Anděl

Samen in de laatste metro naar Anděl. Hij stond erop mij naar huis te vergezellen, ‘andere kant stad of niet.’ Onze achternamen lijken op elkaar, hij vindt mij blijkbaar leuk en ik waardeer zijn aanwezigheid en vasthoudendheid. Hij praat Tsjechisch tegen me, ik struikel over naamvallen en onbekende woorden, antwoord waar ik kan in de langue local, aangevuld met beneveld Engels. Dan een bus die langzaam deze heuvel die uitkijkt over Praag ophobbelt.

‘Můžu jít s tebou?’ vraagt hij als we bij mijn halte aankomen. Ik schud mijn hoofd.
‘Ne, lépe ne.’

Het is twee uur ‘s nachts als ik hem omarm en het laatste stukje berg alleen opklauter. Hij blijft zitten in een bus die de volgende halte zijn eindpunt heeft bereikt. Ik weet niet waar Martin woont, wel dat hij een eind van huis is.