Dagje overprikkeling omarmen

Waden door stugge olie is het. Dikke watten. Mijn reacties zijn traag, de woorden die komen kloppen niet met wat ik denk. De woorden komen soms ook niet. Dan knipper ik een paar keer met mijn ogen en kijk ik je aan met open mond en hoop maar dat je mijn gedachten kan lezen, een telepathische luchtbrug weet te slaan. Ik ben een lege huls, ik zweef en doe salto’s in de mist, ik kijk door twee gaten in dit lichaam naar de wereld buiten die doorgaat en draait en ik ben er geen onderdeel van.
Op de fiets doe ik net alsof ik er wel bij hoor. Ik focus mijn aandacht op het handen uitsteken als ik afsla, op haaientanden op de weg en stoppen bij een zebrapad. Ik kan dat, maar eenmaal aangekomen glij ik weer in de dikke olie en ben ik onbereikbaar en doe mijn ogen dicht. Rust. Eindelijk rust. Geen gedachten meer.

(En nu denk je moet ik busje bellen? En dan zeg ik: nee, 13 uur iemand helpen verhuizen heeft nu eenmaal dit effect op mij de volgende dag.)