Sterven zul je

Je denkt niet aan de dood tot de dokter zegt dat je kanker hebt en daarna vaker als je je zo ziek als een hond voelt door de chemo. Je had liever gehad dat je niet ziek was, maar daar heb je het: je bent doodziek, zeggen ze. Maar denk je dat je dood gaat? Hoe voelt dat eigenlijk, bijna dood zijn? Iedereen is wel eens ziek, kotsen doen we allemaal, maar hoe voelt het om bijna dood te zijn? Je bent het, bijna dood, en toch wil je niet sterven. Je wilt leven, het is het enige dat je kent.
Je hebt nog zoveel te doen, nu je bijna dood bent realiseer je ineens hoeveel. Als je gezond bent doe je maar wat. Misschien een doel hier of daar, maar grosso modo is er geen groter plan. Je ademt, poept en plast, eet en drinkt, bemint en kijkt naar Netflix, je gaat naar je werk en spreekt af met vrienden. Je leeft. Als je bijna dood bent is de vanzelfsprekendheid weg en nog steeds heb je geen idee wat het precies inhoudt: er straks niet meer zijn.

Je valt anderen lastig met je monomane behoefte gehoord te worden. Anderen luisteren naar je, zonder weerwoord laten ze je uren oreren. Je gaat immers dood, dat weegt zwaar. Je wilt een stempel drukken, iets achterlaten. Je wilt dat je leven betekenis had, dat mensen je hebben gekend. Niet vergeten worden, dat wil je.

Je neemt geen rust. Geen afscheid. Je stopt pas met praten en gehoord worden als je echt dood bent. Je hebt geen keuze, sterven ga je, zeggen ze, maar waar het op neerkomt is dat je liever was blijven leven.