Nieuw boek

Of ik al met een nieuw boek ben begonnen, vroeg iemand me onlangs. De vraag overviel me. Nee, natuurlijk niet, had ik geantwoord. Het feit dat ik er net een af heb betekent niet dat ik gelijk doorrol naar het volgende. Zo werkt dat niet bij mij.

Bij anderen wel, zei de ander. Ja, bij anderen wel, had ik geantwoord. Maar bij mij dus niet. Ik zit momenteel in de ontkennende fase, het liefst lazer ik het manuscript van dit boek in een lade van een bureau, of nog beter: ontken ik het bestaan ervan, maar dan nog ben ik niet leeg genoeg van binnen om aan een nieuw avontuur te beginnen.

Maar als je het bestaan van dat oude manuscript ontkent, zei de ander, dan ben je toch in feite leeg, klaar om je te richten op nieuw avontuur?

Nee, zei ik. Ik ben nog niet leeg, ik meen het. Ik droom nog van dit boek, de hoofdpersoon is nog niet weggesleten, er zijn nog open zenuwuiteinden, gedachten die eerst moeten vervliegen. Pas dan is er ruimte voor iets nieuws.

En wat doe je dan nu? Vroeg de ander. Nou, weinig, zei ik. Vandaag heb ik de mieren op de campingtafel geobserveerd, wat een boeiende beestjes zijn dat. Gisteren deed ik bijvoorbeeld helemaal niks.

Lijkt me vermoeiend, zei de ander. Echt, lijkt me doodvermoeiend om zo te zijn.

Ja, vertel mij wat, zei ik. Ik moet er dagelijks mee leven.