Pornoking

Toen mijn boek Verloren taal een uitgever had gevonden (eind 2015) heb ik geprobeerd contact te leggen met Antonin Kratochvil, de man met wie mijn vader in 1969 uit Tsjechoslowakije vluchtte (nou ja, ze kwamen elkaar tegen in Traiskirchen, een vluchtelingenkamp in Oostenrijk en van daaruit namen ze samen de benen). Antonin, door mijn vader Pornoking genoemd omdat ie begin jaren 80 voor blootblaadjes vrouwen fotografeerde, bleef niet een paar jaar plakken in Nederland, zoals mijn vader, maar ging vrij snel door naar de Verenigde Staten, waar ook mijn vader in 1981 naartoe verhuisde.

Ik kreeg Antonin niet te pakken, kwam niet verder dan de secretaresses en assistenten van het beroemde VII agentschap, die mij keer op keer van alles toezegden maar nooit in contact met Kratochvil brachten. De man was onbereikbaar, een onneembaar fort. In de 35 jaar die hij als fotograaf aan de weg had getimmerd was hij zó beroemd geworden dat ik, de dochter van zijn vluchtmaatje, hem niet kon benaderen en hem dus niet om toestemming kon vragen voor het plaatsen van een foto van zijn hand in mijn boek Verloren taal. Die foto staat er nu in zónder zijn toestemming. Lekker puh.

Aangezien ik in de opstart van een nieuw boek vaak wat loop te zwabberen (ja ook nu ja), nog niet een echte focus heb gevonden zeg maar, zat ik wat foto’s op internet te bekijken. Ik zag een prachtige foto van David Bowie en eentje van Liv Tyler, allebei door Antonin geschoten en zwabberde zo via klikklikklik door naar een artikel van vorig jaar juli. Mijn pyjamabroek zakte er bijna van af – Antonin had stilletjes ontslag genomen bij het foto-agentschap, VII, dat hij zelf nota bene had opgericht! Een heuse #metoo, een lange lijst beschuldigingen hing als een onverkwikkelijke gifwolk om hem heen. Een vrouw vertelde hoe hij zijn hand van achteren tussen haar billen had gestoken, verder en verder tot hij bij haar vagina was aangekomen. Daar was de hand een paar seconden blijven liggen, tot de vrouw was weggelopen.

Ik denk aan Pornoking, hoe mijn vader en hij elkaar met “ty vole” aanspraken (“jij os”, maar eigenlijk gewoon “dude”), hoe hij seksistische opmerkingen tot het nieuwe normaal had verheven (denk eraan: ik was negen toen ik hem voor het laatst zag, denk ik, en ik herinner me hoe hij over vrouwen sprak én dat hij heel erg van mooie vrouwen hield, en ik herinner mij de zomervakanties in Californië bij mijn vader en stiefmoeder en dat hij dan belde en dat ik mijn vader dan heel raar Tsjechisch hoorde spreken) en kom tot de conclusie dat ik niet verbaasd ben over de aantijgingen en ze zelfs al voor waar aanneem.