Levenloze voorwerpen

Ik had het hele schaaltje op een na leeggegeten; behoorlijk gedachteloos moet ik er tot mijn schaamte aan toevoegen, niet elke hap koesterend zoals ik op de cursus mindful eten had geleerd. Bij de laatste framboos werd ik me pas bewust dat er nog maar eentje was. Het was toen dat ik hardop het gesprek aanging. Met de framboos, dus.

‘Ik ga jou oppeuzelen en ik hoop dat je me niet gaat teleurstellen, vriend.’
Framboos zei niks. Lag daar maar wat te liggen.
‘Ik ga het doen, hoor. Je hebt nu nog een kans me ervan te overtuigen dat ik je moet laten liggen. Zeg het maar.’
Hij zei nog steeds niks. Ik nam hem niks kwalijk. Een framboos kan immers doorgaans niet praten.
‘Zeg, joehoe, ik heb het tegen jou, meg je rode bolletjestrui. Ben jij een sappig framboosje of ben je zo’n zure hap? Waag het niet zo’n zure hap te zijn. Niemand wil een vieze framboos, zeker niet als het ook nog de laatste is.’

Het kreng hield nog steeds zijn mond. Ik begon er het mijne van te vinden, ondanks het feit dat frambozen doorgaans niet praten. Met veel misbaar stopte ik hem in mijn mond. Het moment dat framboos mijn tong raakte wist ik dat hij, had hij gekund, in lachen was uitgebarsten. Het was geen sappig framboosje. Ook geen zuur framboosje. Ik had een verrot framboosje in mijn mond en ik wist niet hoe snel ik hem moest uitspugen.

‘Lekker dan, had je dat niet even kunnen zegg….’ Het was hier dat ik doorkreeg dat ik met een levenloos voorwerp sprak. ‘Sprak’, want die krengen zeggen nooit wat terug. Ze zijn nog stiller dan huisdieren, je hebt er niks aan. Ik dacht aan mijn psychiater die jaren terug eens aan me had gevraagd of ik met dingen sprak en ik had hem aangekeken en mijn hoofd geschud. Misschien had ik gelachen- welke gek spreekt er nou met spullen die niet terug kunnen spreken. Waarschijnlijk had ik toen ook al met de levenloze broertjes en zusjes van framboos gesproken maar nog volledig onbewust.

Ik vroeg me af of ik nu gekker dan eerst was, maar besloot dat dat onzin was. Ik was nog net zo gek, alleen nu wat bewuster van de rafelrandjes en dode hoeken van mijn karakter. Boeien.