Nostalgie – Never Tear Us Apart

Mijn zoon gaat naar de tweede van de middelbare. Het brengt zoveel herinneringen naar boven, soms voelt het of ik overspoeld word door weemoed en nostalgie – heimwee naar een verleden dat gerijpt is door tijd en na al die jaren extra glans en gloed heeft gekregen. Dan zie ik mijn jeugd in de jaren tachtig van de vorige eeuw alsof het polaroidfoto’s zijn, alsof het de kiekjes uit het album zijn dat mijn stiefmoeder voor me samenstelde van mijn eerste bezoek aan haar en mijn vader in 1981. Beelden die aan de rand gerafeld zijn. Overbelichte en vervaagde beelden. Een oranjegele gloed.

Ik weet dat tijd herinneringen verandert, dat herinneringen niet statisch zijn, dat ze kunnen meeveranderen met omstandigheden, dat iemand je herinneringen kan aanpraten en dat je dan kunt denken dat je het echt zo hebt ervaren. Zo heb ik herinneringen waarvan ik zeker weet dat ik ze heb door de verhalen van anderen. En toch zijn ze nu van mij. Ik weet ook dat de jaren tachtig niet prachtig waren. Mijn vader ging dood in de jaren tachtig en na 1988 is mijn leven nooit meer hetzelfde geworden. Ik werd teruggetrokken, mijn puberteit staakte, ik werd dik en depressief. Niet leuk.

Maar als ik aan de jaren 80 denk dan denk ik niet aan mijn pijn en het bodemloze en hulpeloze gevoel dat ik toen had. Ik denk aan mijn vriendinnetje T en hoe we als Cyndi Lauper en Madonna uitgedost de straat opgingen en te maken kregen met een potloodventer. Ik kom nog regelmatig in die buurt en er hangt daar helemaal geen oranje waas en toch zie ik die kleur als ik aan dat voorval denk. Ik vond het ook niet leuk om de stijve piemel van de man te zien. En toch word ik nostalgisch als ik er 34 jaar later aan denk.

Ik weet nog dat ik in Praag was, toen het nog duister en grauw daar was en toen de mensen alleen achter de voordeuren uitbundig durfden te leven. Ik was hevig verliefd op een klasgenoot en zwolg in dat gevoel van verbondenheid en missen. In gedachten is die week daar omgeven door witte mist. Ik zie mezelf aan de Moldau waar een drietal violisten op leeftijd in de vroege ochtend een droef en melancholisch wijsje spelen, ik zie mezelf op de Karelsbrug, een waterig zonnetje hoog in de hemel. Mijn donkere lange haren dramatisch wapperend in de wind. De kenner herkent het liedje dat vervlochten is met mijn werkelijkheid, eclectisch shoppen tussen feit en fictie. De clip kwam een paar maanden later uit. Ik heb het opgezocht.

Ik voel een saudade voor die vervlogen tijden die niet rijmt met de werkelijkheid van toen. Ik weet dat het betekent dat ik niet meer jong ben en het voelt goed. Het is goed zo.

Mijn zoon zegt dat hij ook weemoed voelt naar vroeger als ik hem naar zijn herinneringen vraag. Waar word je dan weemoedig van, vraag ik. Naar de tweede game van Harry Potter, zegt hij. Ik mis die game zo. Ik voel nog hoe de gameplay was, hoe mijn vingers over het toetsenbord raasden. Ik mis het gevoel van het vliegen op Scheurbek, het vechten met de Dementors.

Ik moet gniffelen. Zijn jaren 0 zijn nu al als mijn jaren 80. Omgeven door een gouden (of oranjegele) morgengloed.