(O)verleden

De kist is gesloten. Gelukkig, denk je. Welk weldenkend mens wil nou dood en opgebaard tussen een paar planken liggen, waar iedereen zich jouw doodsmasker (aangevuld met post-mortale make-up bedoeld om de voyeurs de illusie te geven dat je vredig bent gegaan) herinneren en dit laatste eenzijdige beeld meenemen in een toekomst waar jij geen deel meer van zal uitmaken. Alsof alle gedeelde momenten, jaren van oorlog en vrede, met een knip van een paar vingers, een lange blik op een zielloos lichaam in een wilgentenenkist, uitgewist worden.

Nee, het is beter dat de kist dicht is. Je herinnert je deze vrouw liever zoals ze was bij leven, omringd door de zwarte sluier van verleden, holocaust, Hitler en vervolging. Je weet nog hoe je jaren geleden haar woonkamer voor het eerst binnenstapte en de zware geur van oude boeken rook. Alsof je in een antiquariaat stond, die muskuslucht, die aardse ondertonen van knisperend bederf. Je dacht aan je astmamedicatie, maakte een mentale notitie dat je haar altijd mee moest nemen als je het huis van deze vrouw bezocht.

De vrouw heeft geen vrolijk boek in haar huis, dacht je toen je langs de lange kasten liep en de kaften inspecteerde. Alles betrof oorlog en alles was donker. Je voelde de aandrang de clown uit te hangen, zomeradem in de stilstaande lucht te blazen, zodat iets, wat dan ook, zou stromen, maar dat was ook maar een reflex. Dit is wie ze is, een vrouw die leeft in het verleden. Wie ben jij om dat te willen veranderen. Je weet nog goed dat je dat toen dacht.

En nu is ze dood en ligt ze in haar gesloten kist van wilgentenen, ook nu omringd door haar boeken en sjaaltjes en met bloemen en steentjes op het dak dat haar lichaam afschermt van het heden en van ons, de toekomst. Haar zoon zegt Kaddisj, nog even en dan behoort ook zijzelf tot het verleden.