Nachtmerrie

Ik werd wakker gemaakt terwijl de nachtmerrie nog aan de gang was. ‘Waar ging de droom over, mama?’ vroeg een kind. Ik probeerde uit te leggen waar de droom over was gegaan, maar aan het gezicht van het kind te zien was de angst niet echt overgebracht.
‘Dus een enge mevrouw met knaloranje haar liep op een andere mevrouw af met uitgestoken armen en zei haar naam en toen zei ze “Wat? Jij bent X niet, wie ben je?” en keek er hard en meedogenloos bij en toen zei ze “grapje” en dat vond jij zo eng dat je je tanden weer eens door je paardenbitje heen heb geknaagd?’ Het kind keek me met scheef hoofd onderzoekend aan.
Ik knikte.
‘Mama, ik moet zeggen dat ik je maar een raar iemand vind, niets persoonlijk verder!’
Ik knikte weer. Hardop vertelt was het een aanfluiting, die droom van mij. Maar de vrouw met het hennahaar was echt heel eng geweest, met haar bulderstem en die rare haren als een vogelnest en dan die liefdevolle vriendelijkheid die ze zo ineens terugnam. Ik dacht even na. Vroeger gingen mijn nachtmerries over achtervolgingen en belaagd worden en oorlog en doodstrijd, tegenwoordig kreeg ik blijkbaar al een kaakklem van hysterische vrouwen met afzichtelijk kapsel.
Ik ben er nog niet achter wat dit over mij en mijn leven zegt.