Lege vlakte

Daar is het weer, die borrelende inspiratie die ik temper en terugduw tot het luikje zich weer sluit. De zelfcensuur waar ik een hekel aan heb, maar waar ik me aan vasthoud omdat ik de mensen om me heen niet wil kwetsen of in verlegenheid wil brengen. Ik gebruik geen namen van bekenden in mijn fictie, want ook al is alles bedacht, ik schijn daar mensen mee tegen het zere been te (kunnen) schoppen en ook al weet ik dat die reactie niet mijn ‘probleem’ is, trek ik het mij aan en zal geen personage in mijn verhalen ooit nog de naam van een bekende dragen tenzij ik weet dat het oké is. Ik kan je verzekeren dat ik de raarste namen verzon, Klaas-Douwe, Wilbert, Znežanka nog slechts de minst absurde, zolang ze voor mij maar niet bestaan. Ik schrijf niet over mijn moeder, mijn stiefvader, de vriend van mijn moeder, mijn broer, mijn schoonouders, de kinderen van de vriend van mijn moeder, de vriendin van mijn stiefvader, de ex die zich altijd in al mijn stukken herkent. Zoveel inspiratie en ik die en het luikje weer sluit. Misschien dat ik daarom zo vaak over mijn vader schrijf..Die is veilig weg en opgeborgen. Die kan niet meer reageren, zich niet meer beledigd voelen. Misschien zou hij bij leven nu wel tegen mij zeggen dat ik moet ophouden met mijn pathetische gedweep met hem, maar hij is dood dus het is hem niet gegeven.
Ik schrijf ook niet over mijn seksleven. Niet in het heden, in het verleden ook niet. Mijn moeder leest mee. Mijn broer. Mijn stiefvader. De vriend van mijn moeder. De kinderen van de vriend van mijn moeder. De vriendin van mijn stiefvader. De schoonzus van mijn stiefvader, de vriendin van mijn broer, de ex die zich altijd in mijn stukken herkent. Dat ik in de ogen van deze mensen het verhaal van mijn Italiaanse ex kan lezen, dat mijn kaken schaamrood zullen kleuren zonder dat ze een woord hebben doorgelaten. Dat wil ik hen besparen, maar ik vrees ook vooral mezelf. Ik wil niet dat iemand zich schaamt, geneert, ik wil niet dat ik met iemand afspreek en ik de olifant in de kamer voel rondbanjeren.

Wat is er voor nodig om dat los te laten?
Er is een leeg landschap dat ligt te wachten om bewerkt te worden, te worden geëegd, geploegd, gezaaid en geoogst; met wat bio-dynamische en creatieve landbouw ligt er inspiratie voor vele jaren die ik oversla om conflict te mijden, mensen te sparen, mensen niet te kwetsen of voor het hoofd te stoten en zonder kleerscheuren door het leven te hink stap springen.
Hoelang nog tot mijn veilige aarde uitgeput en bar is, opgebruikt?
Een maagdelijke vlakte. Wachtend op mijn komst. Grond die roept: kom kom, kom oud meisje: kom.