Slapen in de bosjes

De laatste keer dat ik katslam was zal Koninginnedag 2005 zijn geweest. Ik heb daarna ook nog wel eens te diep in het glaasje gekeken, maar nooit zo groots en meeslepend als die keer, twaalf jaar geleden toen ik nog in Amsterdam woonde. Ik hoop het nooit meer mee te maken ook.

Ik was gestopt met roken. Dat betekende dat ik niet meer slok bier afwisselde met hijs peuk en daar ging het mis, vermoed ik. Nu was het enkel hijsen en dan komt er wel heel veel extra alcohol in dat niet al te grote lijf van mij. Of mijn theorie is onzin en ik had gewoon veel te veel staan zuipen. Hoe dan ook, ik kan me iets van een Leidseplein herinneren en wat hap snap momentjes tussendoor, maar heel veel helderderder gaat het ‘m niet worden. De kater des doods de volgende ochtend staat me dan wel weer helder voor de geest: nog nooit zoveel pijn aan elke lichaamsdeel gehad hebbende stond ik af te sterven onder de douche die me ook overal pijn deed. De makelaar zou die ochtend komen met potentiële kopers. Welke klapjosti bedacht dat 1 mei een geschikte dag was voor een bezichtiging? Ik deed mijn vingers in mijn oren want het gekletter van het water deed pijn aan mijn oren. Ik snapte niet meer hoe ik de shampoofles moest pakken en tandenpoetsen duurde een half uur. Ik moet minstens 100 iq punten ergens tussen het Leidseplein en Osdorp hebben verloren, en mooi niiet dat ik die nog terug zou vinden. Vast allang gejat.

Maar hoe was ik eigenlijk thuisgekomen? Ik deed heel erg mijn best het me te herinneren, maar verder dan een eindeloze wandeling over de Overtoom en iets met bosjes langs Sloterplas kon ik niet bedenken. Waarom hadden we geen taxi genomen? Ik sleepte me naar boven waar mijn vriend zat. Die heeft nooit een kater, dus aan hem kon ik het wel vragen. Het verlossende antwoord was verbijsterend en heeft me doen laten besluiten dat het ook wel een beetje minder kon allemaal, dat zuipen.
Blijkbaar reden er geen trams meer, dus een taxi moest het worden. Maar alle centjes waren al opgedronken dus dat werd een pinautomaat zoeken. Elke pinautomaat die we tegenkwamen bleek leeg of defect en dat zo de hele Overtoom van kop tot kont. Ik schijn een keer of twaalf in staking gegaan te zijn, mokkend op de stoep als een peuter. Toen kwam het park en de Plas en de pinautomaten waren op, dus er zat niks anders op dan de rest van de weg ook maar naar huis te lopen. Ik moest plassen, zei de vriend. Dat maakte hij op uit het feit dat ik me begon uit te kleden op straat en begon te plassen. Haastig trok hij me overeind en verplaatste mijn onwillige lijf richting bosjes. In plaats van er in de buurt te gaan plassen liet ik me erin vallen. Met mijn broek nog op mijn enkels. In zeester zette ik alvast een diepe slaap in. De vriend schijnt me eruit te hebben geplukt, wist mijn broek weer omhoog te hijsen en slingerde mij vervolgens over zijn nek als ware ik een (kleine) mud aardappelen. Toch knap, 60 kilo doodgewicht over je schouders, maar deze man deed het. Ik vind het heel stoer en ben hem oneindig dankbaar dat hij me niet in die bosjes liet afsterven, want heel sexy kan het allemaal niet geweest zijn, maar het is een tweedehands verhaal uit zijn mond, dus zeker weten dat het klopt doe ik niet.

En dit, lieve kinderen, is een waarschuwing van mijn vingers naar uw ogen: Koninginnedag (en ja, ook de perfide opvolging hiervan) is een waardeloos feest dat u beter kunt overslaan. Dronken randdebielen overal, enge mannen op stelten, de walgelijke kleur oranje, 10.000 voor het eerst in een jaar uit hun hok vrijgelatenen die in colonne wezenloos langs besmette kebab- en zelfgemaakte limonadestandjes en grabbeltonnen gevuld met speelgoedautootjes bomvol e-coli bacterie lopen en o god laten we die rotzooi op kleedjes niet vergeten en al die kleren die zelfs een negendehandswinkel nog zou weigeren.

Kusjes!