Eigenheid

Van de week scrolde ik door de teksten die ik het afgelopen jaar heb geschreven. Het viel mij op dat mijn vader een grote inspiratiebron bleek te zijn geweest en nog steeds is, want de bron is nog steeds niet opgedroogd. Ik was me daar niet per se van bewust. Een ander valt het vast sneller op dat bepaalde onderwerpen vaker terugkomen bij mij of willekeurig welke andere schrijver. Iemand vond het bijvoorbeeld nodig om mij nadat mijn boek Verloren taal uitkwam te laten weten dat ‘het vermarkten van mijn afkomst om geld te verdienen’ zeer onsmakelijk en treurig was. Ik vond het ook verdrietig, met name vanwege het feit dat ik er nul komma nul geld mee verdien, maar alle gekheid op een stokje, zo raar is het toch niet, dat een schrijver schrijft over hetgeen hij aanschouwt, beschouwt, voelt en hoort? Dat hij oeverloos dooremmert over zijn verlangens, over hetgeen hij mist, wenst en begeert? Niet gek dat mijn vader veel langskomt op mijn scherm, ik mis hem en hou hem een beetje levend door over hem te schrijven.

Nog zo eentje: dat je misschien ook aan de tekst zelf kan zien wie hem geschreven heeft, omdat bepaalde woorden en woordcombinaties de schrijver in kwestie als het ware verraden. Net als bij blind proeven zou je dan zonder de naam van de schrijver te zien zijn tekst uit een stapel kunnen plukken omdat hij bijvoorbeeld vaak ‘slappe lach’ schrijft, of ‘dedaigneus’, of een bepaalde stijl hanteert.

Ik heb wel eens geprobeerd te schrijven ‘als een ander’. Ik zag bij iemand een klein, breekbaar tekstje, minimaal en ongelooflijk lief. Ik sloot mijn ogen en probeerde een gevoel bij mezelf op te roepen dat zulke fragiliteit kon uitlokken in mijn hoofd, hart en vingertoppen. De tekst die ik vervolgens produceerde was zo diametraal tegenovergesteld aan hetgeen ik in gedachten had gehad dat het lachwekkend was. Toen ik het teruglas kreeg ik inderdaad de slappe lach. Ik ben blijkbaar niet te sturen, in mijn woont een onstuimige Ronja de Roversdochter die gewoon doet wat ze zelf wil, een Pippi die haar schrijfwereld in richt naar haar eigen zin. Ik zeg blijkbaar, want ik had mijn zelfopgelegde schrijfopdracht heel serieus genomen. Maar stiekem misschien toch niet; opstandigheid valt niet heel makkelijk uit te roeien. De tekst die ik had geschreven nadat ik mij intern klaar had gemaakt om broos en minimaal te schrijven, was moddervet, cynisch, met lange zinnen en bijzinnen, in niets de hippe uitgebeende tekst met gemiddeld 4,9 woorden per zin die zo schitterde in al zijn eenvoud waar ik van had gedacht: dit wil ik ook eens proberen.

Ach. Mijn dikke, emotionele drab komt vast nog wel eens in de mode (en voor de mensen die nu denken dat ik zielig ben: ga weg, u herkent toch wel een gebbetje!) en tot die tijd schrijf ik kwistig door over mijn vader, mijn liefdes, mijn onzekerheid, mijn woede en de wereld om mij heen. Hier in de samizdat, in de veiligheid van mijn sub rosa, zwaai ik welgemeend en liefdevol naar de puntige onderkoelde tekstjes van de literaire collega’s en wens ik iedereen, literair of niet, jong en oud, lelijk en bloedmooi en alles ertussenin een heerlijk 2018.

Een gedachte over “Eigenheid

  1. Pingback: Kerstwens | Kom, rijm

Reacties zijn gesloten.