Ga nooit dichten

Doe niet aan dichten, doe het niet.

Dichten is voor jongens en meisjes met levensangst.

Dichten is voor mensen die taal niet op zinsniveau kunnen beleven.
Voor mensen die woorden kielhalen en vierendelen.

Die je willen laten geloven dat een woord oneindig rekbaar is.
Die denken dat het geheim van perfectie in een paar letters op een petrischaaltje besloten ligt.

Die een woord overrijden van tomaat tot sap en dan diepzinnig en opgewonden het resultaat aanschouwen.
Die zeggen dat de tomaat herrezen is, als een liquide feniks herboren, die zeggen dat de tomaat een lelijk ding is en dat het sap nog steeds een tomaat is.

Word geen dichter! Doe het niet.

Dichten is voor mensen die bang zijn om te leven.
Die circle jerkend elkaar de maat nemen over de essentie van een letter.

Close readen van gedichten is voor de mens die structureel tekortkomt. Die geen geld voor Netflix heeft, of voor een patatje oorlog bij de snackbar om de hoek.

Ik stel me de dichter voor op zijn zolderkamer. Zwoegend op twaalf woorden en waar hij de komma plaatsen moet. De dichter doet een nacht over die ene levensbepalende punt.

Wees geen dichter! Doe het niet.

Maar dan komt de bundel uit en slaapt de dichter dagen slecht: hoe wordt hij ontvangen? Hoe goed wordt hij verkocht?

Het verlossende woord komt maanden later: 31 verkochte exemplaren, de 19 door de dichter zelfgekochte bundeltjes met slappe kaft reeds meegerekend.

De dichter kruipt in bed die nacht en piekert zich een ongeluk: wie waren de 12 mensen die voor zijn eenzaamheid betaalden? Als hij in slaap valt weet hij het: het waren zijn mama en haar dichtersclub.

Ga nooit dichten! Doe het niet!