Eenzaamheid

Zonder te veel in navelstaarderij te willen vervallen -wat een godsgeschenk is dat ouder worden, hoe ouder ik word hoe minder ik die deprimerende behoefte voel- wil ik toch in navelstaarderij vervallen en met jullie delen tot welke realisatie ik onlangs kwam.

Niet plots, het was een geleidelijk proces, ik voelde de tandwielen langzaam voortbewegen in mijn hoofd, van tand naar tand naar tand, maar ineens was daar het even simpele als wonderbaarlijke en logische eindpunt: het gevoel van eenzaamheid dat ik al mijn hele leven heb, zit in mij besloten. Het is van mij, het is niet de schuld van anderen en het is ook geen gebrek aan liefde, contact, uitdaging en intimiteit, want deze zijn allemaal in wisselende hoeveelheden in mijn leven aanwezig geweest. Ik word geliefd, er zijn mensen die om mij geven, die het fijn vinden in mijn buurt te zijn. Mijn existentiële eenzaamheid is er altijd, maar is dragelijker als ik mij openstel voor sommige anderen, iets dat niet zomaar gaat in mijn geval, maar ik leer nog steeds.

Eenzaamheid ligt op het nachtkastje op mij te wachten, als een oude vriendin waar je welkom bent met je rothumeur en boeren bij mag laten en de slappe lach mee kan hebben tot je ervan moet kotsen. Zij kent mij, en ik haar en ik geniet altijd van haar nabijheid, maar ik kende Eenzaamheid nooit goed genoeg omdat ik haar afhield, bang voor een bodemloze diepte, een zwart gat en dat ik dan niet meer mijn weg omhoog wist te vinden. Ik was bang dat het zwart me zou omvatten.

In mijn puberteit was de eenzaamheid sterk, maar ook erna voelde het of de dark side me voor zich wilde winnen. Ik weet nu dat het zinloos is me ertegen te verzetten, dat die eenzaamheid oké is en bij mij hoort.
Ik wilde er zo graag bij horen, mijn hele leven wilde ik bij mensen horen waar ik me niet op mijn gemak bij voelde en dat verergerde die eenzaamheid weer. Dan stond ik op een feestje en kon ik alleen maar denken dat ik weg wilde, onder de mensen was ik, maar zo eenzaam dat het pijn deed. Dan keek ik om me heen en dacht: jullie zijn mensen, waarom voel ik geen nabijheid? Dat sommige mensen je eenzaamheid kunnen vergroten ondervond ik aan den lijve, maar het bewustzijn was er nog niet.

Vroeger op school: huilen als ik niet werd uitgenodigd op feestjes, omdat ik blijkbaar niet de goede kleren droeg of werd uitgelachen om mijn veel te korte haar. Hoe harder ik leed onder de kloof tussen mij en de mensen waar ik geen verbinding mee kreeg, hoe eenzamer ik werd, maar ik wilde zo graag bij die mensen horen die mijn eenzaamheid versterkten. Een wijze vrouw zei ooit: I guess you go too far when pianos try to be guitars en gelukkig ben ik in het bezit van een sterk karakter en iets dat op zelfliefde lijkt en voelde ik zodoende nooit de behoefte te veranderen om erbij te horen. Het maakte me verdrietig dat ik aan de zijlijn stond, maar blijkbaar niet genoeg om mezelf te verloochenen.

Ik was wel ziende blind voor mensen die misschien veel beter bij mij pasten: de andere Eenzamen, niet die mensen die hun lege binnenkant met mensen, spullen of spiritualiteit proberen te vullen, maar juist degenen die van zichzelf weten dat die eenzaamheid een kleed is dat nou eenmaal bij hen hoort, en die soort van losstaat van liefde lust verliefdheid en intimiteit. Die mensen met ook een oude bekende op hun nachtkastje. Die anderen die ook met een mantel zijn geboren.

Wat een openbaring! En wat een luxe, wat een genot dat ik ontdekt heb dat ik een radar blijk te hebben, een geheim oog die de Eenzamen spot, die anderen met hun kleed geweven uit eenzaamheidsdraad. Ik voel mij niet meer alleen, we zijn samen een eenzaamheidstapijt, een patchworkkleed van prachtige randfiguren.