiteindelijk storten we allemaal genadeloos in.

Ik voelde me gefragmenteerd, alsof ik was opgedeeld in een vroegere ik en een huidige ik, alsof ik was los komen te staan van mezelf. Heel prettig vond ik dat niet, ik wilde de oorsprong van het zoete gevoel weer ervaren, zoals ik altijd had gekund, maar hoe hard ik ook probeerde, ik was ervan afgesneden. Voor altijd. De herinnering was nu alleen.

De zoete geur van verlangen en nostalgie die het gevoel van herinneren kenmerken waren echter onverminderd sterk. Het was een geur geweest die de herinnering had getriggerd, heel gebruikelijk bij mij. Die geur bracht beelden, flarden, een fijn gevoel. Ik weet niet meer waar, waarom en wanneer maar het fijne gevoel is er nog steeds als ik die geur ruik.

Zal het later zo gaan en voelen met nog veel meer herinneringen? Laat het zo zijn, laat het mij niet bevrezen, laat het zoete overheersen. Laat mij als mijn tijd komt wegzinken in losgezongen, plezante herinneringen die als feeërieke melodieën in mijn hoofd dansen, zonder oorsprong, zonder bron maar met precies de juiste dosis weemoed.