De niet-zo mediageile schrijver

Voor een debuterend schrijver is het niet makkelijk om een plek te veroveren in het medialandschap. Om opgepikt, gerecenseerd, ad nauseam geïnterviewd, liefst bejubeld en bekroond te worden, zodat je niet een paar weken na je boekpresentatie naamloos en gedesillusioneerd in een roemloos gat zinkt.

Mijn boek schrijven was een hele klus, maar niets had me voorbereid op wat er daarna kwam. Debuteren doe je namelijk niet alleen met je boek, heb ik ontdekt. Je moet opvallen om je boek te promoten.

Het unique selling point van de schrijver lijkt vooral hijzelf te zijn, of beter nog: dat wat hem onderscheidt van de anderen, zijn schtick, zijn kunstje. Heftige autobiografische verhalen vol seks en drugs, genderveranderingen en incest doen het altijd goed, en ook een schrijver die daarnaast bereid is zich te differentiëren van de rest door in zijn blote kont op de gevoelige plaat te gaan of zich schuimbekkend en fulminerend uit te laten over collegaschrijvers, kan rekenen op zeeën aan publiciteit. Jezelf personal branden en met een ware marketingactie neerzetten op social media schijnt ook zeer goed te kunnen uitpakken. Viral gaan doet wonderen voor je oplage, lekker en jong zijn natuurlijk ook, maar daarover zal niemand zich verbazen.

Het hoogst haalbare voor de debutant (nou ja, iedere schrijver eigenlijk) is op de tv komen, en ook daarin zit een pikorde. Kom je bij dwdd dan is je kostje gekocht. Je uitgever opgewonden aan de telefoon, de rode loper ligt uit. Het is geen zuivere wetenschap, maar een plekje aan de tafel bij Matthijs, ook al ben je maar twee nanoseconden aan het woord, en de verkoop van je boek neemt epische vormen aan. Je bent op slag een bekende Nederlander wiens boek de CPNB top 60 in rolt. Gezien worden, daar draait het om als schrijver, en gehoord. Dan word je vanzelf gelezen.

Maar hoe kom je in die media? Hoe zorg je ervoor dat ze ‘je willen hebben’, en dat ze je niet als ‘te onbekend’, ‘niet actueel’ of ‘niet geschikt voor ons publiek’ terzijde schuiven? En moet je dat ook willen?

Als schrijver is je unieke haakje niet dat waar je al die jaren op je zolderkamer op hebt zitten zwoegen in de uren dat je baby op het kdv was, terwijl jij, tussen elk schrijfuurtje door, naarstig je borsten leegkolfde en het warme flesje op de fiets naar de crèche bracht, zodat je weer even verder mocht met schrijven aan je meesterlijke debuut. Nee, het gaat om jóú, hoe goed jij overkomt in de media, hoe mooi je bent of hoe stout. Hoeveel stof je met je optredens doet opwaaien, hoe wild of vreemd of onaangepast je persoonlijke leven is.

Maar jezus jongens, zou het ook niet eens gewoon over het boek kunnen gaan in plaats van over de persoon achter dat boek?

Tuurlijk, elk vogeltje zingt zoals het gebekt is, maar niet alle schrijvers zijn dronkenlappen, schuinsmarcheerders of connaisseurs van kutten. Niet alle schrijvers zijn eloquent of flamboyant. Je hebt immers ook schuchtere en, nu een vies woord, beleefde schrijvers. Schrijvers die geen podium willen of durven te beklimmen ter meerdere glorie van zichzelf, maar dat maar wat graag doen om hun boek aan je voor te stellen, of liever gewoon buiten beeld blijven en alleen maar willen dat hun boek gelezen wordt.

Geef deze schrijvers, of beter gezegd hun boeken, ook een kans. Als je ons vooral beoordeelt op hoe mediageniek wij zijn, dan zou je haast vergeten dat er nog heel wat te genieten valt van de schrijfparels van minder mediagenieke auteurs die misschien heel klein en ingetogen op je liggen te wachten in de boekhandel. Je weet wel, van die schrijver, niet te verwarren met mediapersoonlijkheid, die het gewoon over zijn boek wil hebben.

 

Bronja Prazdny