Bronja de narrige vergelijkkleuter

Dat narrige, ontevreden vergelijken met anderen wat ik stiekem nog wel eens placht te doen op onbewaakte momenten: ik wou dat ik daar eens mee ophield. Ik doel nu op schrijven en dan vergelijken met mensen die meer hebben bereikt, beter verkopen, boekcontracten aangeboden krijgen, maar toch vooral vergelijken met die schrijfbeesten die wel goed op een podium staan, om zodoende ergens opnieuw gevraagd te worden in plaats van nooit meer uitgenodigd worden omdat de mensen nou eenmaal liever luisteren naar de entertainer met een goed verhaal dan naar de misplaatste teksten van een vreemdsoortig type als ik. O ja, ook vergelijken met die schrijvers die allerhande literaire veren in hun reet gestoken krijgen (en niet nog immer lijden onder de deprimerende woorden van de Letterenfondsgoden dat het van bedroevend literair niveau is wat ik neerkalk hier en daar).

Je bent het zo zat, dat vergelijken. Aan het eind van zo’n sessie kom je er ook nooit blijer uit, hè, dus waarom stop je er dan al die tijd in? Wat is het nut in lezen dat iemand gortdroog en heerlijk onverbloemd schrijft en dat jij dan als een sikkeneurige mokkende peuter dit gelijk weer op jezelf betrekt? Je weet heel goed dat je je eigen pad te bewandelen hebt. Dat je beter kunt nadenken wat je wilt, waar je heen wilt, wat je eventueel kan verbeteren en hoe je dat zou moeten aanpakken. Terwijl jij hierover nadenkt komt er weer een bericht voorbij van een leuk literair evenementje waar jij niet wordt uitgenodigd en voor je het doorhebt zit je alweer mijlenver van het constructieve spoor. Je zen is gevlogen, je chakra’s jeuken en je weet niet of je moet stoppen met schrijven of gewoon maar moet ophouden van jezelf een natural born performer te willen maken terwijl iedereen inmiddels wel weet dat je vooral leuk bent als je thuis zit en je teksten schrijft en niemand je voor de honderdste keer ziet struikelen, en minder als je onbedoeld grappig de mist in gaat achter zo’n predikerscatheder. Als je de microfoon weer eens opeet, je bier omflikkert, de hele tijd kut roept omdat iets misgaat en de verkeerde teksten van een veel te klein scherm voorleest, onderwijl niet de zaal inkijken natuurlijk, omdat je printer op zolder staat en je te lam bent die paar stappen naar boven te zetten.

Bovenstaande alinea gaat natuurlijk over mijzelf, dan kan ik wel de tweede persoon enkelvoud aanwenden, maar geen hond die daar intrapt. Ik moet maar accepteren dat ik ben wie ik ben. Doorgaans gaat dat ook prima, soms gaat het even ronduit kut. Ik ben daar maar eerlijk over. Ik ben geen netwerker. Ik ben geen kroegtijger. Ik ben geen burleske kitten die zwoel een microfoon hanteert. Ik ben überhaupt niet iemand die je uit haar natuurlijke habitat moet halen, uitzonderingen daargelaten (paaien met gratis massages en drank en lange diepzinnige gesprekken helpt).

Ik schrijf wel, oké?, en daar houd ik het verder bij. Ik blijf schrijven ook al haakt iedereen af. Ik ga niet met mezelf leuren. Mijn podiumact bewaar ik voortaan voor mijn spiegel.