Omineus

Ik werd vorige week op een ochtend wakker met een onbestendig gevoel. Ik voelde me onbehaaglijk, maar niet gelijk gitzwart en bodemloos. Alsof er iets omineus in de lucht hing dat elk moment kon morfen in iets tastbaars. Ik slikte een paar keer, probeerde het onheilspellende stof uit mijn mond en keel te verwijderen, maar het voorgevoel bleef. Dan maar opstaan en de dag tegemoet treden, er zat niks anders op.
Ik merkte dat ik bij alles wat ik deed oplette of dit dan het moment van openbaring was. Het moment dat ik kon zeggen: ‘Hier ben je dan, jij smerig rotbeest, mij val je niet zo maar van achteren aan!’ Heel relaxt was het allemaal niet, met elke keer vals alarm. Het ontbijtbordjes naar de keuken brengen bleek gewoon dat te zijn: het brengen van borden naar de keuken. De kat zijn verse vis voorschotelen was niet meer dan die handeling en ook het computer opstarten om verder te werken aan mijn manuscript ging niet gepaard met een opensplijtende hemel waar een Griekse God uitkwam om mij te met een bliksemschicht te vernietigen.

Op een gegeven moment wist ik niet meer waar mijn unheimische gevoel vandaan kwam: van het stof dat die ochtend in mijn slaapkamer had gedwarreld of van het paranoïde op mijn tenen lopen. Toen ik ’s avonds ging slapen en weer op de rand van mijn bed zat, kon ik niet anders concluderen dan dat dat hele stilte-voor-de-storm gezeik door mijn sprookjeshoofd was bedacht om deze dag nog enige betekenis te geven. Het was immers een dag die elk jaar betekenis moest hebben, zo had ik dat ooit zelf bedacht. Hij mocht niet naamloos in het niet-noemenswaardige-dagen-graf verdwijnen, niet deze dag.
18 september 2017 werd op deze manier toch nog een dag die ik me zou herinneren. De dag dat mijn vader 30 jaar dood was en ik daar mee kon leven, maar waarop mijn hoofd mij terugfloot en zei dat ik net iets beter mijn best moest doen.

Ik glimlachte flauwtjes en fluisterde: ‘Het is goed, Bronja. Ook als je rouwen elk jaar een beetje minder wordt, is het goed. Er wordt geen handleiding meegeleverd bij iemands overlijden. Er is geen juiste manier van omgaan met het verliezen van iemand van wie je houdt.’