Waargebeurd. Invoelbaar. Enz.

Stel. Je schrijft een boek. Of jij dan de schrijver bent of niet is even onbelangrijk. Dat boek vindt een potentiële uitgever. Je hebt een gesprek.

Jullie praten over het boek en je vraagt je af wanneer de olifantindekamervraag gesteld gaat worden. Dat blijkt na 6.5 minuut. Na zes en een halve minuut vraagt de uitgever of het autobiografisch is, je boek. Waargebeurd. Je vraagt hem op jouw beurt of dat ertoe doet. Of het uitmaakt voor het verhaal. De uitgever denkt even na en schudt zijn hoofd. Antwoordt nee. Maar, zegt hij, het is wel wat verkoopt. Waargebeurd en kloppend. Dat je je als lezer in kunt leven, meeleven met de hoofdpersoon en zodoende mee wordt gesleept en verder wilt lezen. Dat het geloofwaardig is. Of dat je kunt gruwelen om het leed wat beschreven wordt, lekker veilig vanaf je klippanbankje of je jan des Bouvrieleunstoel. Over Holleeder, een bn’er met een cokeverslaving. Seksverslaving. Jouw gesublimeerde ellende. Iets. Ramptoerisme maar dan in de literatuur. Gluren bij de buren met letters.

Dus, wil de uitgever weten, wat is waargebeurd? Je kent me net, zeg je, het is nogal wat om te vragen of ik een abortus heb gehad of een psychose. Doe je dat normaal ook tijdens een eerste kennismaking? Het is maar goed dat dit geen date is, grap je maar je lacht er niet bij.

Geloofwaardig, dat moet het tegenwoordig zijn. Of het moet zo overthetop zijn dat zelfs een blind paard ziet dat het absurdistisch of bovennatuurlijk is, maar dan wordt het doorgaans geen literatuur genoemd. Dan verdwijn je in het genrehoekje en moet je concurreren met boeken over elfen en hobbits.

Wat is dat voor larie dat een hoofdpersonage invoelbaar moet zijn, waarom moet je altijd maar meeleven? Wat is er mis met een beetje moeite doen voor een boek? Waarom kun je niet op dat vieze bankje of glimmende leunstoeltje zitten schelden op de hoofdpersoon, zo van: hysterisch wijf, kouwe kikker, waarom doe je toch zo stom? Als je een film kijkt en een karakter is onaangenaam dan druk je toch ook niet meteen op stop? Ik snap dat je op den duur iets wilt begrijpen, snappen van de gedachtes en acties van een hoofdpersoon, maar dat zo’n persoon nooit je beste vriend zal worden en dat je hem zelfs wilt slaan is toch geen probleem? Dat maakt een boek toch niet slecht?

Onderkoeld en tussen de regels, daar veeg jij je gat mee af. Je vindt dat nieuweklerenvandekeizerschrijven.

Nee, van jou mag het best vlammen en hoog opspatten en je houdt ook van bijvoegelijke naamwoorden en lange zinnen en bijzinnen en meanderende spanningsbogen en vindt ook dat literatuur niet enkel ter vermaak hoeft te dienen en wat je ook kunt waarderen is dat er, zeg halverwege, een kuub spreeuwen uit de lucht lazert en dat dat dan normaal is en geen haan er naar kraait. Nee nu niet gelijk wegzetten als genreschrijven of barok of wat dan ook. Niet alles geloven wat de heersende opinie voorschrijft. Ook ongeloofwaardige woorden kunnen mooi zijn en tot de verbeelding spreken. Juist, zelfs, vind jij, maar je lijkt een roepende in de woestijn.

De uitgever heeft al een poosje niks meer gezegd. Als je de spreeuwen als voorbeeld noemt zie je hem friemelen aan zijn trouwring. Arme man, die zit nu opgezadeld met een weerbarstige schrijfster die verhalen schrijft die misschien waar zijn maar misschien ook niet. Een verhaal aflevert waarin veel feiten kloppen maar ineens niet een maar zelfs twee mensen niet-bestaande mensen zien!

Hij zou haar zo graag willen vertellen dat het loont om waarheidsgetrouw te schrijven, dicht bij jezelf te blijven, klein en ingetogen. Meeslepend maar met geen woord te veel. Niet dat exuberante stapelen van emoties waar jij zo bedreven in bent. Vooral geen dooie spreeuwen! Niet praten met niet bestaande personen, zeker niet als het verzonnen is. Misschien de hoofdpersoon iets minder raar en wat meer invoelbaar maken. Nee, bij jou is alles flauw gedoe – wat de lezer maar verward en geïrriteerd achterlaat. Zo wordt het nooit wat met jou.

Je hoort hem denken: wat zonde dat je dit met je schrijftalent doet. Doe toch eens normaal. Ga een reeks schrijven, misschien moet je weer terug naar non-fictie, je bent toch journalist? En je moet grinniken. Je gaat nog heel lang door met je onzin, ook al verkoop je maar 28 boeken en word je nooit beroemd.