Terug naar school

Voordat we een gesprek op de school waar mijn zoon volgend jaar naartoe gaat zouden hebben, moesten we eerst zijn broertje afzetten bij de bioscoop op het Hereplein. Natuurlijk waren we te laat, dus iedereen zat al in de zaal instructies aan te horen van een mevrouw van de bioscoop toen wij (het kind fris en fruitig, ik bezweet en hijgend) de grote zware bioscoopdeuren openbeukten. Oeps, ja hallo dag mensen. We kregen nog een staartje verboden/geboden mee. ‘Niet praten tijdens de voorstelling. Niet tegen de stoel voor je schoppen. Niet op de vloer stampen.’ Mijn kind zag een vriendje, holde de donkere zaal in en de mevrouw van de bioscoop hield even op met zeggen wat er allemaal niet mocht om hem welkom te heten. Gauw taaide ik af.

Op de nieuwe middelbare school aangekomen voelde ik de zenuwen door mijn lijf gieren. Ik wist niet waarom we dit gesprek hadden (was hij voorlopig geplaatst en waren we hier om door de ballotage te komen of was het een kennismaking?). Of er ook een andere reden voor mijn zenuwen was wist ik niet zeker. Ik vermoedde dat een en ander lag aan het feit dat dit mijn oude school was. Ik was net hetzelfde gebouw ingestapt dat ik meer dan 27 jaar geleden voor het laatst had verlaten. Ik wist dat er zelfs nog antieke vintage old school leraren rondliepen, van back in the day toen ik nog jong en bekommerd was. Ik verwachtte elk moment zo’n docent de hoek om te zien komen, hippe rollators in reumatische knuisten, ogen door staar aangetast. Het gebouw rook nog hetzelfde: naar puberteit. Ik hoef denk ik niet uit te leggen hoe puberteit ruikt, maar voor die enkeling die het niet meer weet zal ik over mijn hart strijken en toch een poging wagen: penetrante zweetlucht met een boventoon van verwachtingsvolle tot extreem behoeftige hormonen, afgetopt met een stevige vleug angst. Er zat een leuk groen kleurtje op de muren, in de hal was een mini-tentoonstellinkje van de modellen die leerlingen in de bouwkundeperiode hadden gemaakt. Ik herinnerde mij die lessen en voelde nu naast de zenuwen ook weemoed.

Die zenuwen, ik kon ze niet goed verklaren. Was ik bang om daadwerkelijk een oud-leerkracht te treffen die mij dan in nabijheid van man en kind na bijna 30 jaar nog even de les zou lezen? Nee, ik kan dat aan en laat maar komen, ik ben nog steeds fruitiger dan de geriatrische onderwijsposse. Vond ik het eng om nu als ouder hier te staan? Ook niet. Ik vind het weliswaar een wat merkwaardig idee dat ik nu middelbaar ben, u weet nog: jong van geest en alles, maar ik voel mij zeer zeker ouder van dit kind. Het antwoord diende zich aan tijdens het gesprek, toen een van de aanwezige docenten mijn zenuwen wegnam over het doel van deze bijeenkomst. Mijn zoon was gewoon aangenomen, ze wilden alleen alle aanstaande kinderen een keer gezien hebben voor de zomer. Ik moest bijna huilen van opluchting en realiseerde me toen dat het ook die onderliggende laag van angst had weggenomen. Het had niks met mijn schooltijd te maken gehad en alles met het fiasco van een paar jaar geleden, toen beide kinderen naar de basisschool van hetzelfde type wilden, ik gesprek op gesprek had gevoerd met de directeur, de jongens een paar dagen hadden meegelopen en alles in kannen en kruiken leek tot we te horen kregen dat ze werden geweigerd omdat ze er volgens de almachtige directeur ‘niet pasten’.
Mijn andere zoon zou ‘te mateloos’ zijn; daar hadden ze moeite mee. Het betreffende kind is zeker enthousiast, bewegelijk en praat veel, maar mateloos is hij niet. Bovendien vind ik ‘mateloos’ een van de meest curieuze redenen om iemand te weigeren, ‘harteloos’ zou ik het willen noemen. Het was een stevige kater voor ons geweest, niet in de laatste plaats voor het duo schorrie en morrie.

Nu stond dit gesprek gepland en ik was onbewust bang geweest voor weer zo’n ‘afwijzing’. Ik realiseer mij dat u nu wellicht zult roepen wat mijn nageslacht überhaupt nog op zo’n dedaigneuze school te zoeken heeft, maar dat is een ander stukje en ik leg het u graag uit, alleen niet nu.

Toen we buiten stonden voelde ik de spanning in mijn nekspieren.Toen ik thuiskwam voelde ik hoe mijn oogleden op mijn knieën hingen. Ik was hondsmoe, maar blij dat het nu klaar was en ook dat ik, soort van laat maar beter laat dan nooit, niet waar, wist waarom ik al die tijd zo strakgespannen had gestaan. Ik viel in slaap en droomde van vroeger, van de school waar het naar puberhormonen had geroken en waar ik voor het eerst verliefd was geworden.